Doormodderen, geen echte keuze maken, is geen optie

De Europese leiders staan voor een duivels trilemma, betoogt politiek-econoom Dani Rodrik. Democratie, nationale soevereiniteit én vrijhandel met een gezamenlijke munt gaan niet samen. Ze moeten twee van de drie kiezen. Zijn advies: ‘Geef soevereiniteit op.’

Den Haag, 02-12-2011. Dani Rodrik, econoom. Foto: Leo van Velzen NrcHb.

Europa lijkt eruit. Er komen bijna-automatische sancties voor eurolanden die lichtzinnig schulden maken. Hèhè, eindelijk een oplossing voor de eurocrisis.

Niet volgens Dani Rodrik, hoogleraar politieke economie aan de vermaarde Harvard-universiteit. Volgens hem is zo’n aanpak van de eurocrisis een kort leven beschoren. „Dat wordt een vorm van kolonialisme. De sterke landen dicteren de zwakke landen. Die moeten hun soevereiniteit opgeven aan de sterke landen. In moderne democratieën zal dat onaanvaardbaar blijken. En terecht.”

Rodrik is ervan overtuigd dat de eurozone zonder politieke eenwording niet kan voortbestaan. Vorige week was hij in Nederland om een lezing te geven bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Daar sprak ook de invloedrijke commentator Martin Wolf van de Britse krant Financial Times. Premier Mark Rutte (VVD) lunchte met beide sprekers. Het gesprek was zó geanimeerd, dat de lunch uitliep.

Rodrik is een denker over mondialisering. Hij schreef boeken over de toenemende handels- en geldstromen tussen landen. Van het idee dat staten machteloos staan tegenover mondialisering moet hij niks hebben. Sterker, landen als China floreren juist omdat de regering de eigen markt niet volledig openstelt. Zo zijn ook de Verenigde Staten groot geworden, schrijft hij in zijn laatste boek The Globalization Paradox.

Markten en overheden zijn geen substituten, ze zijn juist complementair. Rijke landen hebben niet alleen grote markten, maar ook grote overheden. Waarom is de Nederlandse overheid verhoudingsgewijs veel groter dan die in de Verenigde Staten? Omdat Nederland een handelsnatie is en een open economie heeft. De op- en neergangen op de wereldmarkten hebben in Nederland grote invloed. Tegen die risico’s eisen burgers bescherming, in de vorm van sociale zekerheid. Voor Zweden geldt hetzelfde. De VS, Japan en Australië hebben minder open economieën en dus kleinere overheden.

Rodrik bestrijdt niet dat handel voor welvaart zorgt. Hij bestrijdt dat internationale handel altijd goed is. Regeringen moeten kiezen: willen ze hun markten volledig openstellen voor internationale handel en kapitaal, dan moeten ze óf democratische inspraak inleveren, óf soevereiniteit. Wereldmarkt, soevereine staat en democratie kunnen niet naast elkaar bestaan, betoogt Rodrik. Landen moeten twee van de drie kiezen.

In zijn boek beschrijft Rodrik verschillende fases in de eeuwenlange mondialisering aan de hand van dit trilemma. Tijdens de Gouden Standaard in de negentiende en begin twintigste eeuw offerden westerse regeringen democratische inspraak (totdat dat onhoudbaar werd). In 1944 offerden regeringen in de Bretton Woods-afspraken de vrijheid van wereldmarkten (totdat dat onhoudbaar werd). En tijdens de ‘hypermondialisering’ van de afgelopen decennia, gaven veel landen soevereiniteit op: ze hadden weinig zeggenschap over de markten.

Europa was lang de uitzondering op zijn regel, dacht Rodrik. Europa verenigde wél alledrie: natiestaat, democratie en wereldmarkt. Tot de financiële crisis van 2008. Die legde de spanning bloot tussen de economische integratie van de eurolanden, de nationale democratieën en de soevereiniteit van eurostaten. Het trilema is terug. Neem Griekenland. Dat land zit in een keurslijf dat lijkt op de Gouden Standaard: de democratie staat buitenspel.

Wat vindt u van de Nederlandse inzet in de aanpak van de schuldencrisis?

