Oud en nieuw bloed

Vandaag gaat de opera Orest in première, over bloedige wraak met een boormachine. „Plastic bijlen vind ik ouderwets.”

We zien wel een kerstboom, maar van een gezellige Kerstvoorstelling is geen sprake. De opera Orest van Manfred Trojahn, die vandaag bij De Nederlandse Opera in wereldpremière gaat, is een kerstfeest „horribly gone wrong”, aldus de Britse regisseur Katie Mitchell. En inderdaad: boven de woonkamer waar de kerstboom staat, dweilen schoonmakers in de slaapkamer het bloed van de muren. In de badkamer is intussen een forensisch expert bezig met sporenonderzoek naar een tweede moord. Het geeft het moderne appartement, waarvan het publiek een dwarsdoorsnede ziet, een grimmige sfeer. Mitchell: „Onder de kerstboom staat een kartonnen doos met kerstversiering. Dat geeft de indruk: net toen ze de laatste decoratie aanbrachten, liep alles fout.”

Maar in feite ging het al veel eerder mis. Orest is mede gebaseerd op het toneelstuk Orestes van Euripides, een sequel waarin het verhaal na onder meer ‘Elektra’ nog wat verder gaat. Een lange keten van bloederige wraak kan maar niet doorbroken worden. De Griek Agamemnon offert zijn dochter Iphigenia om zijn gestrande vloot weer richting Troje te laten zeilen. Dit tot groot ongenoegen van moeder Klytaimnestra, die met haar minnaar Aigistos de moord op Agamemnon beraamt. Wat dochter Elektra, een vaderskind, doet besluiten om Klytaimnestra te laten doden. Hiertoe zet zij haar broer Orestes aan, die de moedermoord daadwerkelijk pleegt en sindsdien wordt achtervolgd door wraakgodinnen. En het laatste slachtoffer is nog niet gevallen als vervolgens Euripides’ Orestes, en daarmee ook de opera, begint. „Oud bloed, onzichtbaar bloed, en nieuw bloed dat uit verse wonden gutst”, zo vat Mitchell het krachtig samen.

Het is aantrekkelijk materiaal voor componisten. Dit seizoen komen bij De Nederlandse Opera (DNO) steeds dezelfde personages in verschillende situaties voorbij. Na opera’s als Iphigénie en Aulide van Gluck en Richard Strauss’ extreem felle Elektra is het nu de beurt aan Manfred Trojahn (62). De Duitse componist houdt zich al twintig jaar bezig met muziektheater maar schreef eerder vooral komische opera’s, waaronder Wass ihr wohlt (naar Shakespeares Twelfth Night). In Duitsland is hij niet minder populair dan operacomponisten als Wolfgang Rihm en Hans Werner Henze. Maar in Nederland is Trojahn nog nauwelijks bekend, al werd hij in 2002 door DNO gevraagd nieuwe recitatieven te componeren bij een spraakmakende productie van Mozarts La clemenza di Tito. In die recitatieven werd verwezen naar de onheilspellende muziek van Alban Berg en Richard Strauss – invloeden die ook in Orest voelbaar zijn. Een pinnige harp, huilende violen, lyrische zanglijnen boven sluipend lage blazers: ijselijk spannend zijn de klanken die tijdens een repetitie opstijgen uit de orkestbak. Chef-dirigent Marc Albrecht laat het Nederlands Philharmonisch Orkest in de korte maar lastige partituur tot het uiterste gaan. „Daar kun je mee op de Dam gaan staan”, verzucht de assistent-dirigent na een ingelaste extra repetitie met drie slagwerkers.

