Monti schudt de Italianen wakker

Als een meedogenloze Duitse professor legt crisispremier Mario Monti uit dat buiten de euro alleen de afgrond wacht.

Zeventien dagen werkte de Italiaanse crisispremier Mario Monti met zijn technocratische regeringsploeg achter de schermen aan de bezuinigingsplannen. Zondagavond gingen de gordijnen open en maakte Italië kennis met zijn nieuwe werkelijkheid. Het valt niet mee: 30 miljard euro ombuigingen, waarvan tien te herinvesteren, bovenop de 60 miljard van deze zomer.

Zonder wulpse schilderingen, maar met donkerbruin fineer op de achtergrond, schudde Monti de pers en de Italianen definitief wakker. De gulle lach van Berlusconi is ineens verre geschiedenis, laat staan diens beloften over aanstaande wonderen. Tranen van minister van Sociale Zaken Fornero begeleidden de onontkoombare korting op pensioenen.

Onvermoeibaar en als een precieze, rechtvaardige, maar meedogenloze Duitse professor doceert Monti sindsdien waarom dit alles nodig is: „Buiten de euro en het gemeenschappelijk huis van de Europese Unie wacht ons enkel de afgrond, de armoede, de stagnatie, de vrije val van de lonen, het isolement en vooral het ontbreken van een toekomst voor het land en voor de jongere generaties. Er zijn geen alternatieven.” Hij is bezig met een heuse road show: langs de internationale pers, de Senaat, de Kamer, en gisteravond in de tv-salon Porta a Porta waar Berlusconi de afgelopen zeventien jaar het land verleidde.

Niet de emotie gericht op het hart, maar argumenten bedoeld voor de hersenen van de Italianen voeren de boventoon in de toespraken van Monti. De constatering dat diens populariteit ondanks de harde boodschap maar met 9 procentpunten is gedaald tot 64 procent, beantwoordde Monti gisteravond met de hem karakteristieke vileine humor: „Ik had dus harder moeten snijden!” Het wordt vooralsnog gepikt, omdat niemand alternatieven ziet en niemand twijfelt aan Monti’s oprechtheid, nu hij afziet van salaris.

Vanochtend al heeft de clusterbom aan belastingverhogingen die op het land is gevallen zijn effect. Bij de benzinepomp blijkt een volle tank van vijftig liter 5 euro duurder dan gisteren. In de metro en in bars herhalen Italianen wat gisteren op tv werd gezegd: gemiddeld 635 euro inleveren per familie per jaar. Samen met de eerder aangekondigde bezuinigingen gaat dat een Italiaanse familie er de komende vier jaar gemiddeld 6402 euro op achteruit.

De markten sterken Monti in zijn aanpak. Het verschil tussen wat Duitsland en Italië voor een tienjarige staatsobligatie moet betalen is een stuk kleiner geworden sinds het moment dat Berlusconi werd gedwongen af te treden.

De politici kunnen niet anders dan Monti volgen, al was er geen applaus in het parlement. Berlusconi moet slikkend toezien hoe de door hem afgeschafte onroerendgoedbelasting weer wordt ingevoerd. Hij trad terug „uit verantwoordelijkheidszin” en wil dit nu onderstrepen door steun aan Monti. Maar hij weet dat te veel steun de Lega Nord – die fel oppositie voert – in de kaart speelt bij de verkiezingen in 2013.

Pierluigi Bersani, leider van de grootste linkse kracht, de Democratische Partij, zit in een vergelijkbare spagaat. Hij zag af van vervroegde verkiezingen – die zijn partij zou hebben gewonnen – omdat het land zich geen maanden durende verkiezingscampagne kon permitteren. Hij steunt Monti, maar hoort zijn concurrenten ageren tegen de pensioenhervormingen. De drie grote vakbonden hebben voor maandag een eerste symbolische staking aangekondigd – van 2 uur tot 4 uur.

Monti toont begrip voor het ongenoegen, maar heeft geen tijd om naar consensus te zoeken. Hij wil dat zijn maatregelen al dit weekend in de Kamer worden goedgekeurd. „Er is weinig tijd en heel weinig marge voor veranderingen.” Uitstel doet de kosten stijgen. Ook waarschuwde hij: „Dit is maar het begin, al zal ik niet elke zeventien dagen met zo’n ombuiging komen.”

De Italianen weten waar ze aan toe zijn met hun nieuwe premier. Verwijzend naar zijn onverstoorbare strengheid zei Monti: „Ik ben een Noord-Italiaan en kom van ver, bijna van Noorwegen.”