Wees niet zo westers!

Hoera! eindelijk kan ik weer op mijn blog schrijven, en wel op een nieuw vormgegeven pagina. Vanaf nu kunt u behalve mijn tweewekelijkse columns hier ook – zij het met onregelmatige regelmaat – korte stukjes lezen, losse gedachten, belevenissen, minder doorwrocht dan mijn columns, maar gewoon, observaties en muizenissen van een wereldreiziger…. Hier dus nummer

Hoera! eindelijk kan ik weer op mijn blog schrijven, en wel op een nieuw vormgegeven pagina. Vanaf nu kunt u behalve mijn tweewekelijkse columns hier ook - zij het met onregelmatige regelmaat - korte stukjes lezen, losse gedachten, belevenissen, minder doorwrocht dan mijn columns, maar gewoon, observaties en muizenissen van een wereldreiziger….

Hier dus nummer een. Vorige week zat ik op een vergadering van een van die vele organisaties die de VN rijk is. Het onderwerp doet er nu niet zoveel toe, het zijn zoals altijd lange dagen die vroeg begonnen, en formele besprekingen met tolken en microfoons. En daarvoor moet dan nog de email gedaan worden, stukken gelezen worden en zo voort.

Op een ochtend vorige week rende ik dus naar de ontbijtzaal van het hotel, tegen half acht, om in de laatste vijf minuten voor het begin van de vergadering nog even een bakje muesli naar binnen te werken. Daar zaten nog twee andere deelnemers, beiden uit het Midden Oosten, ogenschijnlijk in een lange discussie verwikkeld. Ik kende ze al lang, bekende wetenschappers in hun eigen land. Ik ging een tafeltje verderop zitten en blies over mijn thee zodat ik die zo snel mogelijk op kon drinken. Enkele minuten later stonden mijn collega’s op en ik deed hetzelfde om niet als laatste binnen te komen. Maar tot mijn verbazing hielden ze stil bij mijn tafeltje, schoven aan en begonnen een gesprek over koetjes en kalfjes, ondertussen gebarend dat ik weer moest gaan zitten. “Maar de vergadering begint nu!” zei ik. Toen zei Leila, uit Libanon: “Ja. De vergadering begint. Dus kalm, blijf zitten, wij zijn nu met jou in gesprek.” En toen ik toch aanstalten maakte om op te staan, sprak ze de onvergetelijke woorden: “Wees niet zo westers!”. Het einde van het liedje was dat ik bleef zitten om mijn thee op te drinken, en we tien minuten te laat binnenkwamen, op ons gemak, bijna uitgerust.
Wees niet zo westers - is dat geren en gevlieg echt een westerse eigenschap of haasten ze zich in China of India net zo zeer? Zitten ze op de eilanden in de Stille Zuidzee onder de spreekwoordelijke palmboom omdat er nu eenmaal niet veel anders te doen is? Misschien is het eerder een kwestie van economische ontwikkeling, meer dan van cultuur?