Data delen

Gisteren was de eerste aflevering van Nederland van Boven op tv en ik ben weggeblazen, zo mooi vond ik het. In één van de eerste shots komt de camerahelikopter op grote snelheid over zee aangevlogen en stijgt hij bij land snel op, waardoor een prachtig, uitgestrekt Hollands landschap achter de dijk opdoemt. De camera zoomt nog wat verder uit en opeens zie je vanuit de ruimte hoe onze treinen rijden en onze auto’s in de file stilstaan. Hoe we wakker worden, gaan werken en weer gaan slapen. Omdat je uitzoomt zie je opeens hoe netjes Nederland is, en hoe georganiseerd de ogenschijnlijke chaos eigenlijk is.

De programmamakers kunnen de meest spectaculaire patronen laten zien door luchtbeelden te koppelen aan enorme databases met statistische gegevens. Omdat een telecomprovider een database met telefoonverkeer ter beschikking stelde, kun je in een animatie vanuit de lucht zien hoe rond zes uur ’s ochtends de eerste Nederlanders beginnen te bellen: het zijn lichte puntjes op een verder nog donkere kaart. Luttele uren later is het veranderd in een krioelende massa van knipperende lichtjes, die in één oogopslag onze afhankelijkheid van mobieltjes toont.

Maar vanuit de lucht is opeens ook de omvang van de haven van Rotterdam zichtbaar. Aan de hand van een database met 11 miljoen locatiegegevens zie je een geanimeerde wirwar van lijnen over het water lopen. De programmamakers kregen ook de beschikking over een database met de GPS locaties van herten, waardoor je hun bewegingen door de Nederlandse bossen kunt volgen. Je ziet van boven hoe treinen bewegen, hoe waterleidingen lopen en hoe de huizenprijzen door de jaren heen veranderden.

Nederland van Boven toont op spectaculaire wijze waarom overheden meer data zouden moeten delen met het publiek. Als kunstenaars, programmeurs, of in dit geval programmamakers kunnen bouwen op dit soort databronnen, ontstaan verbanden die je met het blote oog niet ziet. Helaas blijven onze overheden stilzitten op hun goudmijn aan data: de programmamakers moesten veel te veel moeite doen om informatie los te peuteren. En dat is zonde.

Wat ook zonde is, is de houding van de VPRO. Het programma had nooit tot stand kunnen komen als overheden en bedrijven uiteindelijk geen data gedeeld hadden met de programmamakers. Je zou dan ook verwachten dat de omroep een wederdienst zou doen door de prachtige helikopterbeelden op hun beurt te delen met het publiek. Maar zij zeggen: „Die beelden zijn van ons en als je ze wil hebben kun je contact opnemen met onze sales afdeling.” Volgens mij kan de VPRO het niet maken om zo hebberig te doen en zijn ze het aan iedereen verplicht om het volledige archief met wonderschone helikopterbeelden (onder een vrije licentie) op internet te zetten. Zodat anderen daarop weer verder kunnen bouwen.