Kamer van Heroverweging

Het is goed dat de Eerste Kamer bestaat. Als je de geregeld opborrelende geluiden in de samenleving zou moeten geloven, kan deze „overbodige” Kamer maar beter bij het oud vuil worden gezet. Wat moet je met zo’n tweede Tweede Kamer als de eerste Tweede Kamer al grondig heeft gekeken naar wetsvoorstellen? Dit is toch dubbelop?

Het was in de jaren zestig van de vorige eeuw dat een van mijn voorgangers schriftelijke vragen stelde aan de regering over de rituele slacht. In bloemrijke taal maakte Kamerlid Cor van Dis sr. (SGP) duidelijk welke misstanden bestonden op dit gebied. De regering werd verzocht om actie te ondernemen om de misstanden aan te pakken.

Dit heeft lang geduurd – héél lang. Weliswaar is er het een en ander gebeurd aan normstelling en het tegengaan van thuis slachten, maar eerlijk gezegd heeft de Partij voor de Dieren dit onderwerp pas écht weer opgepakt. Een brisant debat volgde, in en buiten de Tweede Kamer. De feiten zijn duidelijk. Bij de rituele slacht van schapen en koeien gebeuren geregeld zaken die lang niet allemaal ‘koosjer’ zijn. Hieraan moet snel een eind komen. Dat vindt de Partij voor de Dieren. Ik vind het ook.

Koosjer slachten houdt in dat de slacht plaatsvindt volgens de religieuze voorschriften. Het moet te maken hebben met de beleving van de godsdienst en wel zodanig dat de slacht zo zorgvuldig mogelijk gebeurt. De praktijk is helaas vaak anders. Terwijl de joden, staande in een eeuwenlange traditie hier te lande, strikt toezien op het naleven van de wettelijke regels, maken islamitische slagers er nogal eens een potje van. De vraag is wat je dan doet.

De PvdD kiest voor een totaalverbod. Dit is begrijpelijk vanuit het eenzijdige standpunt van Marianne Thieme en de haren, maar het is verbijsterend dat partijen die oog dienen te hebben voor méér belangen dan die van dieren, haar daarin volgden. Van het dierenleed kan 98 procent worden voorkomen zonder dat een essentieel grondrecht als godsdienstvrijheid wordt aangetast.

Dat is wat nu gebeurt: een onnodige inbreuk op een van de meest klassieke grondrechten – de vrijheid van godsdienst. Deze inbreuk is onnodig als de rituele slacht alleen nog maar wordt toegestaan als ze rechtstreeks is verbonden met godsdienstige beleving, en dus niet wordt uitgevoerd uit gewoonte. De inbreuk is bovendien onnodig als voortaan wordt gegarandeerd dat wordt voldaan aan alle wettelijke zorgvuldigheidsvoorschriften. Als dit gebeurt en als hierop controle plaatsheeft, kan het aantal dieren dat op deze wijze wordt geslacht drastisch dalen en kan er een einde komen aan de misstanden die helaas nog bestaan.

De Tweede Kamer heeft de afweging tussen klassieke grondrechten en dierenrechten te snel gemaakt. Een ruime meerderheid – van de SP tot de PVV en van de PvdA tot de VVD – is te gemakkelijk over de legitieme wetenschappelijke en constitutionele bezwaren tegen een algeheel verbod op ritueel slachten heen gewalst. Alleen CDA, ChristenUnie en SGP stemden tegen het verbod. De rest dacht het te redden met een onuitvoerbaar amendement.

In dit licht bezien is het goed dat de Eerste Kamer nog bestaat. Daar vindt volgende week de behandeling plaats van de Initiatiefwet-Thieme. De Eerste Kamer is bij uitstek geschikt om het werk van de ‘politieke’ Tweede Kamer nog eens tegen het licht te houden van beproefde rechtsbeginselen en constitutionele vrijheden. De Senaat is het aan zijn stand verplicht de bij deze wet in het geding zijnde grondrechten nog eens goed tegen elkaar af te wegen. Niet voor niets luidt zijn bijnaam ‘Kamer van Heroverweging’.

Als hij deze naam waarmaakt, is de Senaat niet dubbelop, maar dubbel zinnig!

Elbert Dijkgraaf is Tweede Kamerlid voor de SGP. Hij schrijft deze wisselcolumn beurtelings met Frans Timmermans (PvdA) en Ad Koppejan (CDA).