Kant-en-klare exportdemocratie

Het zou me niet verbazen als deze jaren heel anders de geschiedenis in zullen gaan dan mensen nu denken. Niet als het tijdperk van de financiële crisis, maar als de jaren van de democratische desillusie. Critici die beweren dat de westerse democratie op haar laatste benen loopt, wijzen maar al te graag op de fatale symptomen. Regeringen zijn niet meer in staat tot besluitvorming, verlamd als ze zijn door de angst hun piepkleine meerderheid in een gammele coalitie te verliezen. Parlementen bijten zich, niet gehinderd door veel kennis van zaken, vast in details van drastische ad-hocmaatregelen. Het overbetaalde Europese parlement heeft geen draagvlak en geen invloed.

En ook buiten Europa is het kommer en kwel. De VS laten zien dat onder het mom van vrijheid van meningsuiting de democratie een farce wordt van gesjoemel met feiten en gerommel met reputaties. In India wordt de democratie met touwtjes bij elkaar gehouden, waar nodig afgedwongen door een hongerstaker. In Indonesië verdelen een paar families de macht, om over Rusland maar te zwijgen. Nee, kijk dan naar het lichtend voorbeeld van China of Singapore, zeggen de critici. Daar creëert daadkracht gekoppeld aan vernieuwingszin helemaal geen behoefte aan een westers democratisch bestel.

In zijn recente Cleveringalezing gaat de Belgische historicus David Van Reybrouck nog een stap verder. Het Westen legt landen in Afrika ten onrechte een democratische staatsvorm op. Verkiezingen leiden helemaal niet automatisch tot democratie. Zie Congo, het land waar hij veel tijd doorbracht (en ik zelf ook), waar wel een president is gekozen maar geen vorm van democratie is ontstaan. Voor het Westen, zegt Van Reybrouck, is de democratie het laatste, neokoloniale exportproduct, een kant-en-klaarpakket dat alles op moet lossen.

Daar valt geen speld tussen te krijgen. De mantra van het Westen is Democratie. We spannen ons diplomatiek telkens maar weer in voor vrije verkiezingen, we sturen waarnemers naar ieder land dat ze accepteert, we bejubelen de Arabische Lente als het begin van de democratie. We zijn bereid oorlog te voeren als het nodig is om een democratie te vestigen, zoals in Irak, en we zijn niet bang voor grove beschuldigingen als het elders niet goed gesteld is met diezelfde democratie. Ja, dit is hypocriet en niet effectief.

Maar in zijn stellingname tegen deze vorm van exportdemocratie, net als in de houding van de westerse landen, schuilt nog een andere ernstige complicatie. Als systeem is democratie gebaseerd op vertrouwen en vertegenwoordiging. Kiezers kiezen niet alleen om hun eigen belang te waarborgen, maar zij kiezen een vertegenwoordiger van wie zij denken dat die de juiste beslissingen zal nemen, ook in onvoorziene situaties. Democratie is dus niet een optelsom van individuele meningen zodat wie het hardste schreeuwt het meest zijn zin krijgt. Je kunt het ook anders zeggen. De groepen die in de minderheid zijn, moeten er absoluut zeker van zijn dat hun rechten worden gerespecteerd, ook al is hun stem numeriek te iel om gehoord te worden.

Minderheden zijn er altijd en overal. Een meerderheid sluit altijd een minderheid in. Trek een grens, verzin een criterium – afkomst, religie, taal, klasse – en je vindt verschillen tussen de meerderheid en de rest. Het exportmodel van de democratie waar het Westen onder leiding van Sarkozy en Bernard-Henri Lévi zo op hamert, vergeet voor het gemak de delicate situatie van de minderheden. Sterker nog, overal waar een prille democratie in de problemen komt, allereerst in de Arabische wereld en het Midden-Oosten, worden de rechten van minderheden onvoldoende gerespecteerd. De Kopten in Egypte, de Berbers in Noord-Afrika, zelfs de leden van Gaddafi’s stam in Libië, de Baha’i in Iran of de Alevieten in Syrië: zij beseffen allen dat zij niets te winnen hebben bij democratische verkiezingen waarbij de meerderheid de meeste stemmen krijgt. Die meerderheid is eerder een bedreiging voor hun minderheidsstatus en geen enkele garantie voor hun veiligheid. De situatie van de Koerden in Turkije en Irak, de Arabische inwoners van Israël, net als destijds de Joden in de Arabische wereld – het zijn allemaal situaties die niet automatisch verbeteren in een democratische staatvorm.

Het Westen klampt zich nu vast aan het democratische model, misschien nog wel hardnekkiger naarmate het zelf de grenzen van het systeem ziet naderen. Democratie, hoor je dan sussend zeggen, is nu eenmaal het minst slechte systeem. Dat is hoogstwaarschijnlijk waar. Maar het is belangrijk dat we in ons officieel beleden enthousiasme niet vergeten de grondgedachte mee te exporteren dat democratie alleen werkt als de rechten van minderheden worden beschermd. Die uitdaging geldt voor alle landen en systemen – ook China zal een vorm moeten vinden voor de stem van etnische en religieuze minderheden. We moeten dus nooit onze oren laten hangen naar de populisten in onze democratieën die slechts de rechten en de gevoelens van de meerderheid laten tellen. In Europa niet, en nergens.

    • Louise O. Fresco