Een verhaal dat verteld moet blijven worden

Precies 67 jaar geleden bevrijdde het Friese verzet 51 verzetsmensen uit het huis van bewaring in Leeuwarden. Vandaag wordt een plaquette ter herdenking onthuld.

©Foto:Hoge Noorden/Jacob van Essen foto dd 07-12-2011 Gerrit Fokkema Dhr. Gerrit Fokkema (88 jaar) verteld bijna dagelijks over zijn bevrijding op 8 dec. 1944 tijdens de "De Overval" van het Huis van Bewaring in Leeuwarden ©Foto:Hoge Noorden/Jacob van E>

Het verhaal van de ‘kraak’, de bevrijding van 51 Friese verzetsmensen op 8 december 1944 uit de Leeuwarder strafgevangenis, moet verteld worden, zegt Gerrit Fokkema (88). Sinds anderhalf jaar doet de oud-verzetsman dat drie keer per week op de plek waar hij toen opgesloten zat. Fokkema is de enige nog levende persoon die de overval meemaakte. „Ik vertel erover uit groot respect voor onze bevrijders. Zij zetten voor ons hun leven op het spel. Het had ook verkeerd kunnen aflopen. Alle 25 Friese overvallers hadden hun afscheidsbrief al geschreven. In Amsterdam was in juli 1944 een overval op de gevangenis mislukt door verraad.”

Fokkema was 21 jaar. Hij dook onder toen hij een oproep kreeg voor de tewerkstelling in Duitsland, maar hij werd opgepakt. In november 1944 zat hij drie weken in een benauwde cel van het Leeuwarder huis van bewaring, samen met zijn 17-jarige broer en vader, die actief waren in het verzet.

Fokkema: „Vooral de onzekerheid was groot. Je wist niet wat ze met je gingen doen. Het voordeel was dat we met elkaar waren. Bidden heeft ons geholpen.”

Wat gebeurde er op 8 december 1944?

„Zo rond half zes ging onze celdeur open. Een man met een zwart masker op en een pistool in de hand riep onze namen. We moesten er snel uit. Ik zei tegen mijn broer: ‘Het is gebeurd. We worden gefusilleerd.’ Ik dacht dat ons laatste uur had geslagen. Of ik bang was? Natuurlijk, wie wil er graag dood als hij 21 is?”

U wist niet dat u bevrijd werd?

„Aanvankelijk niet. Maar daar kwamen we al snel achter, omdat we op de gang waar we met een grote groep stonden, gelach hoorden. Dat gebeurde anders nooit.”

Waarom een overval?

„Twee verzetsmensen in de gevangenis dreigden door te slaan. Het verzet besloot hen te bevrijden. Ze kwamen binnen door twee nepagenten drie nepgevangenen naar de gevangenis te laten brengen. Een ‘goede’ politieagent zorgde voor het noodzakelijke insluitingsbevel. Zes verzetsmensen zaten in een woning tegenover de gevangenis met mitrailleurs in de aanslag voor als het mis mocht gaan.”

Maar het ging goed.

„Nou, er was even paniek toen twee SD’ers, medewerkers van de Sicherheitsdienst, drie echte gevangenen kwamen brengen. Maar de mensen van het verzet wisten hen te overmeesteren.”

Hoe ging het nadat u bevrijd was?

„We verlieten de gevangenis in groepjes van vijf. Ik dook met mijn vader onder bij een echtpaar. De volgende ochtend hoorden we een sirene, het startsein voor een grote razzia. Ik moest naar een andere schuilplek. Daar lag ik doodstil en doodsbang in een krap gat. Ik heb nog iemand boven me horen lopen. Niemand van de 51 bevrijde gevangenen is door de Duitsers gepakt.”

Hoe lang blijft u uw verhaal nog vertellen?

„Nog lang hoop ik. Mijn verhaal is vastgelegd op dvd, dus over vijfentwintig jaar vertel ik het nog.”