'Europa moet weer op voorgrond komen'

Den Haag 17 februari 2011 CDA-fractievoorzitter Tweede Kamer Sybrand Haersma Buma. foto © Roel Rozenburg

Zorgt de voortdurende eurocrisis voor andere inzichten over Europa bij het CDA?

Van Haersma Buma: „De omslag bij mijzelf en mijn partij over het economisch belang van Europa is deze zomer gekomen. Er gebeurden toen twee dingen: de Europese regeringsleiders kwamen eind juli met maatregelen die kort voor hoop zorgden. Daarna zakten de markten weer als een pudding in elkaar. In diezelfde weken speelde in de Verenigde Staten de discussie over de verhoging van het schuldenplafond. Dat land – één land met één munt, één president en twee politieke partijen – liep daardoor helemaal vast. Dat vertelde mij twee dingen: de problemen zijn niet opgelost met één groot Europa, want het federale Amerika redt het ook niet. En tegelijkertijd dacht ik: Amerika kan het misschien niet, maar óns moet het wel lukken. Dat gevoel is heel sterk geworden.”

Is dat ook een teken van de volwassenheid van een politicus? Dat de standpunten niet gebeiteld staan in een verkiezingsprogramma, maar dat er enige flexibiliteit mogelijk is? Dat het CDA plots kan pleiten voor een Brussels begrotingsinstituut met macht en autoriteit om de eurocrisis blijvend aan te pakken?

„Ik kijk uit het raam naar hoe de wereld eruitziet. En het is niet zo dat de wereld zich aanpast aan mijn standpunten. Maar vanuit een grondhouding die altijd pro-Europees was, was het voor mij niet lastig om mijn standpunt te herzien. Ik moest het alleen inhoudelijk anders verkondigen.

„Ik merk wel de huiver in de maatschappij naar wat Europa allemaal doet. We moeten erkennen dat het europroject door een weeffout half af is. Daardoor komen we op een onvermijdelijk keerpunt: wend je je af van Europa, blijf je doormodderen, of kijken we naar buiten en maken we een sprong vooruit?”

Het CDA verkondigt dan een genuanceerde boodschap. Is dat lastig?

„In mijn partij wordt die boodschap toegejuicht, maar in Nederland houden mensen huiver voor Europa. Ik durf die sprong vooruit te zetten en ik zie het als mijn taak om vervolgens Nederland daarin mee te nemen. Ik weet dat er mensen zijn die de gulden terug willen en daarom ga ik er vol in om de oplossingen voor de crisis te benoemen en mensen daarvan te overtuigen. GroenLinks en D66 geloven per definitie in een Europese aanpak, zonder te weten wat dat is. Dat is het verschil met het CDA, dat enkel gelooft in werkbare afspraken.”

Is het moeilijk om mensen die het nut van Europa niet zien te overtuigen van die visie?

„Ik krijg verschillende reacties. Ik zie dat er in Nederland veel mensen zien die hier niet in geloven, maar ik ben er volstrekt van overtuigd dat mijn verhaal het juiste is. Uit de grond van mijn hart meen ik dat dit de juiste weg is en volg me maar of volg me niet. En als mensen niet volgen, dan is dat jammer maar ik blijf geloven in mijn verhaal.”

Heeft Nederland die huiver voor Europa niet ook aan zichzelf te wijten?

„Nu aarzel ik. Ik zie het namelijk niet alleen in Nederland, maar in heel Europa. Ik merk dat ik bij het thema ‘Europa’ veel meer contact moet hebben met collega’s uit andere landen. Maandag kwam de Europese Volkspartij weer bijeen in Brussel, omdat we allemaal met juist deze vragen worstelen. Al die landen hebben een bevolking die twijfelt over Europa. Dat betekent dat de fundamenten van Europa weer op de voorgrond komen: samen economisch sterk in de wereld, één markt en één munt. Alleen: hoe gaan we daarmee verder?”