De bochten van premier Rutte

Het regeerakkoord van het kabinet-Rutte zit het kabinet-Rutte in de weg. Dat wil zeggen: als het gaat om Europa. De komende periode, staat in het uit 2010 stammende regeerakkoord, worden geen nationale bevoegdheden aan de Europese Unie overgedragen. Met het Verdrag van Lissabon „is de grens bereikt”.

De schuldencrisis in de eurozone is slechts op te lossen met het geven van middelen aan instanties als de Europese Commissie. De begrotingsdiscipline die ‘Brussel’ de lidstaten dwingend moet gaan opleggen, met financiële sancties als stok achter de deur, is zo’n voorbeeld van een bevoegdheid die de nationale soevereiniteit aantast, zeker als dat gepaard gaat met economische coordinatie..

Toch praat premier Mark Rutte zich in ieder debat met de Tweede Kamer hierover de blaren op de tong om vast te stellen dat er géén sprake is van overdracht van nationale bevoegdheden, en er dus geen aantasting is van het regeerakkoord dat zijn partij, de VVD, met het CDA is overeengekomen. Het akkoord waardoor het kabinet, met gedoogsteun van anti-Europapartij PVV, kon gaan regeren.

Rutte en zijn staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, de CDA’er Ben Knapen, erkenden gisteravond dat zij bereid zijn mee te werken aan „een kleine verdragswijziging” die begrotingsdiscipline afdwingbaar moet maken. Een mogelijk volgende stap is dat financieel falende lidstaten stemrecht wordt ontnomen of zelfs uit de eurozone worden gezet, waarvoor, aldus Knapen, zelfs „een stevige verdragswijziging” nodig is.

Het valt niet in te zien hoe tegelijkertijd sprake kan zijn van verdragswijzigingen en geen overdracht van bevoegdheden. Rutte maakte een vergelijking en die eerder een strijdigheid met dan een ondersteuning van zijn opvatting was: er was al een maximumsnelheid voor een weg vastgesteld en nu wordt politie ingevoerd om overtreders te beboeten.

Alleen zit die politie wel in Brussel; de Europese Commissie krijgt het instrument – en dus de bevoegdheid – om nationale staten te straffen.

De PvdA betoogde gisteravond dat voor dergelijke soevereiniteitsoverdracht nieuwe verkiezingen nodig zijn. Dat is niet de aangewezen weg. Vervroegde verkiezingen zijn nodig als het kabinet het vertrouwen van het parlement verliest. Wel is duidelijk dat hoe belangrijker ‘Europa’ voor het kabinetsbeleid wordt, en een gewichtiger onderwerp is nu niet denkbaar, hoe groter de kloof is tussen VVD/CDA en gedoogpartner PVV. Een nieuw regeerakkoord, een minderheidskabinet dat desnoods nieuwe partners zoekt – het zijn zeker in deze crisistijd logischer oplossingen dan een voortijdige gang naar de stembus.