Uitzonderlijke schetsen van mooie, gebrandschilderde ramen

Schetsen van schoonheid. Museum GoudA. T/m 9/4. Publ. (uitg. Eburon Academic Publishers): geb., 320 blz., € 39,95. Inl.: www.schetsenvanschoonheid.nl ***

Zoals in het Italiaans een trombone letterlijk een grote trompet (tromba) is, zo is een cartone een groot papier (carta). In de kunstwereld betekent ‘karton’ dan ook niet zozeer ‘stevig papier’, maar staat de term voor een ontwerp op papier dat precies dezelfde afmetingen heeft als bijvoorbeeld een wandschildering, tapijt of glas-in-loodraam.

Zulke grote tekeningen van aan elkaar geplakte vellen papier vormen de laatste stap van het ontwerpproces naar de uitvoering van het kunstwerk zelf. In Gouda zijn tientallen kartons bewaard gebleven voor de beroemde, zestiende-eeuwse gebrandschilderde ramen van de kerk van Sint Jan.

In de afgelopen tien jaar zijn ze allemaal gerestaureerd en beschreven. Ter gelegenheid van de verschijning van het prachtige boek dat daarvan het resultaat is, wordt een tiental topstukken uit de collectie nu getoond in Museum GoudA. De bezoeker van de kleine expositie kan de ramen zelf in de vlakbij gelegen kerk bekijken.

De meterslange stroken papier laten zien wat de glasschilders zich voornamen uit te beelden tussen de verticale stijlen van de ramen. Het grootste deel van de tekeningen is van de hand van de Gouwenaar Dirck Crabeth (ca. 1510-1574). Hij was door de kerkmeesters van Sint Jan aangesteld om leiding te geven aan de decoratiecampagne van de vensters die startte na een verwoestende brand in 1552. Hoewel ook andere kunstenaars, onder wie Dircks broer Wouter, ontwerpen hebben geleverd, maakten Dirck Crabeth en zijn atelier er de meeste. En de mooiste.

Zo ontwierp Crabeth voor het kerkkoor drie ramen met voorstellingen uit het leven van Johannes de Doper. In zwart krijt trok hij contouren en plaatste hij arceringen om plasticiteit aan te geven. Opvallend is de aandacht van de schilder voor allerlei details in bijvoorbeeld kleding en vegetatie.

Als je met de neus op de tekeningen staat, zijn die goed te zien. Maar in de ramen, die Crabeth ook zelf maakte, groot en hoog in de kerk blijft er voor de beschouwer op de grond weinig van over. De kunstenaar was, voor die ereplaats in het koor, gebonden door de thematische samenhang van de scènes van de patroonheilige van de kerk: respectievelijk de Prediking van Johannes de Doper, de Doop van Christus, en de eerste Prediking van Christus. Maar ook zorgde hij voor cohesie in de vorm: de voorstellingen worden compositorisch met elkaar verbonden door een landschap dat in alle drie de glazen doorloopt.

In zijn kartons komt Crabeth naar voren als een zorgvuldige, solide tekenaar. Voor zijn composities en motieven heeft hij goed gekeken naar voorbeelden in de Italiaanse renaissancekunst, die gedeeltelijk door Nederlandse kunstenaars waren geïmporteerd.

De kerkmeesters moeten zich de uitzonderlijkheid van het project hebben gerealiseerd toen ze de kunstenaars vroegen niet alleen de glazen af te leveren, maar ook hun ontwerpen af te staan. Al bijna een half millennium liggen de kwetsbare werken – soms met een lengte van 22 meter – opgerold opgeborgen in de kerkkluis. Daarmee bezit de Goudse Sint Jan een unieke verzameling kartons, die ook nog eens opmerkelijk goed bewaard zijn gebleven.

Het boek waarin ze worden beschreven gaat ook in op de manier waarop ze werden gebruikt. Opvallend is dat de kartons nauwelijks sporen van gebruik vertonen: er zijn geen scheuren door scherven of schroeivlekken van het glassnijden, noch spatten van gemorste verf.

In het boek wordt verondersteld dat het overtrekken van de contouren van de tekeningen zorgvuldig en met een fijn penseel zal zijn gebeurd, terwijl het grovere werk – het snijden van het glas, het aanbrengen van arceringen en kleur – pas werd gedaan als het glas niet meer op het ontwerp lag. Dat verklaart de letterlijk vlekkenloze staat van de Goudse kartons van Dirck Crabeth.

    • Bram de Klerck