Cameron speelt hoog spel en riskeert Brits isolement

Voor de Britse premier Cameron is de top cruciaal. Kan hij buiten de eurozone de voordelen van de gemeenschappelijke Europese markt behouden?

Of Angela Merkel haar ingrijpende verdragswijziging vanavond of morgen krijgt, hangt af van haar 26 EU-collega’s, van allemaal. Want het Europees verdrag kan alleen worden gewijzigd – althans volgens de grondige methode die Merkel het liefst wil gebruiken – als alle 27 regeringsleiders ermee instemmen.

De Britse positie drijft die kwestie nu op de spits. Want één van Merkels belangrijkste opponenten is de Britse premier David Cameron. Maandag zei hij dat de Britten, die geen euro hebben, in ruil „soevereiniteit terug willen” van Brussel. Maar Cameron kan het niet te hard spelen. Op de vorige Europese top, eind oktober, deed hij dat en toen kreeg hij iedereen over zich heen – zelfs andere niet-eurolanden. Hij eindigde volgens betrokkenen „compleet geïsoleerd”.

Wat Cameron wil, is greep houden op wat de ‘harde kern’ van de EU wil – de zeventien eurolanden dus. Alleen zo kunnen de Britten optimaal profiteren van de Europese vrije markt. Hij vreest bijvoorbeeld dat de zeventien, buiten de niet-eurolanden om, extra financiële regulering afkondigen die de Londense City, het financiële hart van het land, hard zal treffen. Hij is ook bang dat zij een transactiebelasting doordrukken.

Cameron staat onder druk van invloedrijke partijleden, die een referendum willen over het Britse lidmaatschap van de EU, als er een Europese verdragswijziging komt. Een topfunctionaris in Brussel zei dat andere landen begrip hebben voor het feit dat Cameron onder druk van deze eurosceptici ,,ergens mee thuis moet komen’’, en dat ze hem ,,willen helpen’’. Maar waarmee, is onduidelijk. Wat Cameron precies op de top vraagt als wisselgeld voor de verdragswijziging, wilde hij gisteren nog niet tegen zijn collega’s zeggen.

Op de vorige top, op 23 oktober, kwam Cameron naar Brussel met twee alinea’s die hij in de slotverklaring van de 27 wilde hebben. Zweden en Tsjechië hadden die alinea’s ook ondertekend. De tekst verwoordde hun angst voor een clubje eurolanden dat afspraken maakt waar niet-eurolanden last van hebben.

Er stond bijvoorbeeld dat de ‘ins’ alles wat ze doen met de ‘outs’ moeten bespreken en ook (in de typische crypto-toppentaal) dat „werken aan betere economisch bestuur in de eurozone rekening moet houden met en moet leiden tot concrete en effectieve mechanismes om te zorgen dat de integriteit van de interne markt met 27 volledig bewaard blijft”.

Zodra Europees president Herman Van Rompuy de alinea’s had gelezen veranderde hij, met ieders instemming, woorden in de ontwerp-slotverklaring om Cameron gerust te stellen. Zo zullen de 17 hun agenda langs de 27 circuleren, en zullen toppen met 17 nooit vóór maar ná toppen met 27 plaatsvinden.

Maar iedereen struikelde over die „concrete mechanismes”. Het was duidelijk wat Cameron bedoelde: uitzonderingsmaatregelen, waarin de Britten een lange traditie hebben bedongen. De 17 vonden dit getuigen van „wantrouwen”. Zeven van de tien niet-eurolanden sloten zich daar meteen bij aan. De ‘outs’ zijn, zo bleek weer, geen homogene groep: zes van hen, Polen en Denemarken voorop, willen dichtbij de eurozone blijven en doen mee aan alle afspraken voor meer economic governance. Toen ze dat doorhadden, hielden zelfs de Zweedse en Tsjechische mede-ondertekenaars zich muisstil.

Cameron nam het woord om, volgens een betrokkene, „te lang en te fel” te vertellen wat hij wilde: „Pedant waarschuwde hij eurolanden voor de laatste keer.”

Dat werd de Franse president Nicolas Sarkozy teveel. Dagen eerder had Sarkozy ECB-voorzitter Trichet afgedroogd, nota bene op diens afscheidsfeestje in Frankfurt. Nu kreeg Cameron de volle laag. De Britten moesten ophouden eurolanden „de les te lezen en vervolgens elke oplossing blokkeren”, schreeuwde Sarkozy.

Ook Commissievoorzitter José Manuel Barroso was in vorm. Het Europees verdrag, zei hij, verplicht elk EU-land de euro te nemen. Dat sommigen (Groot-Brittannië, Denemarken) een opt-out hadden gekregen, was al een schending van het verdrag. Dat anderen zónder opt-out wegkwamen met niet meedoen aan de euro (Zweden) eveneens. En nu remden zij diegenen die zich wél aan de regels hielden? Het moest niet gekker worden. Daarna kwam Van Rompuy, die zelden zijn stem verheft. Nadrukkelijk verwees hij Camerons „concrete mechanismes” naar de prullenbak. Zoiets speelt de EU uit elkaar, en hij zou dat niet laten gebeuren. Einde discussie.

De les die de Britse premier nu kan trekken, lijkt dat hij best iets mag vragen in ruil voor een verdragswijziging. Maar niet teveel. En vooral niet op hoge toon, want daarmee riskeert hij de Britse inzet, zegt een hoge functionaris.