'Bij elk personage bedenk ik een nieuwe tekenstijl

De jong Belg Brecht Evens maakt strips met ecoline en plakkaatverf. Zijn vorige boek is een internationaal succes, onlangs verscheen de opvolger, De liefhebbers.

Of het interview per mail kan, want dat is „lekker rustig”? Een vraag die je niet verwacht van een twintiger die, nadat hij op het stripfestival van Angoulême de Prix de l’Audace kreeg (vrij vertaald de waaghalsprijs), meteen de microfoon greep om zijn telefoonnummer uit de delen. „Ik wilde iedereen uitnodigen voor een feestje.”

Met zijn vorige strip Ergens waar je niet wil zijn, over een mislukt feest vol onzekere twintigers, kaapte de 26-jarige Belg Brecht Evens talrijke Europese stripprijzen weg. Hij werd ingelijfd in het fonds van de Britse uitgever Jonathan Cape, die ook Raymond Briggs en Marjane Satrapi uitgeeft, en vertalingen in het Frans, Engels, Italiaans, Spaans en Koreaans gaan vlot over de toonbank. Met zijn recent verschenen De liefhebbers gaat het dezelfde kant op.

Evens lijkt weinig gemeen te hebben met het hoofdpersonage van zijn nieuwste strip, de miskende beeldhouwer Pieterjan. „Autobiografische elementen vormen een deel van de puzzel. Maar het leuke is dat autobiografische passages veranderen door de context waarin je ze zet”, mailt hij. „De eerste zinnen van mijn ijdele hoofdfiguur over ‘de taken van de kunstenaar’ zijn over mijn eigen lippen gerold in de kroeg.”

Evens laat de „zelfbewuste” kunstenaar Pieterjan belanden op een expositie in het Vlaamse platteland. Meer bepaald een biënnale in Beerpoele: een gehucht dat wordt bewoond door creatieve psychoten, onhandige zondagsschilders en vroegrijpe zeventienjarigen. In een afwisseling van paginagrote tekeningen en gedetailleerde natuurtafereeltjes schetst Evens de confrontatie van de grootsteedse beeldhouwer met de wereld van de kunstliefhebbers.

Net als in Ergens waar je niet wil zijn doet hij dat zonder strakke lijnen of contouren. Beelden worden opgebouwd uit ruwe, kleurige tekeningen met ecoline (vloeibare aquarelverf) of plakkaatverf waarin Evens met stiftjes en kleurpotloden details aanbrengt. Een eigen stijl wil de Belg het niet noemen: „Een eigen stijl hebben is een beetje doodgaan. Strips waarin personages altijd dezelfde gezichten hebben zijn saai. Interessanter is de tekenwijze van een figuur te laten afhangen van zijn karakter. Het gezicht van de psychoot Dennis is gedetailleerd uitgewerkt. Hij wordt daardoor onheilspellender, unheimlich bijna.”

Personages zien er in Evens’ werk nooit twee keer hetzelfde uit: „Wanneer iemand zich schaamt, zwijgt of een pokerface opzet verdwijnen de ogen of het hele gezicht. Ze worden letterlijk een vlek.”

Beperkt door het stripmedium voelt de tekenaar zich zelden: „Ik teken om mijn fantasiewereld echter, tastbaarder te maken en strips zijn hiervoor een dankbaar medium; de middelen zijn goedkoop, de mogelijkheden eindeloos.”

Evens laat zich evenmin weerhouden door stripconventies, zoals tekstballonnen: „Ik vind het lelijke vormen die de diepte uit een beeld halen. Bij mij staat tekst in verschillende kleuren, elke kleur correspondeert met een personage. Zo kan ik in het beeld tonen wat ik wil, terwijl je toch ziet wie aan het woord is.”

Het enige beperkende aan strips vindt de Belg dat hij niet kan „controleren hoeveel seconden een stilte duurt, zoals bij een theaterstuk of film.” Ongemakkelijke gesprekken en pijnlijke stiltes spelen in De liefhebbers een centrale rol. „Zaken die opvallend niet gezegd worden zijn deel van een dialoog”, volgens Evens. Bijvoorbeeld in de telefoongesprekken die Pieterjan voert met een lief dat zijn beelden liever „in de gang dan in haar eigen woonkamer ziet.”

„Ik wilde een verhaal maken dat gedreven wordt door wat de personages doén. Mijn vorige boek bestond uit mensen die praten terwijl ze rondlopen in een exuberant decor.”

Toch blijft plot voor hem slechts een van de onderdelen van een verhaal, de nadruk ligt op „het universum” in een strip. „Wanneer ik aan een strip begin komt er eerst een plek, een atmosfeer; het nachtleven in Ergens waar je niet wil zijn, het dorp aan het meer in De Liefhebbers.”

De atmosfeer in Evens verhalen doet denken aan schilders als Georg Grosz, Matisse of David Hockney. „Hockney vind ik heerlijk. Hij probeert vaak ‘alles’ in een beeld te tonen, tegelijk. En Charles Burchfield! Een aquarelist waarbij je de muggen hoort zoemen rond een moeras.”

Zijn bewondering voor schilders komt terug in De liefhebbers: zo belandt een van de kunstliefhebbers na een regenbui in een sloot die veel weg heeft van de golf van Hokusai. Evens: „De rechtstreekse verwijzingen zijn een leuk spelletje. Ik schaam me niet om veel te stelen bij verschillende tekenaars. Kleine dingetjes, die ze niet zullen missen.”

Brecht Evens: ‘De liefhebbers.’ Uitgeverij Oogachtend. Zaterdag is Evnes te zien in stripprogramma ‘Beeldverhaal’, Ned. 2, 23.05 uur.