Waardevrije wetenschap? Dan ook feitenvrije politiek

Vulkaan op IJsland, CO2-uitstoot tot 300.000 ton per dag. Foto Reuters.

We nemen geen genoegen meer met politici die hun mening niet met onderzoek kunnen onderbouwen. Wie in een debat de feiten niet kent, wordt weggehoond. De introductie van wetenschap in de politiek is echter niet zonder risico’s. Onderzoek kan afgedaan worden als opinie.

Een bekend voorbeeld is de reactie van voormalig premier Balkenende op het onderzoek naar de legitimiteit van de Nederlandse steun aan de invasie van Irak. Een juridische studie van maanden wuifde Balkenende weg als een mening. Kamerleden vielen over hem heen, want wat heeft onderzoek voor zin als de conclusies gepolitiseerd worden?

Vooral klimaatonderzoek lijdt onder de neiging van politici om wetenschappelijke conclusies af te zwakken, te verdraaien of te overdrijven. Het materiaal geeft daar ook ruimte toe: wetenschap gaat namelijk over waarschijnlijkheid, zelden is iets honderd procent zeker. Een debat hierover is eigen aan de wetenschap. De vraag is echter of het aan politici is om dat debat te voeren.

Hans Harbers, hoofddocent aan de Faculteit Wijsbegeerte van de Universiteit Groningen, wijst op het onderscheid dat socioloog Max Weber in 1917 maakte. “Wetenschappelijk onderzoek gaat over de feiten – het Sein; politieke wilsvorming over de waarden – het Sollen“, schrijft hij op Socialevraagstukken.nl. “Die twee domeinen moeten strikt van elkaar gescheiden blijven. Dat is goed voor de wetenschap – haar neutraliteit en objectiviteit; maar ook voor de politiek. Het politieke spreken moet vrij zijn, los van Sachzwang, de dwang van de feiten. Wat we normatief wenselijk achten mag niet afhankelijk zijn van wat feitelijk mogelijk is. Zo geredeneerd is fact free politics het tweelingzusje van waardevrije wetenschap – value free science.”

Wetenschap is letterlijk, politiek beeldend
Mag een politicus dan niet uit wetenschappelijk werk citeren? Natuurlijk wel. Kennisvragen en handelingsbeslissingen zijn dusdanig met elkaar verknoopt dat een Chinese Muur ertussen niet alleen onverstandig, maar ook onmogelijk is. Het gaat Harbers, Weber indachtig, vooral om het conceptuele onderscheid.

Beschouw wetenschap en politiek allebei als een vorm van experimenteren, doceert hij. Beide zijn voortdurend bezig met de experimentele creatie van nieuwe werelden, maar wel op geheel verschillende manieren. “In de wetenschap worden die nieuwe werelden daadwerkelijk gemaakt – vaak eerst in het lab en aan de tekentafel, daarna ook buiten in ‘het wild’. In de politiek worden die werelden verbeeld in idealen – geen utopische blauwdrukken, maar concrete beschrijvingen van het betere leven. Wetenschap en politiek zijn dus twee vormen van onderzoek naar mogelijke werelden – de één letterlijk, de ander beeldend.”

Wetenschappelijke consensus, politieke verdeeldheid
Het wordt troebel als wetenschappers worden ingehuurd door politici. Denk aan het Britse Lombard Street Research, het eurosceptische bureau dat momenteel onderzoek doet voor de PVV naar de herinvoering van de gulden. De voorspelbare uitkomsten zullen direct in twijfel worden getrokken: door politici met zogenaamd ‘wetenschappelijke’ argumenten.

Hetzelfde is al jaren aan de gang in de klimaatwetenschap. Onder wetenschappers is er een behoorlijke consensus over het aandeel van de mens in de opwarming van de aarde, maar klimaatsceptische politici zorgen er keer op keer voor dat de paar onderzoeken die dat ontkennen veel aandacht krijgen. Dat werpt vruchten af: onder het publiek is er helemaal geen consensus over de mens als veroorzaker van het broeikaseffect. Vervolgens komen klimaatwetenschappers in de verleiding om bewijzen krachtiger te presenteren dan ze daadwerkelijk zijn: zie Climategate, de rel in 2009 over uitgelekte e-mails van VN-klimaatpanel IPCC waaruit zou blijken dat ontlastende data was achtergehouden en gemanipuleerd.