„Die is illustratief voor wat er verkeerd is aan de Europese aanpak. Duitsland en Nederland hebben de ruimte hun economie te stimuleren en dat zouden ze ook moeten doen. Ze moeten niet bezuinigen, maar burgers aansporen meer te consumeren. Alleen dan kunnen Zuid-Europese landen hun concurrentievermogen vergroten. Ook moet Nederland af van die oogklepachtige obsessie met lage inflatie. Hogere inflatie is juist een belangrijk deel van de oplossing. En de Nederlandse regering moet zijn riedel – bezuinigen, bezuinigen, bezuinigen – veranderen. Voor landen als Portugal biedt alleen bezuinigen geen uitweg. Op bezuinigen hameren houdt de misleidende fabel in stand dat sommige eurolanden hebben gezondigd en alleen verlossing kunnen krijgen door zichzelf pijn te doen.”

U heeft met Mark Rutte geluncht. Was hij het met u eens?

„Hij was bereid deze boodschap over te brengen aan Nederlandse kiezers. Maar hij uitte twijfels of Angela Merkel dat ook zou kunnen en willen doen. En dat is het land waar het natuurlijk echt om gaat.”

Dat is een makkelijke uitvlucht!

„Dat is uw interpretatie.”

Wat is uw advies aan de Europese regeringsleiders [die vandaag en morgen bijeenzijn]?

„Ze moeten voor één keer ambitieuzer zijn dan de markten verwachten. Er moet een geloofwaardig plan komen dat leunt op twee pijlers. Eén: een begrotingsunie mét Europese politieke instituten, die zorgen voor echte inspraak en verantwoording. Twee: de erkenning dat een groot deel van het probleem in schuldenlanden ligt in het feit dat er lage groei en gebrekkige concurrentiekracht is. De Europese Centrale Bank zou hogere inflatie moeten nastreven: geen 2 procent maar 4 procent. Als daardoor de euro in waarde daalt, kan Zuid-Europa sneller concurrerend worden. Op de wereldmarkt worden hun exportproducten dan immers goedkoper. Bovendien verlaagt inflatie de loonkosten in Zuid-Europa. Politiek gezien is een loonsverlaging bijna onmogelijk door te voeren. Maar als ze de lonen gelijk houden bij hogere geldontwaarding, dan dalen de reële lonen van Zuid-Europese werknemers. Ook dat verhoogt hun concurrentiekracht.”

Is een strenger toezicht op de naleving van de begrotingsregels niet genoeg?

„Een beperkte begrotingsunie waarin Brussel louter landen disciplineert, die de regels overtreden, is niet genoeg. Technocraten kunnen de euro niet redden. Dat is economisch en politiek onhoudbaar. Technocraten zijn verantwoordelijk voor het volstrekt mislukte reddingsplan voor Griekenland. Dat is bedacht door technocraten van de Europese Commissie, het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Centrale Bank. We leven niet in een wereld waarin technocraten objectieve bewakers van de goede orde zijn, die beleid kunnen maken voor iedereen. Het beeld dat politici er louter zijn om de goede plannen van technocraten te verpesten, is onjuist. Er is een bredere begrotingsunie nodig, die meer lijkt op de Verenigde Staten. Die kan niet gerund worden door technocraten.”

Moeten er dan Europese verkiezingen voor een Europese regering komen?

„Het is niet per se de bedoeling om een nationale regering na te bouwen op Europees niveau. Het is een open vraag hoe dat nieuwe politieke beest eruit ziet. Daar moet over gedebatteerd worden. Maar het is duidelijk dat regeringen aan hun kiezers moeten uitleggen dat het zwaartepunt bij beslissingen over het economisch beleid verschuift naar Europa. De gang van zaken rond de Europese Grondwet, die in 2005 mislukte, laat zien hoe moeilijk dit proces is. Ik denk daar niet lichtzinnig over. De Verenigde Staten hebben er meer dan een eeuw over gedaan om dit soort instituties te creëren.”

In de Verenigde Staten ging de Burgeroorlog (1861-1866) over deze kwestie.

„Jazeker, de oorlog tussen de noordelijke en de zuidelijke staten, die de noordelijke staten uiteindelijk wonnen, ging net zoveel over de handelspolitiek als over de slavernij. Het was in feite een conflict over de vraag welke instituties zouden heersen, die van het zuiden of die van het noorden. Europa staat voor hetzelfde probleem, al is het minder groot dan in de VS. Het centrum van de unie in Brussel moet uiteindelijk belasting kunnen heffen en geld kunnen overmaken naar lidstaten, bijvoorbeeld als de werkloosheid snel toeneemt. Dat is de enige manier waarop de euro te handhaven is. Als Amerikaanse staten als Californië en Florida in een recessie raken, dan worden de scherpe kanten verzacht door geld uit Washington, steun in de vorm van werkloosheidsuitkeringen. De federale regering zal Californië echter niet redden als het begrotingsproblemen heeft. In ruil daarvoor heeft Californië een stem in het Congres in Washington. Europa is daar ver van verwijderd, en dit krijg je niet in een nacht voor elkaar, maar de Europese leiders moeten inzien dat dit de stip is aan de horizon.”

