Ook foute scheidsrechter heeft gelijk

Kredietbeoordelaars hebben veel macht omdat zij het kompas zijn voor veel grote beleggers. Of partijen dat nu leuk vinden of niet.

Na de woede komt de berusting. Ach, waar hebben we het eigenlijk over? Standard & Poor’s waarschuwde gisteravond dat zij het rapportcijfer voor de financiële gezondheid van vrijwel alle eurolanden dreigt te verlagen. Maar wat maakt het uit als één bureautje – een dochterbedrijf van de Amerikaanse uitgever McGraw-Hill – zijn rapportcijfer voor een stoet eurolanden verlaagt? Bovendien, iedereen weet toch dat de risico’s in de eurozone sterk zijn toegenomen?

Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch zijn de toonaangevende bureaus in de wereld. Zij zijn gespecialiseerd in het analyseren en beoordelen van de kredietwaardigheid van bedrijven en landen. Na het uitbreken van de eerste kredietcrisis in 2008 kregen de bureaus een golf van kritiek. Hoe was het mogelijk dat allerlei verhandelbare effecten, die gebaseerd waren op woekerleningen aan armlastige Amerikanen, toch het hoogste kredietoordeel kregen?

In The Big Short beschrijft de Amerikaanse schrijver Michael Lewis hoe op Wall Street de krachtsverhoudingen liggen. De slimste jongens en meisjes werken bij de grote internationale zakenbanken. De mindere goden zitten bij de kredietbeoordelaars. De snelle zakenbankiers wisten in de aanloop van 2008 de kredietbeoordelaars handig voor hun karretje te spannen. Nadat zij de hoogste rapportcijfers binnen hadden, gingen de zakenbankiers de boer op met giftige hypotheken verpakt als risicoloze effecten.

Maar wat is er anno 2011 eigenlijk veranderd? Omdat financiële producten ingewikkeld zijn en tijd schaars is, blijven kredietbeoordelaars een grote rol spelen in de financiële wereld. Hun oordelen, onafhankelijk of niet, kunnen wel worden afgedaan worden als non-event, maar dat betekent niet dat ze onbelangrijk zijn.

Kredietbeoordelaars zijn de scheidsrechters van de financiële markten, uitgekozen door politici, toezichthouders en beleggers zelf.

Dat werkt zo. Professionele beleggers als pensioenfondsen en verzekeraars besteden veel van hun beleggingen uit. „Onze opdrachtgevers geven restricties mee. Bijvoorbeeld: u belegt alleen in triple A”, zegt Henk Beets van vermogensbeheerder First Investments dat voor instituten belegt. Triple A is jargon voor de minst riskante beleggingen waar de kans op wanbetaling het kleinst wordt geacht. „Doen wij dat niet, dan zijn we aansprakelijk”, zegt de vermogensbeheerder. Het komt voort uit risicomijdend gedrag: je geeft een vermogensbeheerder die voor jou gaat beleggen niet de vrije hand. Maar dat betekent wel dat een gewijzigd oordeel – terecht of niet – tot koop- of verkoopdwang leidt.

Prestaties van beleggers worden daarnaast vergeleken met een vooraf afgesproken ijkpunt: bijvoorbeeld een beursgraadmeter of andere index, vaak óók samengesteld door de kredietbeoordelaars.

Het is een manier om te kijken of een belegger het goed doet. Gevolg is dat professionele beleggers gewend zijn voor een groot deel graadmeters als bijvoorbeeld de AEX-index met 25 grootste bedrijven te schaduwen. Maar als daar een bedrijf uitvalt, noopt dat wel direct tot actie. Standard & Poor’s claimt dat wereldwijd meer dan 1.250 miljard dollar (930 miljard euro) aan beleggingen direct verbonden is met graadmeters van het bureau.

Het oordeel van kredietbeoordelaars wordt ook vaak noodgedwongen toegepast. Verzekeraars berekenen hun verplichtingen veelal op basis van de ‘risicovrije rente’. De maatstaven hiervoor wijzigen als kredietoordelen van landen veranderen. Het betekent dat door gewijzigde rapportcijfers verzekeraars dikwijls hun beleggingsgedrag moeten aanpassen.

En ook het gedrag van toezichthouders zelf wordt mede bepaald door de kredietoordelen. Banken die bij de Europese Centrale Bank geld willen lenen, dienen onderpand te verstrekken. De kwaliteit van dat onderpand bepaalt hoeveel de banken gebruik kunnen maken van dit noodloket. En de Europese Centrale Bank baseert dat juist weer op de kredietoordelen van de toonaangevende bureaus. Een kredietoordeel dat vandaag verlaagd wordt, kan er morgen voor zorgen dat banken minder bij de Europese Centrale Bank kunnen lenen.

    • Jeroen Wester