Ich bin ein Berliner

Denkend aan Duitsland zie ik serieuze mensen geanimeerd over de euro en Europa praten. Eurocrisis is voor mij ook: tv kijken, meer tijd voor de twee Duitse publieke tv-zenders ARD en ZDF.

Duitsers nemen hun euro serieus en discussiëren in een plezierig sobere ambiance: geen filmpjes, muziekjes of leukigheid. Een paar weken geleden: Günter Jauch een uur live met bondskanselier Angela Merkel. Maar ook: president Jean-Claude Trichet van de Europese Centrale Bank krijgt op zijn laatste werkdag de volle laag van de presentator van een nieuwsrubriek met vragen als: Hoe denkt u de schuldencrisis te bezweren terwijl de ECB een slechte bank is met al die Zuid-europese schulden?

Kijkend naar Duitsland denk ik: begrijpen wij ‘de’ Duitsers eigenlijk wel? Voorzover hij bestaat uiterard, Otto Normalverbraucher. Begrijpen wij de Duitse pre-occupaties? Recente geschiedenis? Hun angsten? De drijfveren voor hun politiek-economische handelen?

Steeds vaker denk ik: nee. We zijn weliswaar buren. Zo heeft de geografie beschikt. Toeval. Wij zijn Rijnlanders. Maar een gedeeld lot? Wie herhaalt Kennedy: Ich bin ein Berliner? De Duitsers zijn onze grootste afzetmarkt, onze grootste handelspartner, maar het enige dat boeit lijkt wel eens: München 1974 en Hamburg 1988.

Zou het echt zo zijn dat de Duitse regering en de Duitse centrale bank mordicus tegen grootscheepse opkoopacties van staatsobligaties door de ECB zijn uit angst voor inflatie? Uit angst voor herhaling van de galopperende inflatie van negentig jaar geleden.

Ik geloof het niet. Beleid draait om meer dan de overlevering van opa op zoon en oma op dochter van het waardeloze papiergeld. De kern is iets veel groters. Beheersing is het sleutelwoord.

Beheersing van inflatie.

Beheersing van consumptie. Wie zich wilde bekeren tot het Angelsaksische credo shop till you drop kon lange tijd zijn gang niet gaan. Kaufhof sloot vroeg op zaterdag.

Beheersing van particuliere kredieten en schulden. De Duitsers hebben geen haasje-over met de huizenprijzen meegemaakt. Zo onbeheerst als sommige grote Duitse banken in het buitenland waren, zo beheerst bleven zij binnen hun landsgrenzen.

Beheersing van de staatsschuld. Vandaar de grondwettelijk rem op een begrotingstekort. Straks ook in de hele eurozone.

Na de val van de Berlijnse Muur (1989) hebben de Duitsers naar schatting 1.900 miljard euro gestoken in de revitalisering en toekomst van Oost-Duitsland. Dat bedrag is vergelijkbaar met de totale staatsschuld die het moderne Italië na de Tweede Wereldoorlog heeft opgebouwd. Natuurlijk hebben de Duitsers een deel van de steun aan Oost-Duitsland geleend van beleggers, maar zij hebben het merendeel zelf betaald. Door extra belastingen te heffen en te betalen.

Denkend aan Oost-Duitsland had de Duitse regering tegen Griekenland, Italië, Ierland, Portugal, Spanje én tegen de Europese Commissie kunnen zeggen: wij doen geen zaken met ‘amateurs’ die geen staatsfinanciën kunnen beheersen. Maar dat deden zij niet.

O, was beheersing van arbeidskosten maar een Duits exportproduct geweest. In de periode 1999-2009 stegen de arbeidskosten in bijvoorbeeld Italië met 30 procent, blijkt uit een McKinsey-rapport. In Spanje en Nederland met 25 procent. In Duitsland met maar 5 procent. Zelfs Nederland ‘loonmatigingsland’ kan daar niet tegenop.

Beheersing is binnenkort het eurocredo. Wij zijn allen Berliner, of we dat willen of niet. Of we dat fijn vinden of niet.

Maar geen kracht zonder tegenmacht. Dat is onze zwakte. Waar is de tegenmacht?

menno tamminga