'Geen fijn gezicht, zo'n lynchmeute'

De Noorse regisseur Marius Holst maakt indruk met King of Devil’s Island. Ook zonder de schandalen in de katholieke kerk was het over seksueel misbruik gegaan, zegt hij.

Geïnspireerd op de schandalen rond de katholieke kerk? Nee, herhaalt de Noorse regisseur Marius Holst (1965): zijn film gaat niet over seksueel misbruik, maar over machtsmisbruik. Pedofilie jaagt kijkers weg, vreest hij vermoedelijk. En een beetje gelijk heeft hij wel: in King of Devil’s Island is seksueel misbruik slechts de katalysator tot een adolescentenopstand tegen een hypocriet systeem op een eilandje voor Noorwegen.

King of Devil’s Island, is een harde, koud gefilmde fabel over de rebellie op Bastøy, waar Noorwegen tussen 1900 en 1953 zijn overbodige jongens dumpte. Een combinatie van kostschool, legerkamp en gevangenis waar men hardhandig opvoedde tot gehoorzaamheid en godvrucht. Tot de jongens in 1915 in opstand kwamen en tijdelijk het eiland veroverden.

Marius Holst vertelt in Leeuwarden, waar The King of Devil's Island vorige maand het Noordelijk Film Festival opende, dat hij een hypotheek op zijn huis nam om de film te realiseren. Ook acteur Stellan Skarsgard, in Amerika doorgebroken met rollen als (corrupte) gezagsdrager, stak er geld in. Waarom?

„We vonden Bastøy een fascinerend verhaal”, zegt Holst. „In Noorwegen is het een zwarte legende: gedraag je, of we sturen je naar Bastøy. En toen ontdekte ik dat er in 1915 een opstand was, nogal een vergeten episode. Wat bracht die jongens ertoe dat eiland te veroveren? Ze waren fysiek en moreel geïndoctrineerd tot gehoorzaamheid. Ik probeerde mij in ze te verplaatsen en een plausibel verhaal te verzinnen.”

In hoeverre is dat historisch?

„Niet. We weten alleen dat er twee schepen, een vliegtuig en 150 militairen zijn ingezet in Bastøy, en dat er geen doden vielen. Waarom de jongens in opstand kwamen, is onbekend.

„Het is fascinerend als mensen die zich jaren onderwerpen opeens in opstand komen. Ze verraden elkaar, onderdrukken elkaar, en dan zijn ze opeens solidair. Waarom? Hier is het empathie met de zwakkere, met iemand die het niet redt. En dan slaat het door in een lynchmeute. Kijk maar wat er in Libië gebeurde met Gadaffi: geen fijn gezicht.”

Gezag dat seksueel misbruik tolereert: dan denk je meteen aan de katholieke kerk

„Nieuws is een soort achtergrondruis. Als je aan een script werkt, beïnvloedt dat je. In mijn film stuurt een gezagsdrager een misbruiker weg om de situatie te laten afkoelen, niet om hem op te lossen. Zijn positie en die van zijn instituut vindt hij belangrijker dan de jongens.

„Daar ligt een parallel met de kerk, maar seksueel misbruik was altijd deel van mijn verhaal. Ik doe al twaalf jaar research naar Bastøy en maakte tussendoor nog drie andere films. Een van mijn eerste gesprekken maakte een enorme indruk op me. Het was een oude man die op Bastøy misbruikt was. We werden dronken en hij gaf zich bloot.”

De barse pedagogiek in uw film herinnert aan Das Weisse Band van Michael Haneke.

„Ik heb die film bewust niet gezien voordat King of Devil’s Island klaar was. Bij Haneke zet kadaverdiscipline aan tot geniepige wraakacties. Bij mij hebben de jongens geen moeite met discipline of zelfs lijfstraffen, als het maar consequent gebeurt. Hun probleem is hypocrisie. Huismeester Brathen heeft meer macht dan hij aankan en is misschien in zijn jeugd misbruikt. Maar ze erkennen geen gezag meer als de gouverneur, liegt om misstanden toe te dekken.”

Waarom vindt u stadsjongens ongeschikt om jongens van een eeuw geleden te spelen?

„Het is een kwestie van voeding en levensstijl. Kinderen uit Oslo zien er tevreden en open uit, ze missen de juiste teint en fysiek. Ik heb twee jaar naar geschikte jongens gezocht in dorpjes, bij scholen, ijshockeybanen of hangplekken. Daar vind je dat bleke, harde en wantrouwige. Veel komen uit Estland, waar de film is opgenomen. Daar is geen gebrek aan zulke jongens.”