Het aantal armen blijft op onaanvaardbaar niveau

Met zijn bijdrage van 30 november opent staatssecretaris Ben Knapen (CDA) ook politiek het debat over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking. Hij analyseert terecht de trends en trekt de conclusie dat „de klassieke hulparchitectuur zijn langste tijd heeft gehad”. Hij roept hierbij op de deuren te openen, maar het is nog niet zo duidelijk wat we dan te zien krijgen. Wie de trends analyseert, ziet drie lijnen voor de toekomst van ontwikkelingssamenwerking.

De eerste is dat armoede steeds meer het karakter krijgt van ongelijkheid. Het aantal notoir arme landen neemt af, maar het aantal mensen onder de armoedegrens van 1,25 dollar blijft met 1,2 miljard op een onaanvaardbaar niveau. Volgens Engels onderzoek leeft 70 procent van deze armen in middeninkomenslanden. Daar zitten ze niet te wachten op een onderwijs- of gezondheidszorgproject. Om armoede daar te lijf te gaan, is meer aandacht nodig voor eerlijke internationale handel, de strijd tegen belastingontwijking, maatschappelijk verantwoord ondernemen, goed bestuur en de strijd tegen corruptie.

De tweede is dat armoede samenhangt met wereldwijde vragen van klimaat, energie, voedselprijzen en grondstoffen, en dus ook met onze eigen productie en consumptie, die in deze vorm en mate niet houdbaar zijn.

De derde is dat armoede alles te maken heeft met onveiligheid. Het probleem van fragiele staten en conflictgebieden – ook middeninkomenslanden als Mexico en Colombia – zal steeds nadrukkelijker de armoedeagenda bepalen.

Wat mij betreft, zijn niet alleen de trends, maar ook de contouren van ontwikkelingssamenwerking-nieuwe-stijl zichtbaar. Daarom mag ik hopen dat Knapen het debat dat hij met zijn artikel opent, ook van concrete instrumenten – inclusief de financiële – voorziet.

René Grotenhuis

Algemeen directeur Cordaid