Het beeld van Zwak België is zo terug

Nieuwsanalyse

Elio di Rupo moet bewijzen dat België een stabiel land is. Hij kan rekenen op weerstand in Vlaanderen, maar ook in zijn eigen Wallonië.

België telde gisteren nog één keer uitgebreid en daarna kan het land er misschien een tijdje mee ophouden: na 541 dagen van politieke onderhandelingen is er een regering met negentien leden, dertien ministers en zes staatssecretarissen, van wie er tien Vlaams zijn en negen Franstalig – en die hebben nog ruim negenhonderd dagen om te regeren.

Als alles goed gaat. De nieuwe premier, de Franstalige socialist Elio Di Rupo (60), komt op de EU-top van donderdag en vrijdag meteen terecht in wéér een crisis-op-een-hoogtepunt – over de euro. Die crisis hielp België anderhalve week geleden over de eigen politieke impasse heen: door de druk van de financiële markten, de Europese Commissie en kredietbeoordelaar Standard & Poor’s was Di Rupo’s formatiepoging, die mislukt leek, toch succesvol. Daarna daalde de Belgische rente weer, maar de gevaren zijn niet meteen verdwenen. Nog los van de bedreigingen die nu voor alle eurolanden gelden: Di Rupo zal moeten bewijzen dat België politiek weer een stabiel land is.

En dan komt het erop aan dat zijn regering stabiel is. Volgens politieke commentatoren moeten de ministers nu leiderschap tonen, hard werken, niet in het openbaar ruzie maken. De hevige conflicten over extra bezuinigingen of juist extra belastingen zijn niet zomaar vergeten. Als er toch méér nodig is om het begrotingstekort onder de drie procent te houden of als de Europese Commissie serieus moeilijk gaat doen over de automatische koppeling van de lonen aan de prijsstijgingen, zal de regering moeten proberen om daar als team uit te komen – anders is het beeld van Zwak België zo weer terug.

Ook in België zelf zou een ruzie-regering wel eens hard kunnen aankomen. Di Rupo kan het als zijn taak zien om de burgers weer een beetje vertrouwen te geven in de politiek. Dat was anderhalf jaar geleden al niet groot – het is nog niet goed te overzien welke sporen de eindeloze regeringsvorming precies zal achterlaten.

De fysieke samenstelling van de regering, de afgelopen dagen, zal het cynisme bij burgers in elk geval niet hebben verminderd: dat er zes staatssecretarissen komen, had met de inhoud van beleid weinig te maken. Ze waren nodig voor het ‘taalevenwicht’: de Franstaligen kregen, met Di Rupo erbij, één minister meer dan de Vlamingen, maar als je alle leden van de regering bij elkaar optelt, hebben de Vlamingen één bewindspersoon meer.

In zijn eigen landsdeel, Wallonië, zal Di Rupo hard zijn best moeten doen om in gesprek te blijven met de vakbonden, zijn natuurlijke achterban. Sociale onrust zal zijn regering extra onder druk zetten en een bedreiging zijn voor het Europese imago van België. Di Rupo, zoon van een Italiaanse immigrant die in de Waalse mijnen werkte, weet hoe hij arbeiders moet aanspreken. Maar hij zal ook de liberalen in zijn regering tevreden moeten houden – die hebben in de formatie laten zien dat ze hard en fel willen opkomen voor de belangen van hún kiezers.

En dan is er nog Vlaanderen. Bij de verkiezingen van juni 2010 werd de Vlaams-nationalistische N-VA van Bart De Wever daar veruit de grootste partij. Maar de N-VA zit níet in de nieuwe regering. Volgens de regeringspartijen is dat omdat de N-VA zelf niet wilde: de partij zei in de zomer nee tegen een nota van formateur Di Rupo die de basis moest zijn voor een staatshervorming en een nieuwe regering. Er zijn N-VA-politici die dat daarna – anoniem – een strategische fout noemden: De Wever had beter ‘ja, maar’ kunnen zeggen, waardoor hij aan tafel was blijven zitten. Di Rupo had dat ook verwacht. Hij zei al meteen dat hij goed wilde nagaan of het ja van partijen misschien toch niet nee betekende. Maar De Wever maakte het hem makkelijk.

Door de afwezigheid van de N-VA heeft de regering van Di Rupo aan Vlaamse kant geen meerderheid in het parlement. Dat is niet niks in een land waar de grootste bevolkingsgroep, de Vlamingen, al snel het idee heeft dat er te makkelijk en te veel wordt toegegeven aan de Franstaligen. En de N-VA, die wil dat Vlaanderen onafhankelijk wordt, groeit maar door: volgens peilingen zou de partij nu al bijna veertig procent van de stemmen halen in Vlaanderen.

Om het beeld van ‘Franstalige overheersing’ weg te krijgen, probeerden de Vlaamse partijen de afgelopen dagen om Di Rupo te laten meetellen als Franstalige minister, en niet als ‘taalneutraal’ – en dan zouden er net zo veel Vlaamse als Franstalige ministers moeten zijn. Maar dat mislukte.

Voor de taalneutrale premier is taal een van zijn meest acute problemen: hij spreekt slecht Nederlands. Uit een recente peiling blijkt dat hij in Vlaanderen heel populair is: hij staat derde, na Bart De Wever en de Vlaamse minister-president Kris Peeters. Maar dat zou snel kunnen veranderen nu hij premier is en vaker op de Vlaamse televisie te zien zal zijn. Ook andere Franstalige toppolitici zien dat off the record als een probleem. Ze vertellen elkaar de grap die de Vlaamse cabaretier Bert Kruismans maakte over Di Rupo’s ‘Legovlaams’: „Hij geeft je de bouwstenen, maar het is aan jou om er zinnen van te maken.”

    • Petra de Koning