Rintje Vliegende teckel

‘Ik heb een hele gekke droom gehad’, zegt Tobias als hij ’s ochtends op school komt.

‘Weet je nog waarover je droom ging?’ vraagt Henriette. ‘Ik ben het vaak vergeten als ik wakker word.’

‘Ik weet het nog heel goed’, zegt Tobias. ‘Ik kon vliegen.’

‘Echt waar?’ vraagt Rintje. ‘Had je vleugels?’

‘Nee’, zegt Tobias, ‘die had ik niet nodig. Ik begon gewoon te rennen en ging steeds sneller en sneller, tot ik zo hard ging dat ik me met mijn poten kon afzetten en de lucht in ging.’

‘Dat is net als bij een vliegtuig. Dat gaat ook steeds harder rijden tot zijn wielen de grond loslaten’, zegt Rintje.

‘Toen ik heel hoog was, kon ik de hele wereld heel goed zien’, zegt Tobias. ‘Ik zag mijn huis, de straten eromheen, en jullie huizen en de school.’

‘En hoe ben je daarna weer geland?’ vraagt Henriette.

‘Dat weet ik niet, want midden in mijn droom werd ik wakker’, zegt Tobias. ‘Maar wat ik wel weet is dat het heel erg leuk was om te vliegen.’

Dan gaat de schoolbel en rennen ze snel naar binnen. Als de school is afgelopen, lopen Henriette, Tobias en Rintje samen terug naar huis.

‘Ik heb nagedacht over je droom’, zegt Rintje. ‘Ik weet misschien een goede manier om je echt te laten vliegen.’

‘Hoe kan dat nou?’ vraagt Henriette. ‘Honden kunnen niet vliegen!’

‘Kom maar mee’, zegt Rintje. Ze lopen achter hem aan de grote winkelstraat in. Voor de speelgoedwinkel blijft Rintje staan.

‘Verkopen ze hier soms vliegtuigen voor teckels?’ vraagt Henriette.

‘Nee’, lacht Rintje. ‘Maar wel iets anders, kom maar eens mee.’

‘Zo jongelui’, zegt de verkoopster. ‘Zoeken jullie iets speciaals?’

‘Verkoopt u ook gasballonnen?’ vraagt Rintje.

‘Je bedoelt ballonnen die in de lucht blijven hangen als je ze aan een touwtje bindt?’ vraagt de mevrouw.

‘Ja’, zegt Rintje, ‘die bedoel ik.’

‘Hoeveel wil je er kopen?’ vraagt de verkoopster.

‘Eigenlijk wil ik iets anders vragen’, zegt Rintje. ‘Mijn vriend Tobias heeft gedroomd dat hij kon vliegen, en nu zou ik die droom graag uit willen laten komen.’

‘Wat heeft dat met mijn ballonnen te maken?’ vraagt de mevrouw.

‘Ik zou zo graag een heleboel ballonnen aan Tobias vastbinden, zodat hij een stukje de lucht in gaat’, zegt Rintje.

De verkoopster moet hard lachen. ‘Wat een leuk idee’, zegt ze, ‘we gaan het proberen. Als Tobias het ook goed vindt tenminste.’

Tobias knikt en dan vult de mevrouw een aantal ballonnen met gas. Rintje en Henriette binden ze aan Tobias’ halsband en aan zijn staart vast.

Maar er gebeurt niets. Tobias komt niet van de grond.

Steeds meer ballonnen binden ze aan hem vast, tot het eindelijk lukt: Tobias gaat een paar centimeter de lucht in. En daarna gaat hij steeds iets hoger.

‘Ik vlieg! Ik vlieg!’ roept hij blij. ‘Net als in mijn droom.’

Hij vliegt helemaal naar het plafond van de winkel. En zo de hele winkel rond.

‘Maar hoe kom ik nu weer beneden?’ vraagt Tobias na een tijdje vliegen.

De mevrouw van de winkel pakt een lange bezem en trekt Tobias voorzichtig weer naar de grond. Ze pakt hem vast en maakt de ballonnen weer los.

‘Dat was een gratis vliegrondje’, zegt de verkoopster. ‘Ik hoop dat je een prettige vlucht hebt gehad. En als jullie weer eens zo’n gek idee hebben mogen jullie gerust langskomen.’