Ik kies altijd voor de brave weg

Laatst was ik met een vriend in een café aan het eten. Halverwege de avond werd ons gevraagd van tafel te veranderen en toen uiteindelijk de rekening kwam, stond het eten er niet op. Dit zorgde voor twee uiteenlopende reacties: Hij: „Ha! Ze zijn ons eten vergeten. Dat is mooi.” Ik: „O jee, dat moeten

Laatst was ik met een vriend in een café aan het eten. Halverwege de avond werd ons gevraagd van tafel te veranderen en toen uiteindelijk de rekening kwam, stond het eten er niet op. Dit zorgde voor twee uiteenlopende reacties:

Hij: „Ha! Ze zijn ons eten vergeten. Dat is mooi.”

Ik: „O jee, dat moeten we snel even tegen ze gaan zeggen.”

Hierop volgde een discussie, waarin hij betoogde dat we hen nergens op hoefden te wijzen aangezien het hun eigen fout was en ik aandroeg dat eetcafés het juist nodig hebben en we bovendien door niet te betalen het risico liepen op weg naar huis karmatechnisch geraakt te worden door een brandende meteoor.

Tenslotte won ik (‘ja, sorry, we wilden even zeggen: ons eten staat hier dus niet op, maar dat zéggen we nu dus gewoon tegen jullie, eerlijk van ons hè, vind je niet, eerlijk hè?’) en we betaalden de volle rekening.

De waarheid is: ik durf niet weg te lopen zonder te betalen. Dit eetcafé leek me helemaal niet noodlijdend – eerder zo drukbezet dat ze zomaar rondslingerende bonnetjes kwijtraakten. Daarbij geloof ik alleen in het concept van karma als het me uitkomt en heb ik zo’n vermoeden dat ik daardoor alleen al niet meer welkom ben in de verlichtingsclub.

Mijn betaalbereidheid wordt niet ingegeven door nette manieren of een soort plichtsbesef, maar louter door lafheid. Ik stel me op zo’n moment voor dat we tóch zonder te betalen naar de uitgang lopen, dat onze hand al naar de deurklink reikt, dat we bijna de koude winterlucht voelen… waarna er plots een gespierde barman verschijnt die ons de weg verspert en vol onderkoelde woede vraagt: „Sorry? Wilden jullie nou gewoon weglopen zonder te betalen? Een beetje asociaal, vind je niet? En willen jullie dat misschien ook even uitleggen aan de kok die zich net voor jullie heeft uitgesloofd? Wacht, ik roep hem er even bij.”

Ik heb wel eens zwart gereden in de tram – een vrij onsuccesvolle onderneming. De hele reis heb ik als soort een nerveuze chihuahua op het puntje van mijn stoel gezeten, terwijl ik nauwlettend alle uitgangen in de gaten probeerde te houden. En uiteraard steeds opnieuw half dood ging als er een willekeurige man met een donkerblauw jack instapte.

Toen wist ik: voortaan betaal ik het kaartje gewoon. Op deze manier betaal ik namelijk ook, maar dan in levensvreugde en de ontwikkeling van een lichte hartritmestoornis. Ontspannen kunnen zitten is ook een hele hoop waard.

Waardoor ik op dit soort momenten altijd voor de brave weg kies – en ondertussen uiteraard mijn vrienden hun onethische gedrag zo fijntjes mogelijk inwrijf. Zo kom ik weer wat manmoediger over.

    • Renske de Greef