Ongrijpbaar en handig, net wat 't CDA nodig heeft

Staatssecretaris Henk Bleker, die vandaag zijn begroting verdedigt, krijgt felle kritiek. Van het publiek, van natuurorganisaties. Het lijkt hem niet te raken.

DEN HAAG - Vandaag zijn in de Eerste Kamer de Algemene Politieke Beschouwingen van start gegaan. Premier Mark Rutte kreeg in eerste termijn de vragen van de Kamerleden te horen. Op de foto regelt een bode extra licht voor staatssecretaris Joop Atsma. Rechts staatssecretaris Bleker Dijkstra bv

Den Haag/Stabroek. - De ongeveer tachtig hoogwaardigheidsbekleders in het kasteel – inclusief een jongedame in een middeleeuws gewaad die volgens de kasteelheer „van huwbare leeftijd” is – zien afgelopen vrijdagavond al snel wat voor politicus Henk Bleker eigenlijk is. Eentje die zijn eigen plan trekt.

Staatssecretaris Bleker is verzocht naar het Belgische Stabroek te komen om de uitbreiding van een natuurpark op de grens met Nederland officieel te maken. Er zijn lokale bekendheden, in uniform gestoken afgevaardigden van de brandweer die bij een recente brand in het park heldenwerk hadden verricht. En daar staat ook Blekers ambtsgenoot, de Vlaamse minister voor leefmilieu Joke Schauvliege. Het is een bijeenkomst waar veel mensen al jaren naar hebben uitgekeken. Men heeft zich erop verheugd.

Wat Henk Bleker draagt? Een wit overhemd met een blauw jasje, een spijkerbroek. Geen das.

Wat Henk Bleker doet? Hij houdt een mobiele telefoon voor de microfoon, speelt een beltoon met een vogelmelodietje af en zegt te hopen „dat u in dit park nog veel meer hiervan zult horen”.

Wat Henk Bleker zegt? „Ik vraag me net af”, zo refereert hij aan de veelbesproken uitnodiging aan asielzoeker Mauro Manuel, „moet ik mevrouw Schauvliege nou niet eens uitnodigen? Met een briefje? Om met haar hele familie samen naar het voetbal te gaan?”

Want zo is Henk Bleker. Makkelijk. Ontspannen. Charmant.

En zo ondiplomatiek als het maar zijn kan.

Henk Bleker is de meest ongrijpbare bewindspersoon van dit moment. In staat om tegelijkertijd de lachers op zijn hand te krijgen én het bloed onder je nagels vandaan te halen. De hobbyponyfokker uit Wollinghuizen (bij Vlagtwedde, bij Stadskanaal) maakt snel en indrukwekkend carrière. Tot vorig jaar kenden maar weinigen buiten de Groningse Ommelanden de oud-gedeputeerde en oud-directeur van de regionale omroep RTV Noord. Maar toen: in een tijdsbestek van enkele maanden werd hij eerst interim-partijvoorzitter, daarna Maxime Verhagens rechterhand tijdens de formatie, en uiteindelijk staatssecretaris.

Het contrast met zijn partij is groot. Waar het CDA degelijkheid wil uitstralen, staat Bleker voor nonchalance. Waar het CDA vasthoudt aan een klassiek beeld van Nederland, houdt Bleker gepassioneerde verhandelingen over zijn Italiaanse maatpakken. En waar het CDA blijft herhalen dat een partijleider uit zichzelf opstaat, kan Bleker dat bij gebrek aan sterke tegenkandidaten zomaar eens zijn.

Deze krant vroeg twee maanden geleden aan CDA-bestuurders en -politici wie dan de nieuwe leider moet worden. De harde kern mocht het zelf eens zeggen. Eén: Camiel Eurlings. Maar die wil niet, zegt hij. Twee: Jan Kees de Jager. Maar die wil ook niet, zegt hij. En dan, weliswaar op enige afstand, staat daar Henk Bleker op drie. De man, authentiek als hij is, die de partij weer smoel kan geven. Wat de drie gemeen hebben, is dat ze zich sinds het aantreden van dit kabinet nauwelijks over het wel en wee van de partij hebben uitgelaten. Over het gebrek aan partijlijn, aan een heldere koers, het is moeilijk vast te stellen wat Bleker daar exact van vindt.

Waarom zijn naam dan toch telkens opduikt? Niet omdat hij zo’n groot visionair is, zeggen CDA’ers. Wel omdat hij van elke situatie het beste weet te maken. En dat kan deze partij best gebruiken.

