Berisping van Roos Vonk? Kijk naar jezelf

De commissie die professor Vonk op het matje riep, liet zelf onjuiste mediapublicaties over melk passeren, betoogt Karen Soeters. Vleesbelangen gaan boven dierenactivisme.

Wetenschappers hebben geconcludeerd dat het persbericht over ‘vleeshufters’ berustte op „een wetenschappelijke doodzonde” van de Nijmeegse hoogleraar Roos Vonk. De vraag is hoeveel boter deze wetenschappelijke inquisitie zelf op het hoofd had toen ze Vonk berispte. Hoe onafhankelijk waren de inquisiteurs? Waarom was er geen berisping voor onderzoekers die onlangs vertekende onderzoeksuitkomsten presenteerden om de consumptie van melk te stimuleren?

In 2010 nam bestuursvoorzitter Aalt Dijkhuizen van Wageningen University & Research centre fel afstand van het door Vonk georganiseerde hooglerarenpleidooi voor een duurzame veehouderij. Hij vond dat ondertekenaars hun professorentitel misbruikten zonder specifieke kennis van dieren.

Na de ontmaskering van Stapel en zijn verzonnen data over vleeseters haalde Dijkhuizen uit naar Stapel en diens nietsvermoedende collega’s Vonk en Zeelenberg. Hoewel Dijkhuizen geen gedragswetenschapper is, wist hij zonder nader onderzoek in De Gelderlander te melden dat Vonk een „doodzonde” begaan had en „het hele Nederlandse universitaire onderzoek in diskrediet” had gebracht. Op Twitter voegde hij hieraan toe: „Niet de vleeseters maar de betrokken onderzoeker(s?) blijken hufters te zijn.”

Werd de verontwaardiging van Dijkhuizen ingegeven door wetenschappelijke drijfveren? Of zou zijn verleden bij diervoederfabrikant Nutreco meespelen, of zijn tegenwoordige betrokkenheid bij vleesbouillonproducent Struik, of die bij veefokker Hendrix Genetics?

Eerder liep Dijkhuizen vooruit op de conclusies van onderzoekers van zijn eigen universiteit toen hij de film Meat the Truth bekritiseerde, in een notitie aan Kamerlid Annie Schreijer-Pierik (CDA). Hij schreef hierin over fractievoorzitter Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren: „De CO2-uitstoot door de veehouderij is kleiner dan zij wil doen geloven.” Dit bleek later een onterecht verwijt over een documentaire die hij nog niet had gezien. Zeker een universiteit die onderdak biedt aan een leerstoel van de zuivelindustrie, bezet door een directeur van Campina, moet oppassen voor het verwijt boter op het hoofd te hebben, schreef het Wageningse universiteitsblad Resource hierover.

Toen melk in een krantenkop over de oratie van bijzonder hoogleraar Toon van Hooijdonk werd omschreven als „onmiskenbaar gezond voor de mens” en onderzoek van Sabita Soedamah-Muthuin in een persbericht onder de ronkende kop „Melk goed tegen hart- en vaatziekten; Joris Driepinter had toch gelijk” werd gepresenteerd, kon dit rekenen op de instemming van Dijkhuizen. Kennelijk wilde hij de Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO) graag te vriend houden, die de aanstelling van drie bijzonder hoogleraren financierde.

De claims bleken te berusten op verdraaiing. Volgens medeonderzoeker Walter Willett van de Harvard-universiteit is veel melk drinken schadelijk. Voor een berisping zag Wageningen UR geen aanleiding. Er kwam niet eens een onderzoek.

Zo’n onderzoek werd wel ingesteld door de Radboud Universiteit Nijmegen, naar het handelen van Vonk. De opdracht aan deze commissie werd gegeven door het college van bestuur, onder leiding van rector magnificus Bas Kortmann. Hij is nauw betrokken bij de geprivatiseerde vleeskeuring in ons land, de Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector (KDS). Kortmann is niet alleen lid van het bestuur van de Stichting Administratiekantoor KDS, maar tevens van de raad van commissarissen van KDS BV. KDS is als een slager die zijn eigen vlees keurt. De aandelen KDS zijn in handen van het Centraal Bureau Slachtdieren. Dit wordt bestuurd door veehouders, veehandelaars, slachters en veetransporteurs. KDS maakt jaarlijks een miljoen euro winst en betaalt opmerkelijk genoeg geen vennootschapsbelasting over de omzet van 16 miljoen euro.

Volgens Kortmann heeft Vonk door haar betrokkenheid bij het naar buiten brengen van het vleesonderzoek „de wetenschap, de sociale psychologie en de Radboud Universiteit in diskrediet gebracht”. De universiteit rekent haar dat extra aan, „gelet op haar positie in de discussie over de vee-industrie”. Ze had „extra kritisch moeten zijn op haar eigen werkwijze”. Hiermee wordt verwezen naar de rol van niet-wetenschappelijke belangen, in dit geval een ideologie over een duurzame samenleving zonder intensieve veehouderij.

Vonk had gezien haar ideologie terughoudender moeten zijn, vinden Kortmann en Dijkhuizen. Ideologie is kennelijk een doodzonde. Hun eigen betrokkenheid bij de zuivel- en vleessector en hun verstrengelingen van commerciële belangen zijn uiteraard geheel in orde.

De indruk kan niet worden weggenomen dat de betrokkenheid van Vonk vooral op gespannen voet staat met de belangen van de intensieve veehouderij, die door haar fors werd bekritiseerd. Natuurlijk kan het toeval zijn dat Dijkhuizen en Kortmann hierin zo’n prominente rol spelen, maar de verhoudingen zijn zoek als wetenschappers straffeloos onderzoeksresultaten verdraaien om melk te promoten, terwijl een ander wordt berispt omdat ze is bedrogen door een collega en omdat ze al te enthousiast resultaten naar buiten brengt.

Karen Soeters is directeur van de Nicolaas G. Pierson Foundation, het wetenschappelijk bureau van de Partij voor de Dieren.

    • Karen Soeters