'China moet met één mond twee liederen zingen'

De Chinees-Taiwanese schrijver Chan Koonchung boekt een ondergronds succes met een kritische roman. ‘Ik schreef het voor mijn vrienden in Peking.’

„De beruchte roman die niemand in China durfde te publiceren…”, staat er prominent op de cover van ‘De Vette Jaren’ van de Chinees-Taiwanese schrijver Chan Koonchung. Het boek kwam twee maanden geleden in Nederlandse vertaling uit en is niet in China gepubliceerd. Maar wel al door miljoenen Chinezen gelezen. Stiekem. Door verkoop onder de toonbank, maar vooral: op het internet.

„Het verspreidt zich als een lopend vuurtje, ondanks de goed georganiseerde censuur van de Partij”, vertelt Chan Koonchung. Hij is lang, met sluik donkergrijs haar dat in een bob zijn gezicht omlijst. Hij praat bedachtzaam. „Mijn boek wordt gedelete van de ene website, duikt weer op op de volgende, wordt weer gewist. Het is een kat- en muisspelletje.”

Waarom de Communistische Partij van China het boek van intellectueel Chan verboden heeft is duidelijk: het is een kritisch manifest over het huidige China en de macht van de Partij, verhuld in romanvorm. Over overheidsterreur, de onderdrukking van religie, censuur en collectief geheugenverlies.

In uw boek zijn alle Chinezen gelukkig, omdat de overheid MDMA in het leidingwater stopt. Zijn Chinezen nu gelukkig?

„Vergeleken met 30 jaar geleden is China vrijer. De meeste mensen kunnen gelukkig leven binnen deze 90 procent vrijheid. Maar het probleem is dat ze geen alternatief voor de Partij zien. Ze profiteren van de economische groei die het autoritaire regime brengt, en vrezen chaos.”

Vrezen ze chaos meer dan ze vrijheid wensen?

„Dat probeert de Partij ze wel wijs te maken. Kies je voor anarchie of kniel je voor de Leviathan? In de jaren tachtig geloofde men dat er een derde optie was. Maar nu knielen de meeste mensen. Er zijn wel protesten, maar die zijn gebaseerd op persoonlijke belangen. Van boeren, huizeneigenaren, fabriekseigenaren – niet ideologisch maar economisch.”

Is het gebrek aan vrijheid dan deels de schuld van de Chinezen zelf?

„Ja, daar zinspeel ik op. In mijn boek dwingt de overheid de mensen niet om de verloren maand te vergeten: dat doen ze uit zichzelf. Ik heb het gevoel dat Chinezen voor sommige dingen hun ogen sluiten. De ex-leden van de Rode Garde bijvoorbeeld, de jeugdbeweging van Mao Zedong, worden nu op scholen verwelkomd om te praten over hun idealen destijds. Iedereen vergeet voor het gemak dat ze tijdens de Culturele Revolutie rectors en leraren op diezelfde scholen dood hebben geslagen. Natuurlijk is het niet onterecht dat mensen bang zijn. Als er weer ideologisch protest zou komen, zou dat keihard neergeslagen worden, net als in de jaren tachtig.”

Zal China een democratie worden?

„Niet in westerse zin. China zal zijn eigen weg gaan. Het is jammer dat het Westen nu in crisis is, want voorheen keken Chinezen op naar het Westen om zijn welvaart en democratie. Nu geloven ze de Partij als die zegt dat democratie inefficiënt en chaotisch is, en haar eigen problemen niet kan oplossen. Dat onze manier, de autoritaire manier, de enige manier is om vooruit te komen. Bovendien is het moeilijk om hervormingen door te voeren, omdat de Partij een collectief leiderschap heeft. De opvolgers worden al twee termijnen van tevoren bepaald, om ruzies te voorkomen. ”

Waarom heeft u deze roman geschreven?

„Het is niet gemakkelijk accuraat te beschrijven wat er in China speelt. Tijdens de Tangdynastie was er een oude zangeres die met één mond twee liederen kon zingen. Die vaardigheid hebben we ook nodig om het huidige China te beschrijven. En dat kan alleen in een roman. Ik schreef het boek vooral voor mijn intellectuele vrienden in Peking, omdat zij altijd discussiëren over China. Zodra het in Hongkong gepubliceerd werd, heb ik twintig stuks naar Peking gestuurd. Hun reactie was: je zit er heel dicht bij. Dat is het grootste compliment waarop ik kon hopen.”

Welk commentaar hadden ze nog?

„Een vriend zei: eerst stonden we voor verschillende poorten, nu staan we eindelijk allemaal voor dezelfde poort. Maar de roman laat ons niet zien hoe we door de poort heen moeten breken. Ik denk alleen niet dat het de rol van een romanschrijver is om oplossingen te bieden.”

Na uw vrienden hebben nog miljoenen Chinezen uw boek gelezen. Hoe kan dat als het boek verboden is?

Toen ik begon met schrijven wist ik al dat het nooit geschikt zou kunnen zijn voor de Chinese markt. Ik heb dus niet eens geprobeerd zelfcensuur toe te passen. Nadat het boek in Hongkong en Taiwan werd gepubliceerd schreven de grote Chinese kranten en tijdschriften erover. Snel, voordat de Partij het kon verbieden. Zo werken de Chinese media constant: voordat de Partij het rode licht aanzet, trappen ze snel het gas in en scheuren door oranje. Omdat de kranten erover schreven heeft iemand het binnen de Chinese firewall online gezet in een Chinees dat iedereen kon lezen. Zo verspreidde het boek zich online. Het is jammer dat er op internet geen goede discussie over het boek kan ontstaan. In real time is het verspreiden van het boek, en discussie erover, niet te stoppen, maar uiteindelijk wordt het weer verwijderd, soms na een uur, soms na een dag. Discussie kan dus niet opbouwen.”

Bent u bang dat u iets gebeurt?

„Ik moet me daar wel op voorbereiden ja. Het is in het verleden wel gebeurd dat schrijvers in moeilijkheden kwamen toen hun boek toegankelijk werd. Mijn boek is nu in twaalf talen verschenen. Ik hoop maar dat de overheid me met rust laat.”