Wie is er bang voor Agnes en Henk?

Naïef en onnozel. Zo noemde Han Noten het idee dat de bestuurscrisis binnen de FNV zich concentreert rond één man en één vrouw. Noten, samen met Herman Wijffels als bemiddelaar opgetrommeld om de crisis op te lossen, had het over FNV-voorzitter Agnes Jongerius en FNV-Bondgenotenvoorman Henk van der Kolk.

Het idee is nu om de FNV in wezen op te heffen, en in plaats daarvan een ‘nieuwe vakbeweging’ te maken, die gebaseerd is op een meer evenredige vertegenwoordiging van afzonderlijke beroepsgroepen.

Zo’n plan is zo oud als de wereld. In elke jongensclub, of het nu een sportteam is of een rockband, kan het gebeuren dat één van de deelnemers helemaal niet, of niet meer, blijkt te voldoen. Maar ja, hem vragen was makkelijk, maar hem lozen weer zo cru.

De meest perfide, maar ook meest omslachtige, oplossing is om gewoon een parallelle club of band te beginnen, waar de persoon in kwestie geheel toevallig géén deel van uitmaakt. Lafhartig? Zeker. Maar ook op het hoogste niveau gebeurt het.

Eind jaren zeventig was de G10, met daarin Nederland, hét forum om de wereld in te bespreken. Maar die kleine landen, waaronder ook Zwitserland, maakten het wel wat vol. En dus werd de G7, met alleen de écht grote landen, opgericht. De G10 werd niet werd opgeheven, waardoor er slechts een beperkt gezichtsverlies optrad. De oude club bestaat nog steeds in de rudimentaire vorm van het Basel Comité, waar regels voor de banksector worden gemaakt.

In De Nieuwe Vakbeweging is geen plaats voor Jongerius en Van der Kolk, die het daar in het openbaar geheel mee eens zijn. Maar ze blijven wel aan, totdat die nieuwe organisatie er daadwerkelijk is, hetgeen ironisch genoeg juist daardoor nog te bezien valt.

Is het nu werkelijk naïef en onnozel te denken dat het ook niet om hen, en hun persoonlijke verhouding, ging?

Het bedrijfsleven heeft de overgang meegemaakt van de traditionele directeur-eigenaar van de negentiende eeuw, naar de ingehuurde manager van de twintigste eeuw, naar de manager die zich in de loop van de afgelopen twintig jaar begon te gedragen alsóf hij de eigenaar was. Lees, voor Nederland, de klassiekers Het Drama Ahold en De Prooi van Jeroen Smit – over Ahold en ABN Amro – er maar op na. Of ga kijken: de voorstelling De Prooi van Het Nationale Toneel gaat in maart volgend jaar in première.

Er is wel degelijk sprake van het bestaan een ‘CEO-waan’, waarbij ambitie, werkdruk en isolement het risico hebben dat ze leiden tot een zelfbeeld van opoffering, almacht en onmisbaarheid. Het is juist naïef en onnozel te veronderstellen dat dit alleen in bedrijven plaatsvindt en niet in de ambtenarij of de non-profitsector. Daarvoor zijn inmiddels iets te veel woningcorporatiedirecteuren in hun Lamborghini voorbij gereden.

Le syndicat, c’est moi. Juist voor de vakbeweging is dat nogal wrang. Zij is per definitie ontstaan uit het collectief. De verhouding tussen de bonden binnen de FNV is inderdaad scheef. En er is sprake van onverzoenlijke posities op een lager niveau dan dat van de voorzitters en topbestuurders. Maar of daar nu een geheel nieuwe vakbeweging voor nodig is?

Een peuter in een onhandelbare bui is het best rustig te krijgen met een opmerking als: „Maar ik zie het al, je sok zit ook helemaal niet goed.” Huh? Een geheel ander onderwerp, een externe oorzaak. Peuter afgeleid en zelf ook blij dat hem een eervolle terugtocht wordt geboden.

De sok van de FNV zat óók helemaal verkeerd.

Maarten Schinkel