Dit is voor veel regeringen en burgers onacceptabel.

„Dat begrijp ik. Voorwaarde is dat burgers zich vertegenwoordigd voelen in het centrum van de Unie. Ze moeten het gevoel hebben dat ze in Brussel zeggenschap hebben. Nu maakt Brussel beleid en hoeft het nauwelijks politieke verantwoording af te leggen. De nationale regeringen moeten politieke verantwoording afleggen over beleid dat ze niet maken. Dat creëert enorme spanning. Ik kan me voorstellen dat een soort ‘Verenigde Staten van Europa’ een stap te ver is. Het vereist namelijk dat Nederlanders zich één voelen met Grieken en Italianen. Als politieke leiders die kant niet opwillen, dan kunnen ze beter besluiten uit elkaar te gaan. Hoe onwaarschijnlijk en gestoord dat scenario nu ook lijkt, beter een gecontroleerde chaos dan een ongecontroleerde chaos. Laat de euroleiders in dat geval toegeven dat er een fout is gemaakt door één munt te introduceren in zoveel landen. Dan moeten ze terug naar een lichtere vorm van economische integratie: de gemeenschappelijke markt. Doormodderen, geen echte keuze maken, is geen optie. Dan forceren de markten uiteindelijk een breuk. Dat wordt een nachtmerrie.”

Hoeveel tijd hebben de Europese leiders nog?

„Het zou al wel eens te laat kunnen zijn. Als de leiders deze week de verwachtingen niet overtreffen, dan kan de eurozone snel ontrafelen.”

Hoe ziet dat eruit?

„Uit angst voor een breuk stokken de financiële markten en financieren banken geen bedrijven meer. De handel tussen eurolanden stort in. De zwakke landen zien zich gedwongen de euro te verlaten. Overheden moeten banken nationaliseren, en kapitaalcontroles invoeren – anders vlucht al het geld uit de zwakke landen naar de sterke landen. De eurolanden zijn financieel en economisch zó verknoopt, dat het doorsnijden van die banden leidt tot een ergere krimp leidt dan die tijdens de Grote Depressie in de jaren dertig. Er is geen historische parallel: zo’n geïntegreerde, monetaire unie is niet eerder in de geschiedenis opgebroken. Dus we kunnen alleen maar raden naar de gevolgen. Ik ben er niet zeker van dat de Europese leiders de consequenties van doormodderen werkelijk begrijpen. Soms krijg ik het gevoel dat ze in de afgrond staren en zich afvragen hoe ze erin zullen springen: hoofd eerst of voeten eerst? Het is tijd voor een echte keuze: de euro redden en een politieke unie optuigen, of geen politieke unie en de euro terugdraaien.”

Sterke landen moeten geld geven aan zwakke landen, hun begrotingstekorten laten oplopen, hogere inflatie accepteren, allemaal om de zuidelijke landen te helpen. Waarom moeten sterke landen betalen voor de fouten van de zwakke landen?

„Dat is geen liefdadigheid, het is in hun eigen belang. Een breuk is ook voor de sterke landen een ramp. Bovendien zijn de banken in de sterke landen, die lustig leenden aan de zwakke landen, net zo schuldig aan de huidige crisis.”

Hoe kunt u er zo zeker van zijn dat een los verband van landen niet werkt? Wat Europa probeert is uniek.

„Een eenheidsmunt is onhoudbaar zonder een politieke gemeenschap. Besluiten over economische politiek die Europa neemt, moeten democratisch te toetsen zijn. Niet door een paar rijke landen, maar door alle eurolanden. Dat is de enige manier waarop een muntunie ooit democratisch kan zijn. Anders wordt het een keurslijf, waartegen de bevolking in bepaalde landen uiteindelijk nee tegen zal zeggen.”

Volgens Martin Wolf stelt u de keuze tussen mondialisering, democratie en soevereiniteit te zwart/wit voor. Elk zinnig westers land zal streven naar zoveel mogelijk van alledrie. Niet naar 100 procent van twee.

„Ik denk niet dat het kan. Je moet twee van de drie kiezen. Of je levert democratische zeggenschap in, of je geeft soevereiniteit op aan Europa, of je geeft je munt op. Je kunt het niet allemaal hebben. De beste oplossing is soevereiniteit afstaan en meer democratische zeggenschap verwerven in die nieuwe Europese macht.”

Marike Stellinga

    • Marike Stellinga