Kunst die je kan frustreren

De Britse kunstenaar Nathaniel Mellors maakt absurdistische films à la Monty Python en Twin Peaks.

Daarvoor won hij de Cobra Kunstprijs Amstelveen.

In een paar zinnen benoemen waar het werk van de Britse kunstenaar Nathaniel Mellors (1974) over gaat, is zo goed als onmogelijk. Neem zijn nieuwste film The Cure of Folly, het derde deel uit zijn soapserie Ourhouse over de excentrieke familie Maddox-Wilson. Daarin trekt een bonte stoet van carnavaleske figuren voorbij die, gezeten op een hooiwagen, zo uit de schilderijen van Jeroen Bosch of Pieter Breughel gestapt lijken.

Het komt doordat The Object, een grijzende man in Adidas-trainingspak, zich in de bibliotheek tegoed heeft gedaan aan boeken over Vlaamse schilderkunst. Door de pagina’s te herkauwen en weer uit te kotsen bepaalt hij de loop van het verhaal.

Ourhouse is te omschrijven als een mix van het absurdistische Monty Python en het broeierige Twin Peaks. De serie speelt zich af in een statig landhuis en draait om Daddy, zijn twee zoons en hun stiefmoeder, die steeds meer in de ban raken van The Object. In de films is The Object een mens van vlees en bloed. Maar Mellors maakt ook akelig levensechte poppen van de personages uit Ourhouse. Objecten dus, die kunnen praten en met hun ogen rollen en die de kunstenaar vaak in één ruimte met zijn films exposeert.

Hoe ingewikkeld ook, Mellors’ kolderieke oeuvre blijkt aan te slaan. Vanwege zijn „volstrekt eigenzinnige beeldwereld” heeft de kunstenaar, die sinds 2007 in Amsterdam woont, dit jaar de Cobra Kunstprijs Amstelveen gewonnen. Hij was dit jaar ook met twee films en een sculptuur prominent aanwezig op de Biënnale in Venetië en deed deze zomer mee aan de rondreizende British Art Show. Engelse kunstcritici tippen hem sindsdien als Turner Prize-kandidaat, maar die prijs ging gisteren naar Martin Boyce. Dit weekend opent Mellors’ tentoonstelling The Nest in het Cobra Museum in Amstelveen, waar zijn werk nog tot 4 maart te zien is.

Hoe zou u uw werk zelf samenvatten?

„Het is een hybride mix van uitingen van populaire cultuur. Ik gebruik de taal van televisie, maar mijn films zijn meer dan alleen entertainment. De toeschouwer hoeft bij mij geen clou te verwachten. Ik maak kunst, dus ondergraaf ik juist de verwachtingspatronen van de kijker. Je hebt geen idee welke kant het opgaat. Het ene moment is een scène nog grappig, maar dan opeens voelt alles verkeerd en is de sfeer vreemd en verontrustend. Ik vind het belangrijk dat mijn werk oncomfortabel is. Sommigen zullen dat frustrerend vinden. Maar dat is bewust zo gedaan.”

Taal is een belangrijk thema in uw films, die vol maffe woordspelingen en dialogen zitten. In ‘Ourhouse’ neemt The Object de controle over de taal over. Wat wilt u daarmee zeggen?

„Ik maak me druk over de manier waarop taal gemanipuleerd wordt door politici, door spindoctors, door managerstypes. George Orwell had het daar ook al over in 1984, toen hij een taal beschreef die door de overheid bewust kleiner gemaakt werd, om zo de mensen monddood te maken.

„In onze maatschappij worden juist nutteloze woorden toegevoegd, onnodige bureaucratische en administratieve woorden. In Ourhouse wordt Daddy steeds paranoïder doordat een externe bureaucratische macht zijn individualisme bedreigt. Hij krijgt steeds brieven van de raad en later ook van de superraad die de gewone raad weer controleert. Dat drijft hem tot waanzin.”

Door dat absurdisme heeft uw werk iets typisch Brits. Voelt u zich verwant met de Britse kunstscene?

„Ik heb in Londen gestudeerd, ik had daar veel vrienden en genoeg plekken om te exposeren. Maar wat mij niet zinde, was de enorme vercommercialisering van de Londense kunstwereld.

„Kunst is de laatste tien jaar steeds meer een economisch goed geworden, een soundbite, gemakkelijk in een paar woorden te omschrijven. Veel jonge kunstenaars hebben een verbond gesloten met de markt en maken gelikte, comfortabele kunst waar iedere kritische gedachte uit gestreken is.

„Die richting wilde ik absoluut niet op. Daarom meldde ik mij in 2007 aan bij de Rijksakademie. Ik wil graag in Amsterdam blijven. Maar de toekomst is hier door alle kunstbezuinigingen ook onzeker.”

Uw films zien er ontzettend goed geproduceerd uit. Hoe financiert u dat?

„Ze zien er duurder uit dan ze in werkelijkheid zijn. Ik film met digitale camera’s met 35mm-lenzen. Duur om te huren, maar met een goede HD-camera krijg je prachtige resultaten. En een goede crew is essentieel.

„Ik werk met professionele acteurs uit mijn eigen vriendenkring. Het probleem is alleen dat zij nu zo succesvol zijn geworden dat ze worden weggekaapt. Gwendoline Christie, de stiefmoeder, speelt nu in de nieuwe HBO-serie Game of Thrones en Patrick Kennedy, die het personage Uncle Tommy speelt, is gevraagd voor de komende Spielberg-film.”

Hoe heeft de taal van televisie uw werk beïnvloed?

„Ik houd van de dynamiek van de handheld camera, zoals in series als The Office of Curb Your Enthousiasm. Ik wil diezelfde vrijheid, maar zonder het bibberige karakter van een documentaire.”

Uw werk heeft ook raakvlakken met beeldend kunstenaars als Matthew Barney en Paul McCarthy.

„Ik denk dat de grenzen tussen tv, film en kunst steeds meer aan het vervagen zijn. Maar inderdaad, ik ben sterk beïnvloed door kunstenaars als Barney en McCarthy. Hun kunst leek in de jaren negentig uit het niets te komen, zo volkomen eigen was hun beeldtaal.

„Barneys Cremaster-filmcyclus was ambitieus en visueel overdadig, conceptueel maar toch onderhoudend. Van hem heb ik geleerd dat je je eigen weg moet kiezen. Je eigen fantasie is toch je belangrijkste inspiratiebron.”

tentoonstelling

Nathaniel Mellors, The Nest

Van 10 dec t/m 4 maart, Cobra Museum voor Moderne Kunst, Amstelveen. www.cobra-museum.nl

    • Sandra Smallenburg