Brandschattend langs massagesalons en drankwinkels

In Iraaks Koerdistan zijn talrijke drankwinkels in brand gestoken. Het resultaat is een politieke crisis.

Wie in de Iraaks-Koerdische hoofdstad Arbil in een internationaal hotel gaat eten, en niet alleen in de luxe-hotels, vallen de volle flessen whiskey en cognac op de Koerdische tafels op. Net zoals vroeger in de rest van Irak, toen toenmalig sterke man Saddam Hussein nog sterk genoeg was om protesten uit de moskee te negeren. Pas toen zijn positie was ondergraven door dure oorlogen en internationale sancties, gingen de flessen van openbare tafels. Nu is alleen al het idee van drank in een stad als Najaf lachwekkend.

Maar in het autonome Iraaks Koerdistan ligt dat nog anders en dat is niet naar de zin van moslimfundamentalisten die, misschien minder dan elders in het Midden-Oosten, toch ook hier aanhang hebben gewonnen. Het heeft de afgelopen week geleid tot brandstichtingen, tegendemonstraties en een nog onbesliste politieke crisis.

Volgens de onafhankelijke Koerdische webkrant Rudaw.net lag de oorsprong van de crisis in de vrijdagpreek van sjeik Mala Ismail Osman Sindi, waarin hij zei dat drankwinkels moesten worden verboden en dat in massagesalons in de grensstad Zakho prostitutie werd bedreven en dat in plaats van massagesalons moskeeën moesten worden gebouwd.

Daarop gingen jongeren brandschattend langs massagesalons, hotels en drankwinkels, vaak eigendom van christenen en yezidi’s, minderheden in het overwegend sunnitische Koerdistan. In Zakho werden twintig drankwinkels, drie hotels, een massagesalon en ook een dameskapsalon (vrouwenhaar ligt altijd gevoelig bij fundamentalisten) aangestoken, aldus het hoofd van het toeristenbureau tegen Rudaw.net. Ook in andere steden werden drankwinkels aangevallen.

De machtige Koerdische Democratische Partij (KDP) van de Koerdische president Masoud Barzani, kwam onmiddellijk met een krachtige veroordeling van de incidenten, brandmerkte ze als vooropgezet en riep op tot demonstraties. Dat werd door jonge aanhangers onmiddellijk uitgelegd als een uitnodiging om in verscheidene steden kantoren en media-organisaties aan te vallen van de fundamentalistische Koerdische Islamitische Unie. Deze oppositiepartij heeft een verbod van alcoholische drank hoog op haar agenda staan.

Sindsdien is het oorlog tussen deze twee partijen. De Islamitische Unie zegt dat ze niets te maken heeft met de aanvallen op de drankwinkels. Ze suggereert dat het Barzani’s partij is die die aanvallen heeft geïnstigeerd om de fundamentalisten in diskrediet te brengen, uit woede over hun groeiende populariteit bij de bevolking. KDP-media – bijna alle Koerdische media zijn in dienst van een politieke partij – beschuldigen de Islamitische Unie van jihadistische complotten.

De flessen cognac en whiskey zullen nog wel even op tafel blijven staan in Koerdische hotels. Maar het is waar dat de fundamentalisten populariteit winnen. Veel burgers profiteren nauwelijks van de grote olie-inkomsten. Die komen vooral bij de aanhang van de KDP en de andere grote partij, de Patriottische Unie van Koerdistan, terecht. En de wensen van de moskee zijn duidelijk: „We doen een beroep op de Koerdische regering de verkoop van alcoholische dranken te verbieden”, aldus de Associatie van Koerdische Islamitische Geestelijken. „Onze universiteiten zijn veranderd in bordelen.”

Carolien Roelants