Mobiele providers klem

Drie telecomproviders voelden zich gedwongen om de prijzen te verhogen. Maar het is lastig te bewijzen dat ze afspraken om meer geld te vragen voor mobiele data.

„Makkelijk scoren.” Dat is de term die de telecombranche gebruikt voor beschuldigingen over prijsafspraken. Zeker als ze geuit worden door politici die weten dat de kosten van mobiel internet miljoenen Nederlanders raken – eigenlijk iedereen die een smartphone bezit.

Aan de andere kant hoef je geen complotdenker te zijn om te voorzien dat mededingingsautoriteit NMa vraagtekens zou gaan plaatsen bij een prijsverhoging die KPN, Vodafone en T-Mobile afgelopen zomer kort achter elkaar doorvoerden. KPN klaagde als eerste over teruglopende inkomsten uit belminuten en sms’jes door concurrentie van bellen via internet (Skype) en gratis sms-alternatieven als WhatsApp of Facebook. De nieuwe tarieven voor mobiel internet gingen kort daarna omhoog, ook bij Vodafone en T-Mobile.

Gisteren deed de NMa een inval bij de drie bedrijven, mede naar aanleiding van verklaringen van twee klokkenluiders. Die klokkenluiders waren met hulp van PVV-politicus Jhim van Bemmel in contact gebracht met tv-programma Nieuwsuur. De NMa liet de tv-camera’s meekijken met de invallen, maar benadrukt dat de bedrijfsbezoeken nog niet betekenen dat de providers zich ook schuldig gemaakt hebben aan concurrentievervalsing. Daar is nader onderzoek, onder meer op basis van verhoorde medewerkers, voor nodig.

Het blijft gissen naar de motieven van de twee klokkenluiders, wier identiteit geheim blijft. In hun verklaringen zeggen ze dat ze getuige waren van prijsafspraken, gemaakt tijdens telecombeurzen. „Dat zou een van de domste plekken zijn om zoiets te doen”, zegt een insider die zulke beurzen organiseert. „Als je iets in het geheim wilt doen spreek je af in een afgelegen kroeg, niet tussen collega’s, concurrenten en camera’s.”

De invallen komen op een moment dat de markt voor mobiele providers krimpt. KPN, T-Mobile en Vodafone zitten in hetzelfde schuitje: ze verdienen minder aan klanten die buiten de bundel bellen, snijden in hun personeelskosten en moeten geld reserveren voor investeringen in nieuwe netwerken. De providers klagen over onduidelijkheid over de beschikbaarheid van mobiele frequenties en lobbyen om nieuwkomers van de markt te weren.

Nederland had ooit vijf aanbieders en nu drie. Een typisch oligopolie: elke strategiewijziging heeft directe invloed op concurrenten, en kan zulke nadelige reacties veroorzaken dat het ten koste gaat van alle spelers. Daardoor neigt de markt ‘als vanzelf’ naar prijsafspraken.

In de Verenigde Staten, waar vier providers actief zijn, proberen de overheden te voorkomen dat de markt op slot gaat: marktleider AT&T mag concurrent T-Mobile niet voor 39 miljard dollar overnemen, is onlangs besloten. Maar uiteindelijk zullen de marges in de telecomindustrie zo klein worden dat er wereldwijd een handvol spelers overblijft.

Betalen Nederlandse internetters te veel voor hun mobiele data? Nederland is een middenmoter vergeleken met de rest van Europa, zegt Ed Achterberg van onderzoeksbureau Telecompaper. Maar hij erkent dat het erg lastig is om de marktomstandigheden te vergelijken. „Het is sterk afhankelijk van de aanwezigheid van een uitdager op de markt. In landen als Oostenrijk zijn datatarieven nu extreem laag dankzij een nieuwkomer die met prijzen stunt.” De enige vergelijkbare cijfers die Telecompaper verzamelde zijn de tarieven voor losse data-abonnementen (zie grafiek). De beschuldigingen voor prijsafspraken gingen over de tarieven voor de pre-paidmarkt.

In de publieke opinie zijn de providers al bij voorbaat veroordeeld. Hebben consumenten recht op een schadevergoeding, vroeg de Nieuwsuur-presentratrice zich af. Die vraag komt rijkelijk vroeg, want onderzoek duurt maanden en er is nog geen veroordeling.

Een boete kan lang duren: een ouder NMa-onderzoek, uit 2001, leidde pas eind oktober tot een miljoenenboete voor KPN, Vodafone en T-Mobile. Het vergde tien jaar juridisch getouwtrek om te bewijzen dat de providers – toen nog met Ben, Dutchtone, O2 en Libertel – afspraken maakten over lagere vergoedingen aan dealers.

De vraag is of de NMa nu opnieuw bewijzen kan vinden voor prijsafspraken. Vorige keer was het een bonnetje voor een gemeenschappelijk broodje kroket voldoende aanleiding – nu is iedereen „extreem voorzichtig”, aldus een klokkenluider.