Lou en Metallica: het is ellendig

Het ontstaan van onverwachte combinaties is doorgaans iets om toe te juichen: Ricky Gervais en Warwick Davis, de ‘Snugerena’ (een lied over Snuggie-dekentjes op de melodie van de Macarena) en zoute karamel. Twee maanden geleden is er weer een nieuw en vrij opmerkelijk duo opgestaan: Loud Reed en Metallica hebben samen een album gemaakt. Hun eerste videoclip is net uit.

Laat ik beginnen met Lou Reed. Ik hou van hem. Al vanaf mijn tiende zing ik met hem mee, het liefst met het lied ‘Vicious’: „Visjes”, zong ik. „You’re so visjes.” Zijn stem is ongepolijst en oprecht, net als zijn teksten. Iedereen die ooit naar zijn licht weemoedige ‘Perfect Day’ heeft geluisterd, heeft die dag meebeleefd.

Maar ook voor Metallica koester ik bijzonder warme gevoelens. Mijn broertje was een grote fan, waardoor ook ik urenlang heb geluisterd naar de snelle drums en gitaarsolo’s in nummers als ‘Enter Sandman’, ‘For Whom the Bell Tolls’ en ‘The Unforgiven’.

Nu was mijn beeld van Metallica al enigszins veranderd: ik heb namelijk de documentaire Some Kind Of Monster gezien. Mocht je ooit de behoefte hebben om leden van een ongeregelde metalband te zien als bange schooljongens – dit is je kans. De documentaire laat de totstandkoming zien van het album St. Anger, maar de bandleden hebben inmiddels zo veel problemen met elkaar dat ze de hulp van een therapeut hebben ingeroepen. Die is er de hele tijd bij, dag en nacht – net als de camera’s.

Wat je ziet zijn oude, vermoeide en blasé bandleden, op een relationeel en artistiek dieptepunt, die elkaar en zichzelf helemaal zat zijn. Wat resulteert in scènes als: „O ja, James, loop maar weg, ja hoor ZOALS JE ALTIJD DOET ALS HET MOEILIJK WORDT, GA MAAR UITHUILEN BIJ MAMA.” Het is een prachtige blik achter de schermen van een langlopende, succesvolle band, maar de rauwe muzikanten van vroeger worden ze daarna niet meer.

En nu dan de collaboratie met Lou Reed, waar ze een ‘geweldige chemie’ mee hadden tijdens een gezamenlijk Rock and Roll Hall of Fame-optreden. Lou en Metallica: je wilt het zo graag mooi vinden. Lou’s stem, Metallica’s gitaren. De clip bij het nummer ‘The View’, die ook nog is geregisseerd door Black Swan’s Darren Aronofsky; zwart-witte opnames uit de oefenruimte, af en toe schizofreen vertekend en verschoven.

Maar toch dringt uiteindelijk de conclusie zich op: het is ellendig. Het resultaat van de samenwerking is een soort plichtmatige, gereanimeerde metal met daaroverheen Lou Reed die aan het kletsen is. Heel soms zingt Metallica’s James Hetfield bij wijze van refrein een lang uitgerekt woord, en probeert Lou Reed hem bij te vallen, wat vooral erg moeizaam klinkt – zijn stem is niet langer ongepolijst, maar verkreukeld. Waardoor je toch denkt: „Och, jongens. Was gewoon samen een gezellig en niet-openbaar zolderkamerbandje begonnen.”

De ‘Snugerena’ mag voor eeuwig blijven – Metallilou is hopelijk van kortere duur.

Renske de Greef