Screening op kanker verlaagt sterfte

Vrouwen die minstens drie keer hebben meegedaan aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker, hebben bijna de helft minder kans aan die kanker te overlijden. De winst is het grootst voor vrouwen van 70 tot 75 jaar: ruim 80 procent.

Dat blijkt uit Nederlands onderzoek dat gisteren is gepubliceerd in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Cancer Epidemiology, Biomarkers & Prevention.

Er bestaat internationaal een vaak hoogoplopende discussie over de vraag of borstkankerscreening de sterfte aan borstkanker in de praktijk echt verlaagt. Uit onderzoeken die werden gedaan voordat het bevolkingsonderzoek vanaf 1989 in Nederland werd ingevoerd, bleek die sterftedaling wel. Maar er zijn steeds twijfels of die er in de dagelijkse screeningspraktijk ook is.

In Nederland krijgen vrouwen van 50 tot 75 jaar om de twee jaar een uitnodiging voor onderzoek van de borsten. Sinds de invoering van dit bevolkingsonderzoek is de sterfte aan borstkanker duidelijk gedaald, maar in dezelfde tijd is ook de behandeling veranderd. „We konden de bijdrage van de behandeling niet afsplitsen”, schrijven de onderzoekers van het Landelijk Evaluatie Team voor bevolkingsonderzoek naar borstkanker.

In dit nieuwe onderzoek keken ze naar de deelname aan het bevolkingsonderzoek van ruim 750 vrouwen die tussen 1995 en 2003 aan borstkanker overleden. Ze vergeleken die met de deelname aan bevolkingsonderzoek van ruim 3.700 vrouwen, qua risicofactoren vergelijkbaar, die niet aan borstkanker overleden. De 750 overledenen waren alle aan borstkanker overledenen uit een bestand van bijna 370.000 vrouwen uit Zuid-West-Nederland. Bij ruim 8.300 van hen is in die periode borstkanker vastgesteld.

Een probleem van dit onderzoek is dat het detecteren van borstkanker en de sterfte eraan in deze groep nog lang niet ‘af’ is. Borstkanker ontstaat tot op hoge leeftijd en in de praktijk krijgt bijna één op de tien vrouwen in haar leven ooit borstkanker.