Duitse neonazi's: verbod of niet?

Na een reeks racistische moorden groeit in Duitsland de roep om een verbod van de Nationaaldemocratische Partij. Veel politici voelen daarvoor. Maar er zijn ook veel argumenten tegen.

De ontdekking van een extreem-rechts terreurnetwerk leidt in Duitsland tot een hoog oplopend debat. Moet de NPD, een rechts-radicale politieke partij, worden verboden of juist niet? Tegelijk liggen de Duitse veiligheidsdiensten onder vuur wegens jarenlang falen in deze geruchtmakende zaak. Hun effectiviteit wordt in twijfel getrokken. Ze hebben zowel bij burgers als in de politiek vertrouwen verloren.

Het zestigjarig bestaan van het Bundeskriminalamt (BKA), de federale recherche, had deze week groots moeten worden gevierd. In plaats daarvan heerste dodelijke ernst op een bijeenkomst in Wiesbaden, waar gesproken werd over het spanningsveld tussen vrijheid en veiligheid.

De opperspeurder van Duitsland, BKA-chef Jörg Ziercke, gaf eerlijk toe dat het geloof in de veiligheidsdiensten is verdampt en nu weer „moeizaam moet worden herwonnen”. Daarvoor is betere samenwerking nodig tussen de landelijke opsporingsorganen en die van de verschillende deelstaten.

Zijn politieke baas, minister van Binnenlandse Zaken Hans-Peter Friedrich, dempte de hoop op een snel verbod van de Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD), die als kwade genius wordt gezien achter een serie aanslagen van twee neonazi’s. „De regering zal alle middelen onderzoeken om de NPD te verbieden”, zei Friedrich. „Maar haastwerk is er niet bij. Grondigheid is geboden. Het tegenovergestelde van goed gedaan is goed bedoeld.” Vandaag wordt op regeringsniveau overleg gevoerd over het partijverbod.

Het is een maand geleden dat bij toeval aan het licht kwam dat de twee neonazi’s Uwe Böhnhardt en Uwe Mundlos de vermoedelijke daders zijn van een reeks racistische moorden in Duitsland. Tussen 2000 en 2006 werden verspreid over het land negen allochtone middenstanders en een politieagente vermoord. In Keulen werd een aanslag met een spijkerbom gepleegd in een wijk waar veel allochtonen wonen.

Böhnhardt en Mundlos pleegden vorige maand vlak voor hun aanhouding zelfmoord. Ze lieten een videoboodschap achter waarin ze de verantwoordelijkheid voor de aanslagen opeisen. Hun vriendin, die als kroongetuige geldt, zit sindsdien vast en wordt verhoord. Een aantal vermeende handlangers is eveneens opgepakt, onder wie een voormalige functionaris van de NPD.

Steeds duidelijker begint te worden dat in Duitsland een goed georganiseerd en zwaar bewapend netwerk van rechts-radicale terroristen en hun helpers jarenlang ongehinderd heeft kunnen moorden en roven. Voor een land met een naziverleden is dat uiterst pijnlijk. De autoriteiten, met de politiek voorop, moesten de afgelopen weken diep door het stof.

Na de bekentenissen van Böhnhardt en Mundlos is haast reflexmatig de discussie ontbrand over de vraag of de NPD moet worden verboden. Dit felle debat verdringt momenteel de minstens zo prangende vraag waardoor het opsporingsbeleid van de veiligheidsdiensten faalde.

De staat heeft ruim tien jaar geleden ook al eens geprobeerd de NPD te verbieden, een poging die volledig mislukte. Aan de kernvraag of de NPD ongrondwettelijk is en om die reden moet worden verboden, kwam het betreffende gerechtshof niet eens toe. Het onderzoek werd gestaakt toen naar buiten kwam dat de binnenlandse veiligheidsdienst infiltranten in de NPD had zitten. De rel die dat ontketende, maakte een zorgvuldige juridische afweging onmogelijk. De staat leed gezichtsverlies; de NPD gold als winnaar.

Hans-Jürgen Papier, de gezaghebbende oud-voorzitter van het Bundesverfassungsgericht, het federale constitutionele hof, vreest dat de politiek ook dit keer te vroeg tot de conclusie dreigt te komen dat de NPD moet worden verboden. Verschillende partijen in de Bondsdag hebben al laten weten voor een verbod te zijn.

Een partijverbod wegens ongrondwettelijk handelen kent in Duitsland hoge drempels. „Je moet aantonen dat de hele partij – en niet een enkele functionaris – bij de aanslagen was betrokken en de rechtsstaat te gronde heeft willen richten. Dat is geen eenvoudige zaak”, meent Papier.

Een tweede mislukte poging om een partijverbod er bij het Bundesverfassungsgericht door te krijgen, zegt hij, „zou fataal zijn voor de politieke cultuur in Duitsland.”

Intussen is de vraag waarom de neonazi’s zo lang hun gang konden gaan, nog lang niet beantwoord. Dat de opsporingsdiensten hebben geblunderd, staat vast. De autoriteiten werken aan een „foutenanalyse”, maar het is een publiek geheim dat het Duitse federale stelsel een kolossale hindernis vormt bij de afstemming over opsporingskwesties tussen de veiligheidsdiensten van de centrale overheid en die van de deelstaten.

De nauw verholen animositeit tussen de Bundesnachrichtendienst (de binnenlandse veiligheidsdienst) en het Bundeskriminalamt (de federale recherche) werkt ook contraproductief. Een oud-agent van de Bundesnachrichtendienst zei het op televisie zo: „Iedereen gaat z’n eigen gang. Overleg is er nauwelijks. Men ziet elkaar eerder als concurrenten dan als collega’s.”

Als veelzeggend voorbeeld geldt dat de binnenlandse veiligheidsdienst van de deelstaat Thüringen ooit aan de collega’s in Nedersaksen vroeg om de daar woonachtige neonazi Holger G. in de gaten te houden. De veiligheidsdienst van Nedersaksen had zijn eigen agenda en liet G. z’n gang gaan, in de foute veronderstelling dat hij een meeloper was. Nu blijkt dat de inmiddels gearresteerde G. waarschijnlijk een belangrijke handlanger van het duo Böhnhardt en Mundlos was.

„Thüringen en Nedersaksen zijn buren. Ze hebben de mogelijkheid om informatie uit te wisselen. Maar hun veiligheidsdiensten werken alsof ze op verschillende planeten zitten, zonder moderne communicatiemiddelen”, aldus de eerder aangehaalde veiligheidsagent.

    • Joost van der Vaart