Café de Angst

Als ik me aan de balie meld voor Wim Veling duikt een jongen naast mij in zijn capuchon. Hij heeft een Noord-Afrikaans gezicht. Gluurt vanuit zijn ooghoeken. Snel kijk ik de andere kant op. Niet uitdagen.

Ik sta in het Centrum Eerste Psychose van Parnassia in Den Haag. Wim Veling (37) is hier psychiater, zijn specialisme is schizofrenie bij etnische minderheden. Ja, zegt hij, die jongen was vermoedelijk een patiënt. De capuchon, de spiedende blik: gedrag van een angstig persoon die zich weert tegen een wereld die vijandig lijkt.

Veling zag tijdens onderzoek in Den Haag, waarop hij promoveerde, dat schizofrenie en psychoses veel vaker voorkomen bij jongens van Marokkaanse afkomst dan bij anderen. Waren zij in Marokko geboren, dan kregen ze drie keer meer dan gemiddeld een eerste psychose. Waren zij in Nederland geboren, dan kwam dit zes keer vaker dan gemiddeld voor. Vooral de in Nederland geboren jongens probeerden hier te assimileren. „Maar als je blijft horen dat je een ‘kutmarokkaan’ bent”, zegt Veling, „dan moet je stevig in je schoenen staan.”

Woonomgeving bleek dan ook belangrijk. Wie in een multiculturele wijk met anderen samenleeft, loopt veel meer risico op een eerste psychose dan wie tussen mensen uit zijn eigen etnische groep woont. Zijn getto’s dús goed voor etnische minderheden? Natuurlijk niet. „Getto’s zijn om andere, sociaal-economische redenen vaak slecht.”

Wim Veling ontwikkelt nu met de TU Delft een virtueel café, waar patiënten hun paranoia leren bezweren tussen mensen die er anders uitzien dan zij. En ik ben gekomen om het uit te proberen.

Veling zet een driedimensionale bril met koptelefoon op mijn hoofd, draait aan een paar knoppen, en ik sta binnen. In het geroezemoes, tussen tafeltjes. Door mijn hoofd te draaien en aan een knopje te draaien kan ik rondkijken, op mensen aflopen – aan avatars die kunnen praten wordt nog gewerkt.

Nederlanders werden bang voor Marokkanen. Marokkaanse Nederlanders werden daar ziek van. En bieden nu hun angst voor Nederlanders het hoofd. Daarom is het virtuele café meestal gevuld met blanken. Als je op ze afstapt, kijken ze je plotseling aan – erg bedreigend als je eenmaal paranoïde bent. Speciaal voor mij voert Veling juist het percentage Noord-Afrikanen in het café op. „Even het schuifje etniciteit openzetten”, zegt hij: „Daar komen de mannen met baarden!”

De tafels raken gevuld met donkere mensen, baarden en hoofddoekjes. Ik loop nu minder rond. Ik word aangestaard, ik kijk alleen nog terug. De nietsontziende transpiratie- en hartslagmeter die bij het virtuele café wordt gebruikt, is vandaag gelukkig niet beschikbaar. Ik lijk nog ontspannen, maar zou daar niet meer om durven wedden.

Angst voor het vreemde is bij iedereen ingebakken, had Veling tevoren gewaarschuwd. Dat houdt de wereld overzichtelijk.