Genuanceerd beeld van een ‘troetelalcoholist’

Journalist Sylvester Hoogmoed beschrijft in zijn nieuwe Shaffy-biografie We zien wel! op compacte wijze het hectisch leven van de Nederlandse chansonnier. Met hem samenleven bleek onmogelijk: ‘Hij leefde in een droomwereld en alles wat daar niet in paste werd eruit gedonderd.’

Bestaat er ook maar één Nederlandse artiest die een mooiere stamboom heeft dan Ramses Shaffy? Dat kan haast niet. Shaffy’s vader was de Egyptische consul in Parijs (in de geboorteakte vermeld als Ramsès Chaffy) en zijn moeder, Alexandra de Wysocka, was afkomstig uit de destijds Oostenrijks-Hongaarse stad Lemberg, die later Pools werd en nu in Oekraïne ligt. Zelf ging ze ook nog prat op enig Russisch bloed in de aderen, maar dat staat niet vast. In elk geval gingen ze al snel uit elkaar, waarna hun zoontje op zijn zesde, in 1939, op de trein naar Nederland werd gezet om bij een tante in Utrecht te gaan wonen. Toen tante ziek werd, belandde de kleine Shaffy eerst in een kindertehuis en ten slotte bij een hartelijk pleeggezin in Leiden, waar hij opgroeide onder de naam Didi Snellen. ‘Didi genoot en sprong de hele avond van plezier de kamer door’, schreef moeder Snellen na het Sinterklaasfeest van 1941 in haar dagboek.

Kortom: romantiseren hoeft niet meer, de kale feiten zijn al exotisch genoeg. Als voor iemand het doorgaans als compliment gebruikte predicaat ‘on-Nederlands’ opgaat, is het voor Ramses Shaffy. En hij bleef zich ook zijn leven lang naar die eretitel gedragen – als charismatisch toneelspeler en troubadour, zingend en zuipend.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 2 december 2011, pagina 6. U kunt het hele artikel van Henk van Gelder hier lezen en het boek bestellen.