De Lichtstraat

Omdat ik toch in de buurt ben, loop ik even het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis binnen, het grote ziekenhuis aan het Oosterpark in Amsterdam. Ziekenhuizen horen nog tot de publieke gebouwen waar je zonder allerlei persoonscontroles en poortjes kunt binnenkomen. Dat is interessant en nuttig, vooral met het oog op de vraag: zou ik hier willen liggen als de omstandigheden dat nodig maken?

Aanvankelijk heb je bij het OLVG nauwelijks de indruk dat je een ziekenhuis instapt. De hal is breed, groot en licht en aan de rechterzijde bevindt zich een drukbeklante koffiebar waar je kunt neerploffen om op je gemak het gewoel in de brede hoofdgang, de zogeheten Lichtstraat, te observeren.

Op een doordeweekse morgen heerst daar een bijna gezellige drukte van mensen die via de bordjes hun weg zoeken. Op het eerste gezicht is er niets aan de hand met al die mensen. Af en toe komt er een geteisterde strompelaar langs of iemand met een griezelig grote pleister op zijn hoofd, maar dat zie je ook op Schiphol.

In de Lichtstraat is het soms net of je in een winkelcentrum rondloopt. Er is een kiosk met een royaal bladenassortiment en je kunt er naar de kapper, voor ‘klassiek tot trendy vanaf 16,50 euro’. Er is ook een gebedsruimte voor moslims – met een aparte ruimte voor vrouwen – en, in een zijgang, een kapel voor katholieken. Aan het einde van de Lichtstraat ligt een keurig zelfbedieningsrestaurant waar je te midden van het verplegend personeel kunt lunchen.

Aan het tafeltje naast mij eet een verpleegster een forse sandwich, terwijl ze door een tijdschrift bladert. Het is een vredig tafereel in een omgeving waar je niets te duchten lijkt te hebben.

Aan een ander tafeltje zit een vrouw van middelbare leeftijd met een jonge vrouw, vermoedelijk haar dochter. „Dat is dan toch weer meegevallen”, zegt de oudere vrouw. De ander kijkt haar meewarig aan, alsof ze het er niet mee eens is, maar de waarheid liever voor zich houdt. „Hoezo?”, vraagt ze alleen. „Nou, vergeleken bij de vorige keer”, zegt de oudere vrouw. Daarna vallen ze weer stil.

Nee, dit is geen pretpark, maar een plaats waar, voor het blote oog niet waarneembaar, voor mensenlevens gestreden wordt. Dat gebeurt in de kamers en zalen vlak naast en boven me, alleen bevoegden hebben daar toegang, de onbevoegden ondergaan er lijdzaam hun lot.

De Lichtstraat heeft brede zijbeuken waarin mensen op stoeltjes zitten te wachten tot ze bij hun specialist binnengeroepen worden. Alles straalt rust en efficiëntie uit. Op beeldschermen langs de wanden loopt een instructief filmpje over het ziekenhuis. „Werken bij het OLVG maakt je een beter mens”, zegt een personeelsadvertentie. Onderin het filmpje vermeldt een balk hoe lang de ‘inlooptijd’ bij de betrokken arts is uitgelopen. Je kunt tegenwoordig ook online afspraken maken bij diverse poliklinieken. De patiënt lijkt koning geworden, al is het een broze koning.

Bij de afdeling voor darmziekten komt een echtpaar naar buiten, vergezeld door een vrouwelijke arts. „Ik hoop u nooit meer te zien”, lacht de arts terwijl ze het echtpaar een hand geeft. Hoe vaak zal ze dat grapje al gemaakt hebben? Het maakt voor de betrokkenen niet uit, er is geen grapje dat ze liever horen. Ze dribbelen snel weg, het onheil bezworen.

Het ziekenhuis wint altijd, uiteindelijk, maar soms laat het je nog even ontsnappen, als een scherprechter die moe is geworden van zijn zwaard.

    • Frits Abrahams