Bereid zijn te sterven voor 'n onbekend Syrië

Veel jonge Syriërs die vanuit het buitenland strijden tegen president Assad zijn nooit in Syrië geweest.

Toch geven zij alles op voor het land dat ze enkel kennen van Facebook en Twitter.

A Syrian living in Turkey shouts slogans as they protest against the government of Syria's President Bashar al-Assad after Friday prayers in front of the Syrian consulate November 18, 2011. REUTERS/Osman Orsal (TURKEY - Tags: POLITICS CIVIL UNREST) REUTERS

Mughira al-Sharif heeft zijn computer meegenomen naar het hippe restaurant in Istanbul. Onafscheidelijk zijn ze, zijn notebook en hij. Op het scherm leeft het enige Syrië dat hij kent. Het land van zijn vader kent hij alleen van Facebook, YouTube en Twitter. „Het is het land waarvoor ik bereid ben om te sterven”, zegt hij.

Met zijn twintig jaar, de jeugdpuistjes nog niet opgedroogd, is hij typerend voor veel van de Syriërs die vanuit de omliggende landen de strijd aanvoeren tegen de regering van president Bashar al-Assad. Jong, vastberaden en volslagen onbekend met het dagelijks leven in Syrië.

Sharif is kind van een succesvolle expat. Zijn vader staat aan het hoofd van de Rode Halve Maan en spendeerde de afgelopen twee decennia in landen als Pakistan, Koeweit en Jordanië. Zijn kinderen reisden met hem mee. Een jaar geleden verhuisde Sharif naar Istanbul voor studie en een voetbalcarrière bij de lokale voetbalclub Karagümrü. Daar speelde hij zes maanden lang betaald voetbal. Totdat de opstand uitbrak.

„Op Facebook werden de Syrische dagen van woede uitgeroepen. Ik stortte me op internet. Mijn leven draaide alleen nog om de filmpjes die ons uit Syrië werden toegestuurd. Toen ik twee weken niet kwam opdagen op de training, werd ik ontslagen. Met de studie ben ik gestopt.”

Turkije is uitgegroeid tot de uitvalsbasis van het Syrisch verzet. Sinds juni stroomden duizenden vluchtelingen de noordgrens van Syrië over. Niet alleen het vluchtelingenkamp in de provincie Hatay is sindsdien commandocentrum van het verzet. De Turkse regering staat oogluikend toe dat leiders van de Syrische Nationale Raad in Istanbul confereren over het einde van Assad.

Mughira al-Sharif laat trots de foto zien van de laatste overwinning: een foto waarop de leiders van de Syrische Nationale Raad zij aan zij staan met de leiders van de het Vrije Syrische Leger, een gewapende tak van het verzet. Zoveel saamhorigheid hebben de leiders de afgelopen maanden niet kunnen laten zien. Het Syrisch verzet wordt geplaagd door onenigheid. Op eerdere bijeenkomsten brak zelfs ruzie uit over de vraag wie er op de foto mag of wie er op het podium mag zitten om de pers toe te spreken. Buiten de landsgrenzen staat de etnische verdeeldheid gecoördineerde actie in de weg. „Het Vrije Syrische Leger en de Nationale Raad kritiseerden elkaar veel in de afgelopen maand. Maar nu gaat alles goed komen”, verzekert Sharif.

Zijn hoop is gericht op de regering van premier Recep Tayyip Erdogan die in de afgelopen weken steeds kritischer werd tegenover de oude bondgenoot in Damascus. Deze week kondigde Ankara aan de banktegoeden van Syrische functionarissen te bevriezen en alle transacties met de Centrale Bank in Syrië stil te leggen. Die sancties gaan de Syrische oppositie niet ver genoeg. „Als Turkije een bufferzone in het noorden van Syrië aanlegt, kunnen we die veiligheidszone gebruiken als uitvalsbasis voor het verzet”, zegt Sharif.

Maar de Turkse regering is huiverig voor zulke militaire interventie. De leider van het Vrije Syrische Leger, kolonel Riad al-Assad, kreeg een spreekverbod opgelegd, na een aantal opruiende interviews vanuit het vluchtelingenkamp in Hatay. De angst voor import van de Syrische strijd op Turks grondgebied groeide toen een gewapende Libische man met een Syrisch paspoort in het toeristische hart van Istanbul om zich heen begon te schieten. Volgens ooggetuigen schreeuwde de man „wij zijn Syrië” voordat speciale eenheden hem doodden. De krant Taraf noemde die aanval de ochtend erna „een boodschap aan Ankara”.

Mughira al-Sharif voert zijn eigen strijd. Iedere vrijdag gaat hij naar het Syrische consulaat in Istanbul om het aftreden van Assad te eisen. Dan zijn ze met een man of honderd. Zijn familie in Syrië gooide hem deze week van Facebook. „Sorry neef, maar ik moet je nu blokkeren”, schreven ze vanuit Deraa, de stad waar zijn vader is geboren. Soms schrijven ze vanuit Syrië dat jongens zoals hij geen echte moslims zijn. Soms schrijven ze dat Assad nog steeds hun president is. Maar dat komt volgens Sharif doordat de Syriërs al veertig jaar lijden onder dictatuur. „Het is mijn taak om hen te helpen. Ze moeten net zoals ik in democratie leven.”

Hij geeft toe: tot maart van dit jaar kende hij niet eens de namen van de grote steden in zijn land. Syrië is zijn idée fixe, de strijd tegen Assad de aflossing van zijn schuldgevoel. „Maar degenen die daar wonen, kennen hun land ook niet. Het is de schuld van het regime.”