„Je kunt geen Orest componeren zonder op de heftige Elektra van Strauss te reflecteren”, zegt Trojahn in de kantine. „Ik verwijs niet letterlijk naar die opera, maar Strauss is voor mij een zeer belangrijke componist. Hij heeft de Duitse operatraditie een Italiaans tintje gegeven. De Italiaanse operatraditie is veel helderder dan de Duitse, met een scherper omlijnde dramaturgie. In de opera’s van Verdi weet je meteen in welke situatie de personages zich bevinden, bij Strauss eveneens, maar bij opera’s van Wagner is dat meestal veel mistiger. Alles wat ik van opera weet, heb ik van Italië geleerd. Verdi schreef voor het grote publiek, Wagner voor een kring intimi. Daardoor is Wagner afstandelijker.” Toch heeft Trojahn bij het componeren van Orest zijn koers licht aangepast. „Het is mijn eerste tragedie. Daarbij kon ik de taal van Wagner opeens toch gebruiken. In Orest wilde ik, zeker bij het slot, dubbelzinnig kunnen zijn. Is het een happy end? Ik zou het niet weten.”

Ook Hermione moet dood

In Orest is de situatie aanvankelijk inderdaad helder. De ruggengraatloze Orestes wordt wederom in een geweldspiraal meegezogen, hiertoe aangemoedigd door Elektra en de god Apollo. Ook het meisje Hermione moet dood, alleen maar omdat Hermione nu eenmaal tot de familie behoort waarop gewroken moet worden. Maar de blik van het onschuldige meisje doet Orest eindelijk tot inkeer komen. Heeft hij dan geen enkele hoop, geen toekomstdromen, vraagt ze hem? Orest neemt afstand van Elektra en vertrekt, met Hermione aan zijn arm. Maar de toekomst is onzeker: het laatste geluid dat we horen, zijn de stemmen van de doden die door de zaal zoemen, als het geweten dat nooit zwijgt.

Voor Katie Mitchell is hier duidelijk géén sprake van een happy end. „Je kunt de consequenties van je daden nooit ontlopen.” Zij poneert: „Orestes is geestesziek, net als zijn hele familie. Hij hoort stemmen in zijn hoofd, bijvoorbeeld van de god Apollo die eigenlijk niet bestaat. Hij fluisterde hem in dat hij zijn moeder moest vermoorden. In mijn productie is te zien hoe Orestes door zusters wordt verzorgd: na de moedermoord zit hij met huisarrest en psychische hulp thuis. Wat hem er niet van weerhoudt zijn tante Helena gruwelijk te vermoorden met een boormachine. Heel banaal, zoals je het in de opera meestal niet ziet. Helemaal aan het slot dineren de doden en de levenden aan één tafel: een kerstnachtmerrie zonder hoop.”

Volgens Mitchell moest Manfred Trojahn even wennen aan haar moderne enscenering vol realistische details. „Bij de eerste repetitie keek hij nogal ongerust. De volgende dag zei hij: „ik begin het te begrijpen: je doet wat de muziek níet doet.” Kennelijk had hij een meer symbolische uitdrukking van de muziek verwacht, met bijlen als moordwapen en zeker geen boormachine en ander dagelijks gereedschap. Maar plastic bijlen vind ik ouderwets, daar waren ze in de jaren vijftig al heel goed in. Gelukkig is Manfred inmiddels heel enthousiast over het contrast tussen de zwoele, zeer expressieve partituur en de alledaagse regie.”

Uiteindelijk is het beide makers om dezelfde actuele urgentie te doen. Mitchell: „Ik wilde Planeet Opera verlaten, en door middel van een alledaags decor en verwijzingen naar de tv-serie Crime Scene Investigation ook een jonger publiek aanspreken. Conventionele, heroïsche en totaal onrealistische gebaren schrikken hen af. Ik begrijp dit heel goed, ik ga ook niet naar het theater om aan de realiteit te ontsnappen.” Trojahn sluit zich daarbij aan. „De koele, realistische enscenering is tot mijn verrassing zeer raak. Orest gaat niet over oude Grieken maar over hedendaagse mensen. Orestes is een intellectueel, die door zijn twijfels zwak staat en door zijn fundamentalistische omgeving wordt misbruikt. Die spanning zie je overal terug, in het Duitsland van de linkse terreur van de jaren 1970, en ook nu nog, bijvoorbeeld in Nederland. Als intellectuelen haperen, verleent een krachtig simplistische boodschap macht aan populisten.”

Orest van Manfred Trojahn, met o.a. Dietrich Henschel, Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht. Regie: Katie Mitchell. Muziektheater Amsterdam, 8-28 /12. www.orest.nl

    • Floris Don