Blekers populariteit past in een jonge politieke traditie waarin profileren als buitenstaander loont. Het maakt niet uit of een politicus al jaren in de Kamer zit (Geert Wilders), carrière maakt op een departement (Rita Verdonk) of zo politiek betrokken is dat hij van partijen wisselt (Pim Fortuyn). Een on-Haags imago kan succesvol zijn. Eenmaal in Den Haag laten weinig politici zich erop voorstaan een provinciaal te zijn. Voor Bleker is het een geuzennaam, hij kickt erop.

Dus zo staat hij in dat kasteel afgelopen vrijdagavond rustig zijn aantekeningen door te nemen. Hij zegt een paar minuten niks, overal om hem heen staan prominenten die hem willen spreken, hun eigen belangen willen behartigen of hun zegje willen doen, maar Bleker lijkt het niet te registreren. Hij staat gewoon even te lezen. Daarna lacht hij en stelt hij vast dat de opening van het grenspark net zo goed iets verderop, in het theehuis aan de Nederlandse kant, had kunnen plaatsvinden. „Maar dan hadden ze me staatssecretaris genoemd”, bedenkt hij zich. „Hier ben ik tenminste minister.”

„En hier mag je je pony’s”, vult zijn woordvoerder dan snel aan, „in ieder geval paarden noemen.”

Bleker is een politicus die in zijn eigen wereld leeft. Hij is nu ruim een jaar staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (inclusief natuurbeleid). In die veertien maanden heeft hij al veel mensen de gordijnen ingejaagd.

Provincies zijn boos omdat ze het natuurbeheer van het Rijk krijgen overgedragen, maar daar te weinig geld voor krijgen.

Vlaanderen is boos omdat Bleker de gemaakte afspraken over het ontpolderen van de Zeeuwse Hedwigepolder wil terugdraaien.

Natuurorganisaties zijn boos omdat onder de nieuwe natuurwet veel minder plant- en diersoorten worden beschermd.

De oppositie in de Tweede Kamer is boos dat Bleker niks wil doen aan de omvang van de megastallen.

En Staatsbosbeheer is boos omdat het tegen zijn zin publiekelijk werd teruggefloten omdat het zich niet wil terugtrekken uit de ontwikkeling van het Oostvaarderswold in Flevoland, waar volgens Bleker „kostbare landbouwgrond” ligt.

Doet het Bleker iets? Weinig, zo lijkt het. Aan excuses aanbieden doet hij niet, en hij is een politicus die allang blij is dat er over hem gepraat wordt. Maakt niet uit hoe.

Het is niet alleen zijn beleid dat kwaad bloed zet. Het is ook de manier waarop hij zich opstelt: compromisloos. Het Planbureau voor de Leefomgeving liet zich kritisch uit over het akkoord dat Bleker met de provincies over het natuurbeleid sloot. De staatssecretaris zelf noemde dat rapport daarop „ondersteuning van zijn beleid”.

Of neem een van zijn vele tv-optredens, zoals dat van oktober in Pauw & Witteman. Tegenover hem aan de tafel zaten Mauro Manuel en diens moeder. Bleker vertelt uitgebreid over „het sterke merk” CDA: „Sociaal, respect, betrokkenheid, familie, en gezin.”

De moeder van Mauro: „Wij dus.”

Bleker, met een voorzichtig lachje: „Ja, ja, jullie. Ja hoor.”

Om daarna stoïcijns verder te praten.

Nog geen maand later liet hij alweer zien hoe hij met die gevoelige materie kan omgaan. Toen in de Tweede Kamer over een ooievaar – ironisch genoeg Freedom geheten – gesproken werd, zei Bleker dat het geen probleem was dat de vogel naar een Duits wildpark uitgezet kon worden. „Daar is geen studievisum voor nodig.” De oppositie kon er niet om lachen. Het oordeel: „Vrij ziek.”

Zeldzaam zijn de momenten dat Bleker zijn woorden moet terugtrekken. Dat gebeurde bijvoorbeeld in februari van dit jaar, toen hij PVV-leider Geert Wilders belde om zijn opmerkingen over diens partij te nuanceren. Wilders had geklaagd bij premier Mark Rutte nadat Bleker op een CDA-verkiezingsmanifestatie in Markelo had gezegd: „Ik moest niets van de PVV hebben en ik moet nog steeds niets van de PVV hebben.” Bleker ontkende overigens excuses te hebben aangeboden, alleen dat hij niet de „partij als geheel” had moeten veroordelen.

Maar ja, dat is inmiddels alweer even geleden. Nu is Henk Bleker gewoon weer die politicus die zo goed zijn eigen plan trekt.

    • Oscar Vermeer
    • Freek Staps