Grote emotie en klein vilein

scene uit de film King of Devil's Island (2011) FOTO: Amstel Film

King of Devil’s Island (Kongen av Bastøy). Regie Marius Holst. Met: Stellan Skarsgard, Kristoffer Joner. In: 10 bioscopen. ***

De vraag is natuurlijk wie de koning van Bastøy is, het Noorse fjordeneiland, dat de bijnaam ‘duivelseiland’ heeft gekregen. Is het de ijzige gouverneur (Stellan Skarsgard) die er streng en niet zo heel erg rechtvaardig het internaat voor moeilijk opvoedbare jongens bestiert? Of is het de sadistische Brathen, de onderknuppel die tiranniseert? Of een jongen? De vermeende moordenaar Erling bijvoorbeeld, leider van de bloedig neergeslagen opstand in 1915?

Voor King of Devil’s Island baseerde de Noorse regisseur Marius Holst (1965) zich op historische gebeurtenissen. Bastøy in het Oslofjord was van 1900 tot 1953 een gevangeniskolonie, waar niet alleen jeugdige delinquenten, maar allerlei onhandelbare of maatschappelijk uitgesloten jongens naartoe werden gestuurd. Het merendeel was niet crimineel, maar wees of gewoon lastig. Maar in het calvinistische Noorwegen was dat genoeg voor verdoemenis in een voorportaal van de hel op aarde. De ironie van de geschiedenis wil dat het eilandje tegenwoordig wederom als gevangenis dienst doet, nu als een van de meest vooruitstrevende penitentiaire inrichtingen te wereld.

Anno 1915 was Bastøy een soort jongens-Alcatraz, de infame gevangenis voor San Francisco. Regisseur Holst raakte geïnteresseerd toen hij ontdekte dat er in 1915 een gevangenenopstand had plaatsgevonden. Maar hij is geen filmer die de geschiedenis wil (her)schrijven: zijn kracht ligt in het observeren van groepsprocessen. De rolverdeling tussen onderdrukker en onderdrukte, hoe snel rollen kunnen wisselen als zich de gelegenheid aandient.

Met de komst van Erling begint het te broeien op Bastøy. Er hoeft in zo’n geïsoleerde gemeenschap maar iemand te zijn die de regels ter discussie stelt en alles wankelt. Dat proces is bekend, misschien wel ietsje te bekend. Het geeft Holst gelegenheid om zijn camera te richten op de zwijgende interacties die het fundament vormen van tirannie: wreedheid tussen de jongens onderling, een geavanceerd klassensysteem, (seksueel) misbruik. Maar door de jongens zo nadrukkelijk als slachtoffers te presenteren laat hij een kans liggen om in te gaan op de volwassenen die dit systeem in stand houden. Holst gaat voor de grote emotie: dat is best begrijpelijk. Maar King of Devil’s Island had, als we de link willen leggen met vergelijkbaar (seksueel) geweld in katholieke internaten, aan nuance gewonnen als hij had geïnvesteerd in klein venijn.

Dana Linssen

Interview Marius Holst, p.6