Ons land dat we niet bezitten

Na de verloedering van het New Yorkse Harlem in de jaren zeventig en tachtig, is er op grote schaal in het gebied geïnvesteerd. Zelfs Bill Clinton houdt er kantoor. In twee zeer uiteenlopende boeken komen de gevolgen van stijgende huizenprijzen aan bod.

In 1925, aan het begin van de Harlem Renaissance, had schrijver, politicus en activist James Weldon Johnson een ontnuchterend visioen. Terwijl de spirituele hoofdstad van Zwart-Amerika het decor vormde van de opkomst van een cultureel zelfbewustzijn, vroeg Johnson zich af of ‘de negers in staat zullen blijken Harlem te behouden’. Om zich vervolgens aan een voorspelling te wagen: ‘Als kleurlingen Harlem verlaten [...], dan zal het zijn om een reden zonder precedent: omdat de grond zo duur is geworden dat ze het zich niet meer kunnen veroorloven er te wonen.’

Johnsons voorspelling is uitgekomen. Na de dramatische verloedering van Harlem in de jaren zeventig en tachtig, is er op grote schaal geïnvesteerd in het gebied tussen Central Park, 110th Street, Morningside Heights en de East en Harlem River. Een herenhuis, dat in 1993 minder dan 300.000 dollar kostte, ging in 2006 voor een kleine vier miljoen van de hand. Inmiddels heeft Bill Clinton een kantoor aan 125th Street en zijn dichtgetimmerde panden veranderd in trendy winkels. Een goede zaak of ‘hedendaagse kolonisatie’?

In twee zeer uiteenlopende boeken over de volkswijk komt deze vraag aan de orde. De in Amsterdam woonachtige historicus Jonathan Gill schreef Harlem, een studieus overzicht van de ontwikkeling die de wijk doormaakte sinds haar begin als Nederlands dorpje Nieuw-Haarlem. Schrijfster Sharifa Rhodes-Pitts’ Harlem is Nowhere: A Journey to the Mecca of Black America is een persoonlijker boek over de betekenis die Harlem heeft gehad sinds het begin van de Harlem Renaissance. Terwijl Gill spreekt van een ‘wederopstanding uit de dood’, ziet Rhodes-Pitts juist een aanval op de locale gemeenschap. Standpunten die niet los kunnen worden gezien van de beroepsmatige én etnische achtergronden van beide auteurs.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 2 december 2011, pagina 8 - 9. Abonnees kunnen het hele artikel hier lezen.