We geven gul, ondanks crisis

Goede doelen krijgen steeds meer giften van particulieren. Zij vullen het gat dat de overheid laat vallen. En nalatenschappen zullen nog belangrijker worden.

Het gaat goed met de goede doelen in Nederland. Dat blijkt uit het jaarlijkse verslag van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF), dat vandaag gepubliceerd is. De opbrengsten uit eigen fondsenwerving van instellingen als KWF Kankerbestrijding en Unicef zijn vorig jaar gemiddeld met 4,7 procent gestegen. Volgens hoogleraar filantropie Theo Schuyt van de Vrije Universiteit moet het beste nog komen.

Het is crisis, maar we geven meer. Hoe verklaart u dat?

Schuyt: „Bedrijven die afhankelijk zijn van aandelen geven minder aan goede doelen in crisistijd. Voor burgers gaat dat niet op. Je wordt lid van Greenpeace of het Rode Kruis uit maatschappelijke betrokkenheid. Zo’n lidmaatschap geef je niet snel op als je minder te besteden hebt, zo blijkt uit onderzoek. Wat ook meespeelt is dat nu de subsidiekraan dicht gaat, instellingen een groter beroep doen op de burger. Er zijn de afgelopen tijd heel wat fondsenwervers aangesteld.”

Neemt het empathisch vermogen van mensen toe naarmate zij het zelf moeilijker hebben?

„Op de korte termijn zal het saamhorigheidsgevoel sterker worden. Maar als de crisis lang aanhoudt nemen de maatschappelijke tegenstellingen toe. Dat zie je in de Verenigde Staten gebeuren, maar ook in Nederland, waar 7 procent onder de armoedegrens leeft. Toch geloof ik niet dat die zaken van invloed zijn op het geefgedrag. Er is al jaren sprake van een constante groei.”

Welke uitkomst uit het CBF-verslag verraste u het meest?

„Dat de overheidssubsidies vorig jaar zouden dalen verbaast mij niet. Maar dat ze met bijna 10 procent daalden had ik niet verwacht. Tussen 2001 en 2010 stegen ze nog met gemiddeld 6 procent.”

U heeft voorspeld dat de Gouden Eeuw van de filantropie nog moet komen. Waar baseert u dat op?

„De komende tien, vijftien jaar zullen er heel wat babyboomers sterven. En geloof me, daar komt héél veel geld bij vrij. Het wordt de grootste intergenerationele vermogensoverdracht in de geschiedenis. Een deel van dat geld gaat naar de nabestaanden, een ander deel komt bij non-profitorganisaties terecht. Voor die organisaties worden nalatenschappen de komende decennia een belangrijke inkomstenbron.”