Axl

Op de basisschool droeg ik een spijkerjack, zoals iedereen, waar ik, zoals iedereen, mijn moeder plaatjes op liet naaien die we op de markt kochten. Ik had er een stuk of drie, allemaal varianten op het logo van Bon Jovi. Op één stond: Wanted: dead or alive.

Jon Bon Jovi had toen al gestileerd haar met blonde highlights en schreef teksten als: ‘I’ve seen a million faces/ and I’ve rocked them all.’ Kinderen met bloempotkapsels hebben doorgaans nog geen gevoel voor cynisme ontwikkeld en ik was geen uitzondering. Ik heb nog jaren geloofd dat Bon Jovi echt een miljoen gezichten had gerockt.

Het einde van het jaar nadert en ik zit na te denken over wat het beste boek is dat ik dit jaar heb gelezen en kom uit op Pulphead, de soort-van-gehypete literaire essaybundel van de Amerikaanse journalist John Jeremiah Sullivan. Ik stond ermee in de winkel en twijfelde even of ik het moest kopen, tot ik zag dat een van de langste essays over Axl Rose ging.

Mijn broer had een grote ronde Harry Potterbril, die elke week door de opticien opnieuw moest worden gelijmd nadat ik ’m had gebroken, en op zijn spijkerjack prijkte een grote Guns N’ Roses afbeelding: Appetite for Destruction. Zoals ik Bon Jovi geloofde, zo geloofde hij alles wat Axl Rose zong, met als verschil dat wanneer Axl zong dat hij een miljoen gezichten had gerockt, dan had Axl dat waarschijnlijk ook. Axl stal auto’s, nam overdoses, en, in een fijne omkering van het huiselijke rollenpatroon, werd mishandeld door zijn fotomodelvriendin. Axl was the real thing.

Sullivan legt precies uit waar de spanning in Axls nummers zit. Het heeft te maken met de wanhopige coda’s die Axl aan elk nummer toevoegt, waarin zijn warme, melodieuze zang wordt overgenomen door een Devil Woman-schreeuwmodus. Neem Sweet Child o’ Mine. De eerste minuten blijven onbevredigend zoet; ‘Now and then when I see her face/ It takes me away to that special place’? Kom op, dat kan beter.

En dan, rond 5.06, komt Axls Devil Woman door het koortje heen als een bulldozer, met een volledig hysterisch ‘I,I,I,I,I,I,I,I,I’ en opeens breekt een coda aan waarin Axl zijn ballade afsluit in een wanhopig ‘Where do we go now/ Where do we go now?’ Ik had er nooit zo over nagedacht. November Rain, Patience, Paradise City – hoe zoet het begint, het eindigt allemaal in scherven. ‘Oh, won’t you please take me home.’

Enfin. Dit is een lange omweg om te zeggen dat ik voor het eerst in jaren weer Guns N’ Roses zit te luisteren en ik vind het weer geweldig.