Facebook-goeroe tegenwil en dank

Twee jaar geleden lanceerde Walter Langelaar zijn Web 2.0 Suicide Machine.

Nu heeft de kunstenaar zijn pijlen gericht op Apple en Twitter.

Walter Langelaar (34), beeldend kunstenaar te Rotterdam, kan uit de voeten met staal, houtskool of olieverf, maar werkt het liefst met computers. Zijn voorliefde is videogame art: het artistiek kraken van computerspellen. Zo bouwde hij eens de installatie nOtbOt: een gekraakte, op hol geslagen Logitech-joystick die uit zichzelf het schietspelletje Quake III aanstuurt.

Behalve kunstenaar, is Langelaar ook een soort social media-expert. Als Facebook weer eens in het nieuws is, krijgt hij interviewverzoeken – vanuit de hele wereld.

Zelf zat hij nooit op Facebook, noch op Twitter of LinkedIn. En een smartphone heeft hij niet; alleen een oude Motorola. Zijn status als expert dankt hij aan een kunstwerk dat hij twee jaar geleden maakte: de Web 2.0 Suicide Machine, een website waar je jouw Facebook-, LinkedIn- of Twitter-account permanent kunt laten verwijderen.

Het idee ontstond jaren geleden, eind 2008. „Je had toen die merkwaardige euforie van dat het zo fijn was om allemaal met elkaar verbonden te zijn”, vertelt Langelaar in zijn Rotterdamse atelier. „Wij, als technici, hadden zicht op de achterkant van die sites. We zagen hoe die bedrijven aan het kloten waren, maar dat ze zich toch hardnekkig ‘social network’ bleven noemen. Het grote publiek kon – of wilde – dat niet zien.”

Wij, dat zijn Langelaar en twee bevriende kunstenaars, de Rus Danja Vasiliev en de Oostenrijkse Bosniër Gordan Savicic. Samen vormden ze het medialab moddr_.

De naam van dat kunstenaarscollectief is een woordspelletje met ‘modder’, maar vooral met ‘modificeren’: het aanpassen van systemen, het spelen met media.

Ook de website suicidemachine.org begon als een spel, als een parodie op Web 2.0. De site werd uitgevoerd met een over the top roze-wit kauwgomballendesign. Op de voorpagina stonden, net als in het echt, juichende nepstatistieken. Satire dus. Maar de site werkte echt en de software erachter was geraffineerd: wie hier zijn Facebook- of Twitter-wachtwoord gaf, zag hoe de website één voor één alle connecties verwijderde, tot er alleen een soort leeggezogen zombie-account resteerde.

De gratis ‘service’ ging eind 2009 online. Bloggers pikten de site op. Na een tijdje volgden The New York Times, TIME, CNN en ook media uit China, Rusland of India. Uiteindelijk gaven de kunstenaars – vanuit Wenen, waar ze een galerie runden – drie weken lang nagenoeg non-stop interviews. Langelaar schat dat het er in totaal minstens driehonderd waren. En twee jaar na dato loopt de teller nog.

Facebook zelf was minder enthousiast. Het bedrijf eiste via een een cease and desist letter onmiddellijke stopzetting van de site. Want, aldus de brief, „Facebook takes the protection of it’s users privacy and the security of their data very seriously”.

Zo’n brief had medialab moddr_ al eerder op de mat gehad; toen van webwinkel Amazon. Een artist in residence had namelijk een programmaatje gemaakt, Pirates of the Amazon, dat bezoekers van Amazon doorstuurde naar het gezochte item op downloadsite Pirate Bay. Destijds zwichtte de kunstenaar voor de advocatenbrief, maar dit keer hield moddr_ voet bij stuk. Suicidemachine.org bleef online.

Dat wil zeggen: de belangstelling voor de virtuele zelfmoord was zo groot, dat de machine al snel verstopt raakte. Zo’n toeloop hadden de makers niet verwacht, al was het maar omdat bezoekers hun wachtwoorden moesten inleveren om de service te gebruiken. „We waren geenszins van plan om daar iets mee te doen, maar het had wel gekund.”

Ook commerciële partijen hadden interesse in de software. „We werden aangeschreven als aanstormend Web 2.0-bedrijf. Amerikanen reageerden verbaasd: waarom hebben jullie geen kantoor in de VS? Maar wij waren gewoon three geeks in a basement.” Er arriveerden voorstellen om „het hele zwikje over te nemen”. Bijvoorbeeld van Reputation Defender, een bedrijf dat tegen betaling de Google-hits van klanten opschoont. Ook veel uitvaartbedrijven waren geïnteresseerd. Dit jaar was er belangstelling van de commerciële service DeleteMe (‘We Delete Things You Don’t Want Online’).

Maar het kunstproject was niet te koop. En de enige concessie richting Facebook was dat het f-je uit het logo werd verwijderd van de homepage. Hoogtepunt van het project was voor Langelaar een gehackte aflevering van South Park. Die serie kwam in 2010 met de episode ‘You have zero friends’. De kunstenaars plukten die van Pirate Bay, bewerkten ’m zo dat hij over de Suicide Machine leek te gaan en plaatsten hem vervolgens weer terug op de downloadsite – met exact hetzelfde formaat en zo dat het leek alsof dit de populairste aanbieder was van die bewuste aflevering. „Wat toen gebeurde was surrealistisch. Zelfs vrienden van ons trapten erin en zeiden: ‘Wat vet! Jullie waren op South Park!’.”

De Suicide Machine voerde Langelaar de hele wereld over. Hij gaf workshops over het project bij bevriende hackerlabs in onder meer China en Indonesië. Leerzame tripjes. In Indonesië, bijvoorbeeld, was Facebook booming; het bedrijf adverteerde er met billboards. Maar het opmerkelijke was dat de lokale hackers – die voor de rest veel kritischer en activistischer waren dan de „verwende, Europese hackertjes” – juist over Facebook erg enthousiast waren.

Het project sterkte Langelaar in zijn visie op Facebook. „Het is de manier van communiceren van deze tijd. Maar als je weet hoe je dit soort systemen óók kunt vormgeven, dan is Facebook een ontzettend vervelende, agressieve speler, met een businessmodel waar ik zo ver mogelijk van weg wil blijven.”

Komende winter is hij artist in residence in het videogames lab van de UCLA in Los Angeles. Volgend jaar komt er nog een boek over het project. En de software moet nog worden vrijgegeven als open source. Verder is deze ‘performance’ nu wel afgelopen, zegt Langelaar. De site bestaat nog, maar werkt niet meer.

Zijn oude collega’s Vasiliev en Savicic zijn verhuisd naar Berlijn, waar ze een nieuwe studio zijn begonnen in Neukölln. Langelaar richt zich nu vooral op Rotterdam. Hij is bezig met het opzetten van een alternatieve appstore, buiten de strenge regels van Apple om. Het moeten apps worden die je daadwerkelijk op je iPhone kunt draaien, maar die dus niet per se door Apple goedgekeurd hoeven te zijn.

Met zijn medialab moddr_, gehuisvest in het kunstenaarscollectief WORM, verzorgt hij workshops op het gebied van hackerskunst en technologiekritiek. Bijvoorbeeld hoe je inbreekt op het Wifi-kanaal van je buren. Of een cursus ov-chipkaart hacken voor 65-plussers.

Zijn nieuwste project gaat over Twitter. „Ik ben met een nieuwe microblog-service bezig die gekoppeld wordt aan draadloze netwerken, dus zogezegd location based, met ook een steekje naar Twitter.” Veel meer wil hij er niet over zeggen, „maar het kan ook een goeie hit worden.”

    • Arjen van Veelen