Of een secretaressenbond gaat werken, is de vraag

De FNV wil toe naar bonden voor specifieke beroepen of sectoren, zoals schoonmaker. Herkenbaar en snel te mobiliseren? Of onzinnig omdat mensen tegenwoordig snel van baan wisselen?

De schoonmakers in Nederland hebben sinds kort hun eigen president. Ze heet Kadija Tahiri en poetst in het BovenIJ ziekenhuis in Amsterdam-Noord. De schoonmakers hebben ook hun eigen parlement en kabinet. En als je de voice-mail van hun campagneleider Ron Meyer moet geloven, hebben ze ook hun eigen vakbond: de ‘Vakbond van Schoonmakers’.

„Soms moet je de zaken informeel regelen”, erkent Ron Meyer wanneer hij wel opneemt. „We hebben ons gewoon zo genoemd.”

De Vakbond van Schoonmakers bestaat officieel niet, maar is een actiegroep van Bondgenoten, de grootste van de negentien vakbonden binnen de FNV Vakcentrale. De circa 476.000 leden van Bondgenoten zijn verdeeld over uiteenlopende beroepssectoren zoals de industrie, dienstverlening, handel, metaal, vervoer en voeding.

Mogelijk komt er wel een echte Vakbond voor Schoonmakers. Als het plan voor hervorming van de FNV (1,4 miljoen leden) doorgaat, wordt de vakcentrale komend voorjaar opgesplitst in nieuwe bonden per beroep of sector. Het is de uitkomst van het crisisoverleg in Dalfsen afgelopen weekend. De opsplitsing moet de ongelijke machtsverhouding tussen grote en kleine bonden opheffen. Met bonden voor specifieke beroepen denkt de FNV ook dichter bij de leden te staan en meer nieuwe leden te kunnen werven.

Er zijn al enkele FNV-bonden per beroepsgroep, zoals de politiebond NPB, de NVJ voor journalisten en de AOb voor het onderwijs. „Ze combineren hun functies goed”, zegt FNV-woordvoerder Femke van Zijst. „Als vakbond onderhandelen ze over de cao’s, ook geven ze informatie als een soort vakvereniging.”

De organisatie van de schoonmakers heeft in ieder geval effect. Denk aan de landelijke staking van negen weken op onder meer Utrecht Centraal in 2009, de recente actie van 50 dagen op de ministeries van Sociale Zaken en Buitenlandse Zaken. Meyer: „Zoiets regel je niet in een weekend in Dalfsen of in een half jaar. Wij zijn al zeven, acht jaar bezig.”

Snelle mobilisatie kan een voordeel zijn van vakbonden voor beroepen, zegt Paul de Beer, hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de UvA. „De aanwezigheid van vakbonden op de werkvloer heeft een grote invloed. Je kunt werknemers bewust maken van wat ze gezamenlijk kunnen bereiken. Het idee grijpt terug op de Britse shop stewards, vakbondsvertegenwoordigers bij bedrijven die met name in de periode voor premier Thatcher machtig waren.”

Er zitten ook nadelen aan deze methode van actievoeren, zegt De Beer: „Het is vrij kostbaar. Je moet een paar goede organisatoren inzetten en hopen dat het meer leden en meer contributie oplevert. Het werkt ook vooral bij werknemers die onder slechte arbeidsomstandigheden en voor lage lonen werken. De vraag is of deze aanpak zou werken bij bankemployees.”

Vakbonden voor beroepen zullen wel meer herkenbaar zijn, zegt De Beer. Bij dergelijke, bestaande bonden is de ‘organisatiegraad’ hoger; er zijn meer vakbondsleden per beroepsgroep. Werknemers en zelfstandigen mogen straks kiezen met welke bond ze zich het meest verwant voelen, aldus de FNV. De Beer: „De vraag is of mensen zich meer met hun beroep, bedrijf of sector identificeren. Of een bond voor secretaressen succesvol zou worden, weet ik niet. Dat beroep strekt zich uit over zoveel sectoren.”

„Je kunt je afvragen of die indeling naar beroepen zinnig is”, zegt Mei Li Vos, oud-Kamerlid voor de PvdA en medeoprichter van het Alternatief Voor Vakbond (AVV) met circa 2.500 leden uit diverse sectoren. „Mensen wisselen tegenwoordig snel van baan. De arbeidsmarkt is anders dan veertig jaar geleden.”

Een simpele manier om werknemers te binden, is ze betrekken bij de cao-onderhandelingen, denkt Vos. „Niet alleen vakbondsleden, ook niet-leden. Je kunt ze ontwerp-cao’s gewoon voorleggen. Per e-mail. Vakbonden zijn daar altijd angstig voor. Niet-leden betalen geen contributie, zeggen ze dan. Maar je kunt als bond wel je nut laten zien.”

De oproep van de FNV via de media aan de overige twee vakcentrales in Nederland (CNV en MHP) om zich aan te sluiten bij De Nieuwe Vakbeweging, blijft vooralsnog onbeantwoord. De MHP, die net als het CNV al grotendeels via beroepen is georganiseerd, ziet geen reden tot overstappen, zegt voorzitter Bob van der Wal. „Neem de Vereniging van Nederlandse Verkeersvliegers binnen de MHP. Daar is 98 procent van de piloten bij aangesloten.”

CNV-voorzitter Jaap Smit zegt de plannen „niet onlogisch” te vinden. „Ook wij kijken naar morgen en overmorgen. Maar ik heb nog geen officiële uitnodiging ontvangen.”