Kies wat je gelooft
Zelfs als er geen spoor van fraude of fouten gevonden kan worden, dan nog is de wetenschap kwetsbaar op politiek terrein. Wetenschappelijke conclusies worden namelijk als feiten, als waarheid, gepresenteerd. Vooral in de persberichten. De wetenschappelijke praktijk is echter helemaal niet zo robuust, schrijft wetenschapsjournalist Jonah Lehrer in The New Yorker. “Een derde van alle studies wordt nooit geciteerd, laat staan herhaald.” Bovendien, zo vervolgt hij, worden oude onderzoeksconclusies aan de lopende band ontkracht. Repliceerbaarheid is in theorie de kern van de wetenschap, in de praktijk een ideaal. Het blijkt vaak lastig om met dezelfde methode tot dezelfde resultaten te komen.

Jonathan Schooler, hoogleraar psychologie, is volgens Lehrer één van de weinigen die dit binnen en buiten de wetenschap aan de kaak stelt. Eigenlijk begon die kritiek als zelfkritiek, want Schooler ontdekte dat het alom geciteerde onderzoek waarmee hij beroemd werd (naar taal en geheugen) bij herhaling niet meer van die sterke verbanden opleverde. Fouten in de methodiek kon hij echter niet ontdekken. Het was alsof de natuur met hem dolde.

Momenteel is Schooler pleitbezorger van een meer relativerende kijk op wetenschap. De discipline produceert geen waarheden, maar waarschijnlijkheden: er is altijd wel een speld tussen te krijgen. Die stelling bewijst hij vervolgens met onderzoeken die qua opzet exact op elkaar lijken, maar afzonderlijk andere resultaten opleveren. Lehrer: “Dit herinnert ons eraan hoe moeilijk het is iets te bewijzen. We hechten aan de bewering dat onze experimenten de waarheid definiëren, maar dat is meestal niet het geval. Alleen omdat een idee waar is, betekent dat nog niet dat het bewezen kan worden. Dat een idee bewezen kan worden, betekent nog niet dat het waar is. Zodra de experimenten zijn gedaan, moeten we nog kiezen wat we geloven.”

Twijfel is de achilleshiel van de wetenschap
Die keuze is dus aan de politiek. Het probleem is echter dat politici politiek bedrijven met het in diskrediet brengen van wetenschappers. Vooral in Amerika. Daar worden feiten steeds vaker gedegradeerd tot meningen, schrijft Rutger van der Hoeven deze week in De Groene Amsterdammer. Die methode is volgens hem afgekeken van de tabakslobby en wordt toegepast op het klimaat en tal van andere controversiële onderwerpen. Het land wemelt van de onderzoeksinstituten die gefinancierd worden door industrieën en enkel en alleen als doel hebben om nepconclusies te produceren of ander wetenschappelijk werk in twijfel te trekken.

Twijfel zaaien is het belangrijkste wapen, zo citeert Van der Hoeven emeritus-hoogleraar antropologie André Köbben. “Er zit in een wetenschappelijk onderzoek altijd wel een aanknopingspunt voor een aanval, iets waarover de onderzoeker niet honderd procent zeker is. Het zit ook in de natuur van wetenschappers om altijd een voorbehoud te maken. Dat recht op twijfel plus de terughoudendheid om je eigen resultaten te robuust te presenteren, is de achilleshiel van de wetenschap geworden.”

Eerder in deze serie:
Niet doceren, maar indoctrineren. Schoolboeken als politiek instrument
Academici worstelen met advieswerk voor Gaddafi
Diederik Stapel en het ik-weet-het-toch-wel-syndroom
Politiek heeft draaikonten nodig. Naar voorbeeld van Lincoln
Zestien miljoen ‘milieuwetenschappers’
Politiek, schaf commissies af en zet de burger aan het werk
Wie geen gelijk krijgt, kan altijd nog de wetenschap opheffen
Japan slaat PR nucleaire industrie uit het lood

    • Steven de Jong