Dopingstrijd onder druk

De Dopingautoriteit gaat de laatste jaren gebukt onder toenemende geldzorgen. Dat belemmert onder andere de invoering van het biomedische paspoort.

De Nederlandse Dopingautoriteit kan door verlaagde inkomsten steeds minder taken uitvoeren. Nadat dit jaar twee van de zestien personeelsleden werden ontslagen kunnen in 2012 voor het tweede opeenvolgende jaar duizend dopingcontroles minder worden uitgevoerd. Op jaarbasis betekent dat een verlaging van 2.000 naar 1.800 dopingtesten. Geldgebrek is tevens de reden dat invoering van het biomedische paspoort in Nederland wordt uitgesteld.

Directeur Herman Ram maakte zich gisteren tijdens de jaarlijkse persbijeenkomst in Nieuwegein openlijk zorgen over de taken van de Dopingautoriteit. Hij vindt een beknotting van de werkzaamheden ook niet passen in een land dat de ambitie heeft de Olympisch Spelen van 2028 te organiseren. En het sluit naar zijn mening evenmin aan bij de doelstelling van sportkoepel NOC*NSF structureel een plaats te veroveren in de de toptien van het medailleklassement bij de Spelen.

De Dopingautoriteit werd gedwongen haar begroting van iets meer dan twee miljoen euro met 130.000 euro bij te stellen. De oorzaak was een subsidieverlaging van het ministerie van VWS. Ram: „Wij zijn de dupe van de algehele bezuinigingsmaatregel om tien procent te korten op instellingssubsidies. Onze protesten werden weggewuifd met het argument dat andere instellingen er nog veel slechter aan toe zijn.”

Een alternatief lijkt een verhoogde bijdrage van NOC*NSF te zijn. Maar dit is volgens directeur Ram niet het geval, omdat de jaarbijdrage van 850.000 euro alleen bedoeld is voor de uitvoering van de dopingcontroles: Ofwel: ‘gelabeld geld’.

De sportkoepel werkt momenteel aan een herverdelingsplan voor de Lottogelden en het ziet er naar uit dat de Dopingautoriteit in de periode 2012-2016 op een jaarlijkse bijdrage van één miljoen euro mag rekenen. Maar die verhoging met 150.000 euro is volgens Ram niet toereikend de gestegen kosten van dopingtesten te dekken.

De recessie heeft ook internationaal gevolgen. Het mondiale antidopingagentschap WADA heeft in 2010 zo’n zeven procent minder controles kunnen uitvoeren. Opvallend volgens Ram, omdat tot voor kort bij WADA geld nooit een probleem was. Nu dit wel het geval is, blijkt in 2010 het aantal positieve dopingtesten wereldwijd met veertien procent te zijn gedaald.

De bezuiniging bij de Dopingautoriteit heeft onder andere geleid tot het schrappen van de hulplijn. Daar staat tegenover dat Ram gisteren de nieuwe website www.doping.nl introduceerde. Die moet dienst doen als kenniscentrum over doping. Maar door technische problemen laat de bereikbaarheid nog op zich wachten.

In navolging van bijvoorbeeld Noorwegen wil Ram graag het biomedische paspoort in Nederland introduceren. Het is zijn plan met een zestal controles per jaar de bloedwaarden van 150 sporters bij te houden. Ideaal als indirect bewijs voor dopegebruik, meent de directeur van de Dopingautoriteit, die daarbij wijst op de dopingzaken van de Duitse schaatsster Claudia Pechstein en de Nederlandse wielrenner Thomas Dekker. Volgens Ram gaat van een biomedisch paspoort vooral een preventieve werking uit. „Bij waargenomen schommelingen van de waarden kunnen we een gesprek met de betrokken sporter voeren en vragen: ‘Hoe kan dit?’ De ervaring elders leert dat in de meeste gevallen de bloedwaarden vervolgens snel weer normaal worden.”

Ten aanzien van de lijst met verboden middelen voorspelt Ram de invoering van een grenswaarde voor clenbuterol. WADA erkent op basis van wetenschappelijk onderzoek dat het eten van vlees de oorzaak kan zijn. Weliswaar geldt dat voorlopig alleen voor Mexicaans vlees, maar het is de reden voor een lichte versoepeling. Beroemdste slachtoffer van de vondst van clenbuterol is de Spaanse renner Alberto Contador.