Zalm eten onder 'n acrobaat

Palazzo profiteert van de populariteit van tv-koks en kookwedstrijden.

Maar de gerechten zijn allemansvrienden en de optredens nogal flauw.

Nederland, Rotterdam, 27-11-2011. Spektakel op het "Bal van de Graaf" tijdens de diner-theatershow Palazzo in een spiegeltent in Rotterdam. Foto: Andreas Terlaak Andreas Terlaak

„Dames en heren... Bent u er klaar voor,” vraagt een kleine, Britse komiek met een theedoek om zijn hoofd. De muziek zwelt aan. Het publiek schuifelt hongerig op de stoelen. ,,Bring... out... the food!”

De deuren naast het podium zwiepen open, de band gaat los, en achttien man bedienend personeel stapt in stevige tred keurig in een rij de burleske zaal in met grote zwarte dienbladen op één hand boven het hoofd. Daarop staat een tartaar van zalm in een mousse van mierikswortel met daarop een parmezaankoekje. In de bitterbal van zalm en aardappel ernaast steekt een klein plastic pipetje. De gasten kunnen het ‘beignetje’ daarmee zelf injecteren met een saus van gember en yuzusap.

Ondertussen wordt tussen de punt van de negentiende-eeuwse spiegeltent en het ronde podium in het midden van de zaal een paal gemonteerd. Terwijl de eerste gang wordt uitgeruimd, zweeft een knappe Australische acrobaat volledig horizontaal boven het podium, met slechts zijn handen aan de paal.

Dit is de internationale dinnershow Palazzo in Amsterdam. Er zullen nog drie gangen volgen. Er wordt gejongleerd met paraplu’s en tennisrackets, gerolschaatst en gegoocheld. En er worden veel flauwe grappen gemaakt.

Het concept ‘dinnershow’ kennen we al zeker twintig jaar. Je vindt ze in Amsterdam, Rotterdam en Antwerpen, maar ook in Delden, Opmeer en Sliedrecht. Een van de grootste in Nederland, het Las Vegas-achtige DreamsLive in Studio 21 in Hilversum, draait al sinds 1993.

Maar anders dan die laatste adverteert Palazzo niet met BN’ers als special guest. Op de blauwe posters van Palazzo prijkt de naam van de chef. En dat doet het goed in deze tijd van tv-koks en kookwedstrijden. Palazzo begon vorige maand aan haar achtste seizoen in Amsterdam, ditmaal met chefkok Robert Kranenborg. Drie weken geleden opende de show ook haar deuren in Rotterdam, waar voormalig driesterrenchef Cees Helder het menu ontworpen heeft.

Maar voor het eten alleen ga je niet naar Palazzo. De gerechten zijn allemansvrienden (zalm, stukje sucade, kabeljauwfilet) met weinig uitgesproken smaken, want iedereen moet het lekker vinden. Waar Helder in Rotterdam helemaal op safe speelt, probeert Kranenborg er nog wat van te maken door de maïssabayon bij de bonito te serveren met popcorn. Maar het is nog steeds niet wat je verwacht van een naam als Helder of Kranenborg.

Af en toe komt er wel eens een mailtje van een teleurgestelde gast binnen, zegt producent Rick Gemser. „Maar we pretenderen geen sterrenrestaurant te zijn en dat realiseren de meeste gasten zich wel. Er moeten in achttien minuten 400 couverts geserveerd worden.”

Populistisch koken noemt Kranenborg dat. „Ik moet koken voor kinderen van acht en hun grootouders van 88, dus kies ik de meest populaire ingrediënten. De meeste gasten beseffen wel dat je dan niet heel uitdagend kan koken. Maar de kwaliteit is altijd goed.” Een keer per week komt hij controleren.

De show in Rotterdam is „Palazzo zoals het ooit bedoeld was”, zegt producent Gemser. Het is dezelfde voorstelling die twee jaar geleden in Amsterdam draaide: een romantisch verhaaltje over een Dracula-achtige graaf die eens in de 120 jaar ontwaakt en vanavond een vrouw zoekt. Hij wordt opgereden in een glazen kist op een koets, getrokken door drie Oekraïense acrobates in lingerie. De voorstelling grijpt terug op de klassieke variété van begin vorige eeuw.

Maar het blijft circus, met een jongleur en een trapeze-act. Veel artiesten treden ook op bij Cirque du Soleil. Het ronde podium in het midden van de tent is minder dan tweeënhalve meter in doorsnee, gasten zitten er met hun neus op, acrobaten zweven geregeld boven de binnenste tafels. Dat maakt de sfeer intiem.

Ook in Amsterdam zijn de acrobatenacts indrukwekkend, maar de show zelf heeft een stuk minder klasse. Twee Britse komedianten praten de boel aan elkaar. De een, Mr. PP, loopt in driedelig pak met afgeknipte pijpen en kniekousen, trekt gekke bekken en maakt rare geluidjes. De ander, John Fealey, in koksbuis met theedoek om het hoofd, laat in korte improvisaties zien dat hij talent heeft voor stand-up comedy, maar draait verder een geijkte routine af. De Brit probeert Nederlandse woorden als ‘aardappel’ en ‘Sander uit Zwolle’ uit te spreken en observeert: „In Engeland proberen we criminelen op te pakken, hier maken jullie alles gewoon legaal”.

De contactgestoorde serveerster Kitty, met grote bril en opgestoken haar, blijkt achteraf een lekker wijf. Ze gooit d’r haar los en klimt in de ringen, en dan wil chef Fealey wel zoenen. Meer verhaal zit er niet in.

„We hebben bewust gekozen om een hele andere show neer te zetten”, zegt Gemser. „De show in Rotterdam is de mooiste die we gedaan hebben, het is meer theater en poëzie. Als je voor het eerst naar een nieuwe stad gaat, moet je natuurlijk openen met een knaller.” Daarbij is Cees Helder een wat oudere chef die een wat ouder publiek trekt, legt hij uit. Hij omschrijft het publiek als ‘Lee Towers-chic’. „Daar moet je geen Engelstalige komiek neerzetten. In Amsterdam is de zaal wat jonger en internationaler. Er wordt ook meer gedronken. Daarbij is de helft van het publiek al eens eerder geweest, dus moet je echt iets anders doen.”

In beide steden wordt toch opvallend hard gelachen en de meeste gasten verlaten de zaal met een glimlach op het gezicht. Iedereen zegt desgevraagd een geweldige avond te hebben gehad. Gemiddeld betaalden ze voor een weekendkaartje op de tweede rang met wijnarrangement 179 euro. Voor een paar tientjes meer eet je vijf gangen met wijn bij restaurant Ron Blaauw, én zit je vooraan bij André van Duin in het De La Mar theater.

    • Joël Broekaert