Voor 25 euro de hele wereldliteratuur

In China worden miljoenen boeken speciaal voor het web geschreven.

De censuur valt er mee, maar de webwinkels doen ook aan zelfcensuur.

Boeken schrijven voor de honderden miljoenen internetters in China. Je kunt er rijk mee worden, zoals de 28-jarige student Guo Jingming, veelschrijver van populaire non-fictie voor mobiele telefoons, laptops en tablets. Alleen maar beroemd worden – en dan vooral in het buitenland – is ook een optie. Chan Koonchung (59), auteur van de aanvankelijk in China verboden politieke thriller Shengshi Zhongguo 2013, is daar een voorbeeld van.

Het enige dat Guo en Chan gemeen hebben is dat hun werk is verspreid via het internet, waarop in enkele jaren een kolossale boekenindustrie is ontstaan. China telt inmiddels, althans volgens het China Internetnetwerk Informatiebureau, 1,45 miljoen webboekschrijvers die sinds 2005 bijna vijf miljoen boeken hebben geschreven. Boeken die worden verkocht aan de zeventig miljoen maandelijkse bezoekers van de vier grote webboekensites.

Hongkonger Chan zal zichzelf niet rekenen tot deze broodschrijvers met hun serieproductie. Om censuur en onwillige uitgevers te omzeilen zette hij een zelf geredigeerde versie van zijn Orwelliaanse visie op het hedendaagse China op het net. Het werd een hit.

De methode van Chan ondervindt navolging van schrijvers voor wie inkomsten van ondergeschikt belang zijn. De Shanghaise blogger Han Han bijvoorbeeld heeft deze maand zijn verboden De bloem van de jeugd op het net gezet. En dat heeft onlangs ook Wen Renhua gedaan met artikelen over zijn rol als studentenleider tijdens de Tiananmen-demonstraties in 1989.

Het internet biedt ook Zhang Jung eindelijk de mogelijkheid haar prachtige Wilde Zwanen, twintig jaar na publicatie in het Westen, te verspreiden in haar moederland. Zhang heeft daarbij hulp gekregen van Deutsche Welle, die het boek gratis verspreidt via haar Chineestalige site. Leesgierige Chinezen kunnen ook naar Bannedbook.org, een van de belangrijkste kanalen voor de verspreiding van verboden boeken in China.

Maar ook de webboekenindustrie staat onder scherp toezicht en de uitgevers doen aan zelfcensuur.

Dat zijn kwesties waar broodschrijver Guo Jingming zich niet mee bezig houdt. „Ik schrijf wat mijn lezers willen”, legt Guo Jingming telefonisch uit vanuit de provinciestad Chengdu in Sichuan. „Mijn lezers zijn jong en willen lezen over fantasieën, avonturen en sprookjes”, voegt hij daaraan toe.

Vorige week werd bekend dat hij zich met een vermogen van 3,5 miljoen euro voor het derde achtereenvolgende jaar de rijkste schrijver van China mag noemen. „Ik sta ’s ochtends op en ik ga naar de Starbucks of een ander koffiehuis en werk daar een paar uur. Ik schrijf iedere dag een hoofdstuk van duizend woorden en dat wordt dan de volgende dag meteen online gezet. Ik denk dat ik het afgelopen jaar meer dan 200.000 woorden heb geschreven”, vertelt Guo.

Zijn uitgever is Shangda, een in 2008 opgericht internetbedrijf met acht webboeksites en naar eigen zeggen marktleider. Van het nieuwste boek van Guo, een sprookje over een geheime keizerlijke dynastie in de bergen van de Tibetaanse gebieden, staan de eerste hoofdstukken op een vrij toegankelijke site. Wie verder wil lezen moet een klein bedrag betalen. Wie alles van Guo wil lezen is ook niet duur uit: 50 yuan, ongeveer 5 euro, voor de meer dan 20 boeken over romantiek, avonturen, fantasieën en sprookjes.

Voor literatuur, vertalingen van buitenlandse boeken en geschiedenisboeken liggen de prijzen van Shangda iets hoger, omdat de lezers van dit soort boeken zich meer kunnen permitteren. Maar voor 25 euro haal je bij Shangda of een van de drie andere grote internetuitgevers al snel de hele wereldliteratuur binnen. Het boek van Walter Isaacson over Steve Jobs kost in de ouderwetse boekwinkel nog geen 15 eurocent, maar was op het internet via Shangda te koop voor vijf mao: vijf Chinese dubbeltjes, ofwel vijf eurocent. Kopers van de Engelstalige uitgave in de winkel moesten maar liefst 30 yuan (3 euro) neerleggen, voor Chinese begrippen een woekerprijs.

Op het Chinese internet wordt er niet alleen naar hartenlust geroofd en geplagieerd, het copy-pasten is tot een kunst verheven. Harde cijfers over financiën, marktaandelen en bedrijfsmodellen zijn er nog niet. Internetuitgevers zoals Shangda zeggen dat zij winstgevend zijn, maar geven toe dat marges minimaal zijn. Uitgevers die winst maken hebben dat te danken aan een of twee zeer populaire auteurs, zoals Guo, en aan de stripseries.

Andere bronnen van inkomsten zijn op boeken gebaseerde computerspelletjes, video’s en in sommige gevallen ook bioscoopfilms en tv-series. Internetboeken met titels als Mijn Mooie Bazin en Legende van een Onsterfelijke werden gebruikt voor tv-series en computerspellen.

De literatoren onder de Chinese schrijvers hebben uiteraard grote moeite met deze ontwikkelingen, net als de eigenaren van kleine boekenwinkels. Eerder dit jaar kwamen de Chinese schrijvers en hun uitgevers massaal in opstand toen Baidu, het Chinese Google, al hun werk ongevraagd scande en in een gratis online-bibliotheek plaatste.

Baidu reageerde door sommige schrijvers af te kopen en anderen uit de online-bibliotheek te verwijderen. Blogger en schrijver Han Han concludeerde dat deze groep schrijvers zal wegzinken in de vergetelheid. Dat klopt, tenzij zij de methode van Chan Koonchung imiteren. Maar hij was natuurlijk al een vermogend man voordat hij zich in Peking vestigde en taalde niet naar royalty’s.