Eindelijk een agenda voor de lange termijn

In Brussel worden goede stappen gezet. Nu is het zaak dat twee weeffouten in het Verdrag van Maastricht worden gerepareerd, betogen Arnoud Boot en Sweder van Wijnbergen.

Is er toch hoop voor de euro? Ja, er begint zich een korte- en langetermijnagenda af te tekenen met zicht op succes. Maar er is versterking nodig van de geloofwaardigheid van hervormingen op korte termijn en disciplineringsmechanismen op de lange termijn. Hoe valt daarvoor op Europees niveau democratische legitimatie te vinden?

Wat betreft Griekenland zit alles nog vast, omdat de Brusselse politici geen echte schuldvermindering willen geven in ruil voor serieuze hervormingen. De West-Europese banken worden wel geherkapitaliseerd, zodat ze een dergelijke afschrijving aan kunnen. Publieke crediteuren willen echter zelf geen veren laten. Maar met voldoende bankherkapitalisatie in landen als Frankrijk stop je wat directeur Lagarde van het Internationaal Monetair Fonds chains of contagion noemde. En Italië, Spanje en Ierland lijken van de rand van de afgrond weggelopen te zijn.

Hulde aan Angela Merkel, want dat is dankzij haar pokerspel gebeurd. Doordat zij Italië over de rand van die afgrond heeft laten bungelen, hebben ze daar hun operettepremier weggestuurd en lijkt Monti een pakket broodnodige maatregelen door het parlement te krijgen. En in Spanje en Ierland heeft de kiezer nieuwe regeringen met een stevig mandaat aan het werk gezet. Dus het kan allemaal wel – en met democratisch draagvlak. Dat laatste is essentieel voor de geloofwaardigheid van elk hervormingsproces.

De politici moeten vrijdag in Brussel enerzijds de financiën op de korte termijn versterken en anderzijds verder vooruitkijken. Wat moet er in de architectuur van de eurozone veranderen om herhaling te voorkomen? Op de korte termijn moet het hervormingsproces worden verankerd. Het IMF moet door toezicht en het stellen van strakke voorwaarden de geloofwaardigheid hiervan versterken, met rugdekking van de Europese Centrale Bank. Bij paniekaanvallen worden financieringskosten van die landen in de hand gehouden. Bij vooruitkijken hoort natuurlijk wat nu het hoofdpunt van discussie lijkt: bindende afspraken om overheidstekorten binnen de perken te houden en op termijn overheidsschulden terug te brengen tot niveaus die geen angstgolven door de kapitaalsmarkten jagen. Maar dat verklaren en alleen sancties aankondigen voor landen die zich daar niet aan houden, is niet genoeg. Een land dat echt van de rails is gelopen, wordt door sancties alleen maar verder de modder in geduwd, zodat die sancties hun geloofwaardigheid verliezen. Er zal eerder ingegrepen moeten worden.

Stabiliteit in de eurozone vereist reparatie van twee weeffouten in het Verdrag van Maastricht. De eerste is het geloof dat de euro voor zo veel integratie zou zorgen dat de verschillen tussen landen vanzelf zouden verminderen (convergentie). Dat is onjuist gebleken, structureel en budgettair. Structureel heeft Griekenland over de afgelopen tien jaar haar arbeidskosten 60 procent meer zien stijgen dan Duitsland. En budgettaire discipline is daar evident mislukt.

Om opnieuw het uit elkaar lopen van de eurolanden te verhinderen, moeten er mechanismen komen om de hervormingsprocessen weer op de rails te krijgen. Meer macht naar Brussel is onvermijdelijk, net zoals gebeurd is met bijvoorbeeld het mededingingsbeleid. Maar hoe ingrijpender de overdracht van soevereiniteit, hoe belangrijker het is de democratische legitimatie van Brussel beter te verankeren dan nu het geval is. Landen waar het toch misloopt, zouden onherroepelijk moeten worden veroordeeld tot het IMF. Dat is de enige manier om je voor langere tijd geloofwaardig aan een hervormingsproces te committeren.

Ook budgettair zal er meer moeten gebeuren dan alleen maar corrigeren als het te laat is. Een bindende doelstelling voor het feitelijke tekort vergroot de onderlinge verschillen: landen in hoogconjunctuur hebben lagere tekorten, mogen daarom meer uitgeven, waardoor ze nog meer hoogconjunctuur krijgen. Het omgekeerde geldt voor landen in laagconjunctuur. Aanscherpen van de doelstelling in topjaren en iets laten vieren in slechte jaren zou een beter model zijn. Iets dergelijks zou ook moeten gelden voor kredietverlening. Ook daar vergroot ons systeem van kapitaalsregulering de economische schommelingen. De geplande wijziging van het banktoezicht (Basel III) is een kleine stap in die richting, maar dat zou een veel grotere moeten zijn: banken en banktoezicht moeten stabiliserend werken in plaats van destabiliserend. Het banktoezicht moet meer op Europees niveau worden verankerd.

De tweede fout is het geloof in de disciplinerende werking van kapitaalsmarkten, zolang landen verantwoordelijk blijven voor hun eigen obligaties. ‘Slechte’ landen zouden hogere rentes krijgen en daarmee op het rechte pad gedwongen worden. Dat blijkt een veel moeizamer proces dan verwacht, alarmbellen rinkelen veel te laat. En dan kom je in een vicieuze cirkel terecht: hoge schulden leiden tot lage kredietwaardigheid, dus hoge rentes, en daardoor nog hogere schulden. Eurobonds (iedereen staat garant voor alle schulden) zouden dat probleem oplossen, maar moeten onzes inziens pas als allerlaatste stukje in de legpuzzel ingevoegd worden. Kom je daarmee te vroeg, dan vallen prikkels tot opschonen van de economie weg. Dus eerst de zwakke broeders weer op de rails, en eerst een geloofwaardig mechanisme om herhaling te voorkomen, inclusief verbeterde democratische legitimatie in Brussel.

Wat is ten slotte de rol van de ECB? Structureel kan de ECB geen rol spelen bij het financieren van overheidstekorten. Een inflatiedoelstelling van rond de 2 procent is onverenigbaar met langdurige schuldfinanciering door geld bij te drukkenvoor overheidstekorten. De ECB kan wel een rol spelen bij het bezweren van paniekaanvallen op de markt, maar dat werkt alleen als er structureel andere oplossingen voor de problemen in zicht zijn, zoals ECB-president Draghi herhaaldelijk verklaard heeft. De structurele stappen die wij schetsten, zullen de weg vrijmaken voor verantwoorde, tijdelijke interventies van de ECB, maar meer zou niet aan de ECB gevraagd moeten worden: eerst die structurele stappen morgen.

Arnoud Boot en Sweder van Wijnbergen zijn hoogleraren economie aan de UvA.