De meeste wasknijpers op een gezicht

Een ex-vriendje vertelde me ooit dat hij vroeger met Sinterklaas altijd een Guinness Book of Records van zijn ouders cadeau kreeg. Zelf vond ik dat een lief maar wat onbeholpen cadeau – ik zag zijn ouders al wanhopig in de winkel staan: ‘Wat moeten we geven? In godsnaam? Deze trui met WILD BOYZ erop? Wacht, een boek met honderden debiele records – dat vinden jongens van zestien leuk, toch?’ Gisteren prijkte het Guinness World Records-boek in de rubriek ‘Iedereen leest’ – zodat ik vermoed dat het boek toch echt een gewaardeerd cadeau vormt tijdens de feestdagen.

De slogan van Guinness World Records is: ‘Officially Amazing’, maar kijkend naar de records lijkt dat toch vooral de uitspraak van twee ouders die smoorverliefd het eerste potplasje van hun peuter bewonderen. De meeste records zijn namelijk moeilijk een talent te noemen: de grootste verzameling rubbereendjes, de oudste mannelijke stripper of de meeste wasknijpers op een gezicht. Dit zorgt bij mij vooral voor de vraag: wanneer wordt een ridicule handeling opeens een ‘record’? Wat is het moment dat iemand bedenkt: hee, laat ik eens deze tractor beplakken met wattenbolletjes terwijl ik een kippenei in mijn mond houd en dit alles op lila skeelers – en wacht, misschien wordt het dan een Guinness World Record en ben ik beroemd! Als ik bedenk dat ik de grootste konijnvormige wc-papierprop ter wereld wil maken, word ik dan zomaar officieel opgenomen?

Op de site kun je zoeken naar records, dus ik ben er in ieder geval al achter dat mijn konijnvormige wc-papierprop lekker klein kan zijn, aangezien dat record nog niet gezet is. Terwijl ik een aantal records bekijk – de meest gepiercete man, vrouwenbenen van 1,38 meter, een kotszakjesverzameling, de meest behaarde puber: de verzameling prestaties doet toch het meeste denken aan een middeleeuwse kermis – vind ik uiteindelijk wat ik zoek: een reglementenpagina. Hier leer ik dat er tóch restricties zijn. In het algemeen geldt dat het record niet een specifieke vaardigheid van één persoon mag zijn: het moet meetbaar en verbreekbaar zijn. Vervolgens zijn er nog meer gedetailleerde regels, waarin het vooral opvalt dat je bij elke regel denkt: dit hebben dus meerdere personen geprobeerd in te dienen. Zoals regels over vermeende schoonheid, het overleven van kanker, het doden van de meeste dieren en het kortste gedicht. Ook staat er, nogal geïrriteerd: „We do not accept claims about elbow licking.”

Verder wordt iedereen van harte aangemoedigd om zijn record in te dienen en gewezen op de mogelijkheid om voor circa 4.000 dollar een Guinness World Record Judge bij de poging uit te nodigen (die dus vervolgens met een geavanceerd meetapparaat de langste tepelhaar moet gaan meten. Het lijkt me een hele, hele vreemde baan).

Al met al heb ik geen redenen gezien waarom ik met mijn konijnvormige wc-papierprop geen nieuw wereldrecord zou kunnen vestigen. Toch zie ik er misschien maar van af: ik weet niet of ik blij zou worden van mijn eigen tentje op die middeleeuwse kermis.

Renske de Greef