Straatvoetbal op het parkeerdek

Er zijn drie boeken verschenen over Johan Cruijff, die door de bestuurlijke chaos bij voetbalclub Ajax de laatste weken veel in het nieuws is geweest. ‘Het sluiten van een compromis ziet hij als een nederlaag. En hij kan niet tegen zijn verlies.’

Soms, als ik het niet meer weet, zoek ik het filmpje weer op, op You Tube: het korte filmpje waarin we de kleine Amsterdammer Johan Cruijff, een jaar of tien ongeveer, in Betondorp, op straat zien voetballen. In een gewone korte broek, op gewone schoenen, in een gewone trui. Het plezier straalt er vanaf – en ook het gemak, en de souplesse. Er kan nog gewoon op straat gevoetbald worden. De zon schijnt, de bomen staan in blad, de jongen lacht. Dit is het paradijs. Dit is wat de latere Cruijff altijd in zijn spel heeft behouden – en wat de toeschouwers altijd ontroerd heeft: kinderlijk plezier, gemak, ontspanning. Homo ludens. Vrijheid. Geluk.

In dat filmpje zien we Cruijff aan het begin van het ongelooflijke jongensboek dat zijn leven spoedig zou worden. Het magere, watervlugge kereltje dat de hele dag rondhangt bij de voetbalclub en daar al jong in het eerste elftal debuteert, en al gauw de beste voetballer van Ajax, Nederland en Europa wordt – en later van de hele wereld. Een zoon van een groenteboer in de Akkerstraat. Het bijbehorende jongensboek is nu, zestig jaar later, alsnog geschreven, door Jan Eilander. Het ziet eruit als een nieuw deel uit de Kameleon-reeks en die sfeer ademt het ook. Boterhammen, glazen melk, een lieve moeder, een stoere vader die grapjes maakt. En dan nog een barse politieagent erbij, een strenge meester op school, en een lief meisje in de klas. Knus, kneuterig, jaren vijftig, ‘toen was geluk nog heel gewoon’. Het verhaal hangt van de stereotiepen aan elkaar, en alles is in voorspelbaar sentiment en goedkope romantiek gedrenkt. Het lijkt me meer een jeugdboek voor vijftigplussers met heimwee.

Cruijffie is het geromantiseerde verhaal van Johan Cruijffs jeugd. In dit eerste deel gaat het om zijn jongensjaren, tot en met de laatste dag op de lagere school. Dat is ook de dag waarop vader Manus plotseling sterft, aan een hartaanval. Af en toe komen er zinnen voorbij die ons bekend voorkomen. Wat zegt Manus Cruijff tegen Johan, als opa dood is, en hij hem wil troosten? „Maar elk nadeel heeft een voordeel, jochie.”

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 2 december 2011, pagina 6 - 7. U kunt de hele recensie hier lezen en het boek bestellen.

    • Guus Middag