Grote mond, weinig daden

Republikeinen suggereren vaak dat een aanval op Iran dé oplossing is.

Maar in de praktijk houdt bijna iedereen vast aan containment.

Tijdens de vele televisiedebatten die de rivalen voor de Republikeinse presidentskandidatuur houden, is Iran een geliefd onderwerp. Het onderwerp leent zich voor tirades tegen president Obama en verleidt de Republikeinen tot een wedstrijd wie de hardste maatregelen tegen Iran heeft bedacht. Mitt Romney noemde Obama tijdens een debat „een grote mislukking”. „Als je Obama kiest, zal Iran een nucleair wapen krijgen. Als je Romney kiest, zal dat niet gebeuren.” Zijn tegenstander Newt Gingrich had een plan om onder meer via geheime missies „het regime in Teheran ten val te brengen”.

Je zou bijna denken dat er een groot ideologisch verschil is tussen Democraten en Republikeinen over Iran, dat al jarenlang aan een atoomprogramma werkt. Maar de Republikeinse retoriek verhult dat er in de Verenigde Staten links én rechts vrijwel geen enkele behoefte is om af te stappen van de decennia oude strategie van containment, indamming.

De beste illustratie daarvan is een deze week verschenen studie van de denktank American Enterprise Institute (AEI), basis van robuust-conservatieve denkers als John Bolton en Paul Wolfowitz. Het rapport is alarmerend over Irans nucleaire ambities, maar waarschuwt voor onomkeerbare stappen, zoals een aanval.

Het Internationaal Atoomenergie Agentschap publiceerde onlangs een rapport met harde aanwijzingen dat Iran werkt aan kernwapen, wat Iran ontkent. Al jaren bezorgt dit atoomprogramma de Amerikanen hoofdpijn: een Iraanse bom zou bondgenoot Israël direct kunnen bedreigen. Maar tegelijkertijd kan een aanval op Iraanse atoominstallaties de zaak hopeloos doen escaleren. Israël schermt openlijk met een aanval.

Barack Obama kiest in grote lijnen voor de tactiek die zijn voorganger George W. Bush ook al hanteerde: harde taal, dreigen met sancties, maar nooit militair ingrijpen. Het is een strategie die toenmalig president Jimmy Carter in 1979 begon, het jaar van de bestorming en bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran. De relatie tussen Teheran en Washington bevroor tot onder het nulpunt.

Tekenend voor de Koude Oorlog tussen beide landen is de regelmaat waarmee Amerika en Iran elkaar beschuldigen van betrokkenheid bij mysterieuze complotten. Iran wilde volgens de VS de Saoedische ambassadeur vermoorden in Washington. De VS en Israël zitten volgens Iran achter moorden op atoomgeleerden. Dit weekeinde claimde Iran een Amerikaans onbemand spionagevliegtuig te hebben neergehaald.

Een Amerikaanse aanval is onwaarschijnlijk, en een Israëlische aanval zou Amerika strategisch slecht uitkomen, schrijft Frederick Kagan in het nieuwe AEI-rapport. „Wat als de Iraanse leiders [de dag na een aanval] tevoorschijn springen en zeggen: ‘Mis! We hebben nog steeds een wapen!’” Amerika zit vervolgens gevangen, aldus Kagan. De komende jaren moeten de Amerikanen dan aan inlichtingen zien te komen om te kijken hoe groot de schade is, terwijl de deuren van de atoominstallaties voor waarnemers definitief gesloten zullen zijn.

Het pleidooi voor Realpolitik komt uit onverwachte hoek, al schrijft AEI wel dat er ook weinig winst te behalen valt met containmentpolitiek, dat het „de minst kwade optie” is.

Presidenten kiezen keer op keer voor de strategie van grote woorden en weinig daden, zei de Amerikaanse oud-diplomaat Suzanne Maloney eerder deze maand op een Iran-conferentie in Washington. „Ze oefenen druk uit, maar houden tegelijkertijd de deur open naar onderhandelingen. Vaak kiezen ze in het begin voor isolement, waarna ze langzaam proberen weer relaties op te bouwen.” Obama probeert met hulp van Europa hier en daar sancties te verscherpen, maar houdt ook de deur op een kier voor overleg. In zijn benadering wijkt hij volgens Maloney nauwelijks af van zijn voorgangers Reagan, George W. Bush of Clinton.

Ook sancties kan een president niet zomaar doorvoeren, zei Suzanne Maloney, die tegenwoordig werkt bij het progressieve Saban Center for Middle East Policy. „Meer van hetzelfde is niet het antwoord. Irans wanhopige tocht naar de nucleaire drempel zal niet worden herzien.” Sommige sancties kunnen bovendien grote gevolgen krijgen voor de wereldeconomie. Het Amerikaanse Congres wil in een wet alle contacten met de Iraanse Centrale Bank verbieden. Dat zou alleen de olieprijs vrijwel zeker omhoogstuwen en Europese landen direct schaden – reden waarom Obama nog niet veel voelt voor deze stap.

Obama zegt in het openbaar dat „alle opties op tafel liggen” – een directe verwijzing naar mogelijk militair ingrijpen. In werkelijkheid kan de president maar weinig doen, aldus Maloney. Ze pleit ervoor dat Amerika veel meer optrekt met Rusland en China, omdat die landen veel grotere economische belangen in Iran hebben. Dreigen met geweld is volgens haar zinloos. „Het Iraanse leiderschap zal alleen maar worden aangemoedigd om verder te gaan met haar paranoia. Daarbij sloopt het de resterende oppositie in Iran en versterkt het de greep van Iraanse leiders in eigen land.”

    • Guus Valk