Fiscus laat miljarden in de Alpen liggen

Nederland sloot onlangs een nieuwe belastingverdrag met Zwitserland. Volgens een onderzoek van adviesbureau Booz is dat nu al weer aan vervanging toe.

De inkt van het langverwachte belastingverdrag met Zwitserland is nog niet droog, of er dient zich al een profijtelijker alternatief aan.

Vorige maand ratificeerde het Zwitserse parlement een nieuw fiscaal akkoord met de Staat der Nederlanden, dat minister De Jager van Financiën begin 2010 met de Zwitserse regering had gesloten. Belangrijkste doelstelling van het nieuwe verdrag is het opsporen van vermogende Nederlanders die hun tegoeden op Zwitserse bankrekeningen niet bij de Nederlandse belastingdienst opgeven, een prioriteit in het fiscale beleid van het huidige kabinet.

Het verdrag maakt het voor de fiscus aanmerkelijk gemakkelijker om informatie over vermeende zwartspaarders bij Zwitserse banken op te vragen. Tot nu toe kon dat alleen als er een vermoeden van strafbare feiten was (belastingfraude).

De assertievere jacht op zwartspaarders, ook in andere belastingparadijzen dan Zwitserland, leverde de belastingdienst sinds 2009 al 430 miljoen euro op, zo maakte staatssecretaris Frans Weekers (belastingzaken) vorige maand bekend. Ruim tienduizend Nederlanders hadden door een gunstige inkeerregeling 3,1 miljard euro aan onbelast vermogen in het buitenland opgebiecht.

Nu, een maand later, stelt adviesbureau Booz & Company dat een ander verdrag met Zwitserland nog veel meer kan opleveren. De Jager en Weekers laten structureel 100 tot 150 miljoen euro per jaar liggen, en zouden eenmalig een bedrag van 1 miljard kunnen binnenhalen.

Dat blijkt uit een onderzoek van Booz naar de gevolgen van twee andere bilaterale belastingverdragen die Zwitserland onlangs sloot, met Duitsland en Groot-Brittannië. „Die landen hebben voor een pragmatischer aanpak gekozen”, zegt David Wyatt van Booz. „Dat levert hun schatkisten veel meer op.” De verscherpte afspraken met deze landen zullen naar verwachting pas in het voorjaar van 2013 gaan gelden.

Belangrijk verschil tussen de verdragen is principieel van aard: de Britse en de Duitse fiscus laten de mogelijkheid tot anonimiteit in stand, waarbij de zwartspaarder via zijn bank zijn vermogensbelastingverplichtingen nakomt zonder dat zijn identiteit bekend wordt.

Nederland hield in zijn verdrag met Zwitserland vast aan de wens om zwartspaarders met naam en toenaam in kaart te brengen. Het bankgeheim is weliswaar gedeeltelijk opgeheven, maar de Nederlandse belastingdienst kan de gewenste informatie alleen bij Zwitserse banken opvragen als reeds bekend is wie er achter een bepaalde rekening schuilt gaat.

Om zwart geld te ontdekken werd in 2008 een nieuwe inkeerregeling ingesteld, die strafvervolging voor zwartspaarders tijdelijk opschortte. Die regeling, die in de afgelopen twee jaar vele honderden miljoenen euro’s opleverde, is inmiddels behoorlijk versoberd. De boetes die ook bij het vrijwillig melden van buitenlandse banktegoeden gelden, werden al in 2010 aanzienlijk verhoogd.

Volgens Booz hebben vermogende Nederlanders een gezamenlijk bedrag van 20 miljard euro in Zwitserland gestald, op een totaal van bijna 1.700 miljard aan buitenlandse tegoeden in het Alpenland. Van het Nederlandse deel is driekwart niet bij de Nederlandse belastingdienst aangemeld en dus zwart. Booz maakte voor zijn onderzoek gebruik van gegevens van de Zwitserse Nationale Bank, gesprekken met toezichthouders, financieel analisten en vermogensbanken in Zwitserland.

Het rapport van Booz was niet bedoeld voor Financiën. Het was opgezet om Zwitserse vermogensbanken te kunnen adviseren over de te verwachten negatieve gevolgen van de recente belastingverdragen met Duitsland en Groot-Brittannië. Die leveren in de komende jaren naar verwachting een kapitaalvlucht van ruim 37 miljard euro op. Dat er een aanbeveling voor de Nederlandse fiscus uitrolde is „pure bijvangst”, aldus Marijn Struben van Booz.

Het ministerie van Financiën laat weten geen aanleiding te zien het nieuwe belastingverdrag met Bern aan te passen, „maar we houden alle ontwikkelingen in de gaten”.