Invallen NMa bij KPN, Vodafone en T-Mobile

De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) heeft vanochtend rond half negen invallen gedaan bij telecomaanbieders KPN, Vodafone en T-Mobile. Het vermoeden bestaat dat zij prijsafspraken hebben gemaakt over de tarieven voor mobiel bellen en internetten.

De NMa bevestigt de invallen, maar doet geen uitspraken over de inhoud van het onderzoek. Ook zegt de mededingingsautoriteit niet hoelang het doorzoeken van de administratie van de bedrijven duurt.

KPN, Vodafone en T-Mobile zeggen dat ze hun „volledige medewerking” verlenen aan het onderzoek. In een verklaring zegt KPN dat de NMa onderzoek doet naar het „afstemmen van verdienmodellen voor het aanbieden van mobiele communicatiediensten op de consumentenmarkt” en het „verdelen van onafhankelijke verkoopkanalen”. Vijf medewerkers van KPN worden gehoord.

Aanleiding voor de inval zouden verklaringen van twee klokkenluiders zijn. Via Tweede Kamerlid Jhim van Bemmel (PVV), die het woord voert over de telecombranche, kwamen zij in contact met tv-programma Nieuwsuur. De klokkenluiders willen anoniem blijven. Het gaat om een voormalige directeur van één van de bedrijven waar de NMa vanochtend binnenviel en om een huidig directielid.

In de Nieuwsuur-uitzending van vanavond verklaart de oud-directeur dat hij prijsafspraken tussen KPN, Vodafone en T-Mobile heeft waargenomen. „Er zijn maar weinig mensen die bekend zijn met de details van de prijsafspraken. Ik heb met meerdere van hen samengewerkt.”

Ook vertelt hij hoe de bedrijven voorzichtiger werden na een eerdere boete. Tien jaar geleden kregen de drie telecomaanbieders boetes omdat zij de hoogte van de vergoedingen voor tussenhandelaren – de verkopers in de winkels – hadden uitgewisseld. KPN moest toen 7,9 miljoen euro betalen, T-Mobile 4,6 en Vodafone 3,7 miljoen euro.

De andere klokkenluider vertelt hoe een KPN- en een Vodafone-salesdirecteur tijdens een vergadering over de „optimale prijs voor mobiel internet voor prepaid” spraken. „Enkele maanden later stelde ik vast dat de genoemde prijzen inderdaad zijn ingevoerd”, zegt hij.

Als de NMa tot de conclusie komt dat sprake is van een ‘redelijk vermoeden’ van een overtreding van de Mededingingswet, kan de instantie een rapport opstellen. Dan hoort de NMa de betrokken partijen en wordt besloten of een sanctie volgt.